*

 

Groot

Anniek van den Brand − 10/12/09, 00:00

Zoon wordt groot. De melktandjes die destijds met hartverscheurend gehuil en koortsige wangen tevoorschijn kwamen, verdwijnen een voor een uit zijn mond. Als ware trofeeën worden ze aan het publiek getoond om vervolgens in een speciaal daarvoor bestemd doosje te belanden. Zijn kaak groeit om plaats te maken voor grotemensentanden. Het verandert zijn hele gezicht.

Zijn ooit babyvette billen zijn inmiddels tanige spierbundeltjes, zijn bolle buik werd een heus sixpack. Zijn voeten groeien ruim een maat per seizoen. Zijn hand mag ik alleen nog maar vasthouden als hij zeker weet dat hij geen kinderen van zijn klas tegenkomt – en dat is op steeds minder plaatsen. De afscheidszoen voor school zou hij me om dezelfde reden het liefst thuis al geven. En laatst vertelde hij me op vertrouwelijke toon dat jongens er een gloeiende hekel aan hebben als moeders in het openbaar – bijvoorbeeld in de rij voor de kassa – een beetje gedachteloos door hun zoons haar kroelen. Dus of ik wilde proberen me ’voortaan te beheersen’.

Een paar weken geleden fietsten we samen naar de volkstuin waar hij met vriendje ging spelen. Toen ik afstapte, keek zoon verstoord op. Blijf jij óók hier? Ik vertelde dat ik bij de moeder van vriendje een kopje thee bleef drinken. Opnieuw volgde een wijze les: mam, jongens vinden het héél fijn af en toe zónder hun moeder te spelen. Ik zei dat ik me dat goed kon voorstellen maar dat hij die middag pech had.

Of er voor het kerstdiner op school een witte bloes met een zwart strikje kan komen, vroeg hij vanavond. En daar moet dan een broek bij zonder gat in de knie. Dat kon vorig jaar nog wel (toen kroop hij al zijn broeken kapot op het schoolplein omdat hij ’dinootje’ speelde) maar nu echt niet meer. Ik keek verbaasd op. Zoon heeft zich nooit veel gelegen gelaten aan kleding – zolang er maar geen lastige riemen en moeilijke knopen aan zaten. En, o ja mam, nog één ding: misschien kun je dit jaar tijdens het kerstdiner bij zusje in de klas meehelpen? Het klonk ’een beetje onaardig’, zei hij, maar hij ging ’eigenlijk’ liever alleen.

Het moederschap voelde al bij de bevalling als één groot afscheid. Ik ben er niet bijzonder goed in. Maar ik leer. Ik leer.

mailIcon print |