*

 

Waarom zijn opvoedsubsidies zo slecht?

Sebastien Valkenberg − 29/10/09, 00:00

Twee filosofen, Sebastien Valkenberg en Ger Groot, schrijven op deze plaats om beurten een wekelijkse polemische column.

Als ik zeg dat er een diepe kloof bestaat tussen burgers en de overheid, vertel ik niets nieuws. De eerste groep koestert een diep wantrouwen jegens de tweede en gebruikt de wekelijkse peilingen van Maurice de Hond om haar danig te tuchtigen. Wat moeten politici doen om het vertrouwen te herstellen?

Deze vraag lijkt het begin van de oplossing. In werkelijkheid zou ze weleens meer kwaad kunnen aanrichten dan je op het eerste gezicht zou vermoeden. Ze veronderstelt namelijk dat politici allerlei extra inspanningen moeten leveren. Niet zelden leidt dit tot krampachtige pogingen het electoraat te paaien, die nogal eens ongelukkig uitpakken. Ik herinner me Balkenende op een skateboard

Veel heilzamer zou het zijn als de beginvraag zou worden omgedraaid: wat moeten politici vooral níet doen? Het zou de spreekwoordelijke kloof volgens mij al een heel eind helpen dichten als ze sommige gedragingen voortaan achterwege zouden laten.

De lijst met voorbeelden is lang, maar sommige berichten zijn zo ridicuul dat je bijna vermoedt dat politici hun achterban bewust uitdagen en op de proef stellen. In het Gelderse Culemborg kampte men, net als elders, met hondenpoep op straat. Maar geen nood. Daartegen brengen ze ’een nieuw poepbeleid’ in stelling: opvoedcursussen voor hondenbezitters. Een derde van het cursusgeld komt voor rekening van de gemeente. De zondaar ontvangt subsidie! Dat is de omgekeerde wereld. Helaas is hier geen sprake van een ongelukkig incident. Een dergelijke handelswijze is doodnormaal in bestuurlijk Nederland.

Het Amsterdamse stadsdeel Osdorp wil zwerfafval bestrijden met een spel op internet. Via deze route vindt men informatie over de locatie van containers. Jongeren die hun vuil inleveren, maken kans op een prijs. Kosten voor dit initiatief: bijna twee ton.

Ja, ik moest ook een paar keer knipperen met mijn ogen, maar het staat er echt. Twee-honderd-duizend euro, voor het leeuwendeel opgebracht door het ministerie van economische zaken, voor een computerspelletje.

Geen wonder dat er argwaan bestaat jegens de overheid. Nu is een zekere mate van ontevredenheid over de bestemming van belastinggeld onvermijdelijk. De een vindt dat er te weinig asfalt ligt, de ander te veel. Maar de initiatieven hierboven zijn zo overduidelijk gevallen van verkwisting, dat ze haast niet anders kunnen dan verontwaardiging oproepen.

Aan deze initiatieven kleven meerdere bezwaren. Dat je onmogelijk de effecten kunt meten die zij sorteren – hoe achterhaal je of een drol of afvalzak minder op straat te danken is aan bovengenoemde maatregelen? – is daarvan nog maar de minst zwaarwegende. Veel kwalijker is de wijdverbreide gedachte onder bestuurders dat ze goed gedrag via allerlei omwegen menen te moeten belonen.

Dit is een valse voorstelling van zaken. Want getuigt het daadwerkelijk van goed gedrag om de uitwerpselen van je huisdier op te ruimen en je vuil in de afvalbak te deponeren? Wat mij betreft is dat echt een te zware kwalificatie. Zo vreemd zijn zulke eisen toch niet?

Beloningen zijn geschikt om uitblinkers, in welke discipline dan ook, in het zonnetje te zetten. Maar het doet geforceerd aan als bestuurders een beroep doen op zo’n middel om doodnormaal gedrag te stimuleren. Ze maken iets wat je mag vragen van burgers, zonder dat daar iets tegenover staat, tot iets exceptioneels. Zo werkt het misschien met kleine kinderen, die ouders niet uitbundig genoeg kunnen prijzen, maar niet bij volwassenen.

Maar wat is dan de juiste aanpak? De straten moeten tenslotte wel schoon. Heel simpel en, vermoedelijk ook heel ouderwets: een bon voor wie zijn hond op de stoep laat poepen en zijn vuil laat rondslingeren. Normaal gedrag vereist geen beloning, asociaal gedrag vraagt om bestraffing. Dat is meer in overeenstemming met het rechtvaardigheidsgevoel van burgers.

mailIcon print |