Twee filosofen, Sebastien Valkenberg en Ger Groot, schrijven op deze plaats om beurten een wekelijkse polemische column over een actueel thema.
Warmt de aarde nu wel op of niet? Tot voor kort neigde de algemene opinie naar de eerste opvatting, niet in de laatste plaats aangejaagd door Al Gore. Maar toen vond plaats wat nu al Climategate heet. Gerenommeerde onderzoekers blijken met data te hebben gerommeld: temperatuurdalingen zijn onder het tapijt gemoffeld.
Volgens de krant van gisteren loopt de laatste jaren de temperatuur iets op. Dit gegeven past echter niet zomaar in de vermeende ontwikkeling dat sinds de Industriële Revolutie de aarde gestaag opwarmt. Die vertoont de nodige trendbreuken, zoals in 1998, toen de temperatuur plots begon te dalen. Het was niet zo dat we ineens minder CO2 waren gaan uitstoten met zijn allen.
Aantonen dat het inderdaad warmer is geworden is niet genoeg. Dan moet je ook nog laten zien dat mensen hier debet aan zijn. Wie niet in jaren denkt maar in millennia, zoals de Delftse geoloog Salomon Kroonenberg, ziet dat het in het verre verleden al is gebleken dat de sneeuw op de Alpentoppen verre van eeuwig is. Terwijl destijds van vervuilende mensen nog lang geen sprake was.
Je zou denken dat zulke relativerende opmerkingen de algemene opinie behoorlijk beïnvloeden. Toch gebeurt dat nauwelijks. Milieuminister Cramer heeft totnogtoe amper een woord vuil gemaakt aan Climategate. Vandaag zal ze er dieper op ingaan.
Het zal me weinig verbazen als ze de volgende veel beproefde manoeuvre maakt. Zelfs als de feiten elkaar vaak tegenspreken, zijn al die vergaande maatregelen om het klimaat te beschermen nog steeds gerechtvaardigd. Durf je de gok te nemen: niets doen vandaag terwijl morgen wellicht blijkt dat we de aarde inderdaad om zeep helpen?
Op het eerste gezicht lijkt dit een verstandige manier om de onzekerheid die hoort bij deze complexe kwestie te benaderen. Maak er een gokspelletje of een weddenschap van. Hoe hoog durf je daarbij in te zetten?
Deze aanpak doet denken aan Blaise Pascal, de Franse filosoof die op vergelijkbare wijze het vraagstuk van het bestaan van God oploste. Er zijn twee smaken: hij bestaat wel of niet. Welnu, je kunt je op twee manieren vergissen. God bestaat niet terwijl je in hem gelooft óf hij bestaat wel terwijl je níet in hem gelooft. Welke positie is het verstandigst?
Het zal niet verbazen dat Pascal, aanhanger van het jansenisme, zich uitspreekt vóór geloven. Als je dit niet doet en God blijkt toch te bestaan, heb je een groot probleem – en dat is nog zacht uitgedrukt. Wat extra vertier in het hiernamaals (omdat je niet leeft volgens de religieuze mores) weegt niet op tegen de oneindige straf in het hiernamaals.
Zullen christenen daadwerkelijk door deze afweging tot geloof worden gebracht? Zo van: ik heb mijn twijfels over God maar voor alle zekerheid zet ik toch maar in op zijn bestaan. Zo werkt het toch niet?
Een dergelijk bezwaar geldt ook als je de pascaliaanse logica loslaat op het klimaatvraagstuk. Die zegt dat je er maar beter vanuit kunt gaan dat het helemaal de verkeerde kant op gaat – het hiernamaals van Gore is bijna net zo afschrikwekkend als de hel die gelovigen in het vooruitzicht wordt gesteld. En als dat niet zonder meer door de feiten wordt onderbouwd, doe je maar alsof. Dan zit je altijd veilig.
Het bezwaar is dat op deze manier de indringende vraag of iets bestaat, of dit nu God is of het broeikaseffect, uit de weg wordt gegaan. Ze is ondergeschikt gemaakt aan de vraag naar het antwoord dat het meeste nut voortbrengt. De kwestie komt in een domein te liggen dat zich bevindt voorbij waar en onwaar. En dat is, getuige ook Climategate, niet gunstig voor het klimaat – het wetenschappelijke klimaat wel te verstaan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.