Anand leek al vroeg zeker van de wereldtitel schaken. Tot uitdager Kramnik op de bodem van het ravijn zijn taaiheid hervond.
Vladimir Kramnik lijkt op de bokser die zich ronden lang in de touwen heeft laten slaan, om zich in de slotminuten op te richten tegen een moegeslagen tegenstander. Gisteren dwong hij in de tiende partij van de strijd om de wereldtitel een radeloze Anand tot overgave.
De Rus heeft echter de pech dat hij met de Indiër Viswanathan Anand vecht in een ongewoon korte match over twaalf partijen. Daarin stond hij halverwege al op een verbijsterende achterstand van drie punten. In de laatste twee speelronden (morgen en donderdag) heeft Anand bij de stand 6-4 aan een remise genoeg voor het prolongeren van zijn titel.
Gezien het machteloze spel van Kramnik in Bonn leek titelverdediger Anand vorige week al te kunnen volstaan met het rustig uitspelen van de tweekamp. Met voor Kramnik kansloze remises in de zevende en achtste partij leek het vooraf zo gehoopte spektakel inderdaad achterwege te blijven.
Mogelijk dat psychologische factoren zondag voor een kentering hebben gezorgd. Anand was in de negende partij zo zeker van zijn zaak, dat hij met de witte stukken fel ten aanval trok. Voor het eerst verdedigde Kramnik zich naar vermogen, kwam zelfs met een nieuwtje en leek op winst af te stevenen. Een blunder beroofde hem echter van nieuw optimisme.
Zijn machtsvertoon van gisteren duidt erop dat geen sprake is van een tijdelijke opleving. Maar Kramnik is wel erg laat in het ritme gekomen waarmee hij in het verleden tweekampen naar zijn hand pleegde te zetten.
In 2000 zorgt hij in een verdeelde schaakwereld voor een daverende verrassing door de onaantastbaar geachte Kasparov te verslaan, waarna hij in 2004 door een gelijkspel tegen Leko zijn titel met succes verdedigde. In 2006 won hij wederom een wereldtitel, nu die van de beide samengevoegde schaakfederaties, door winst op Topalov.
In die matches kwam hij niet in de problemen zoals nu tegen Anand. Hij verloor de derde, vijfde en zesde partij, de eerste twee keer zelfs met wit. En dat terwijl hij er in de matte psychologische oorlogsvoering vooraf nadrukkelijk op had gewezen dat híj de matchtijger is, niet de Indiër.
Dat is hij nu pas in de wetenschap dat nog maar weinig valt te repareren. Maar het is ook een fase waarin hij niets te verliezen heeft. Kramnik moet tweemaal winnen om een tiebreak af te dwingen. Daarover speculeren wil Kramnik niet. „Het is beter om niet te denken aan de kansen die ik nog heb, die zijn nog altijd minder dan vijftig procent.”
Anand had in de eerste helft van de tweekamp het initiatief door zijn tegenstander te verrassen met nieuwe wendingen. Nu Kramnik hetzelfde doet, ziet ook hij zijn tegenstander wankelen.
Gisteren kwam hij in het Nimzo-Indisch op de 18de zet met een noviteit die Anand ’verraderlijk’ noemde. „Het is niet duidelijk waar zwart zijn stukken moet plaatsen”, omschreef hij de ondoorzichtige situatie waarin hij was terechtgekomen. Voor het eerst kwam Anand, die een half uur bedenktijd nam voor zet 22, achter op de klok.
Die stelling werd zo gecompliceerd, dat Anand na afloop zei dat hij na de 24ste zet niet meer wist wat hij moest doen. „Ik weet ook niet precies wat ik verkeerd heb gedaan.” Op de 29ste zet gaf hij op met een stelling die rijp was voor de sloop.
Veel hoop op een wonder kan Kramnik uit de historie niet putten. In 1954 boog Smislov een achterstand van drie punten tegen Botwinnik om in een voorsprong, maar daar had hij vijf partijen voor nodig.
In 1986 kwam Karpov na een achterstand van drie punten tegen Kasparov met drie achtereenvolgende winstpartijen langszij. Het ging hier om de destijds gebruikelijke tweekampen over 24 partijen. Zowel Smislov als Karpov overleefde die uitputtingsslag uiteindelijk niet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.