De aanhangers van het groene evangelie beleven dezer dagen hun finest hour. Niet zo vreemd. De Club van Rome was in vergadering bijeen te Amsterdam, en in december begint de klimaattop te Kopenhagen. Genoeg reden om de omineuze boodschap nog eens in vele varianten te herhalen: de planeet gaat ten onder – tenzij wij ons bekeren. Opdat de poolkappen niet verder smelten, de ozonlaag zich herstelt en de opwarming der aarde tot staan wordt gebracht.
Echt, ik zou mij gehoorzaam bekeren, als de wetenschap inderdaad kon aantonen dat de aarde door ons toedoen afstevent op de ondergang. Maar van die consensus is geen sprake. Een lobbyclubje ’klimaatsceptici’ blijft zich koppig keren tegen de doemscenario’s die de verantwoordelijkheid exclusief leggen bij de mens.
Gek genoeg kom je hen in de gewone media zelden tegen. Zij zoeken hun heil dan ook vooral op het wereldwijde web. De verder zo ruimdenkende Volkskrant heeft ze een paar jaar geleden zelfs uit de kolommen verbannen. Dat het klimaat verandert door ’s mensenhand was volgens de chef wetenschapsredactie een feit, geen mening. Daar hoefde je dus niet meer over te debatteren. Leken zoals u en ik raken daar maar van in de war.
Ach ja. Onheilsprofeten vinden nu eenmaal altijd gemakkelijker gehoor, speciaal als ze hun voorspellingen larderen met angstaanjagende grafieken. Lekker huiveren om onze eigen zonden en gebreken doen wij sowieso graag – althans in het postchristelijke Westen. In China, waar de industrialisatie inmiddels minstens zo indrukwekkend is, zitten ze er geloof ik veel minder mee.
Ook deze krant laat zich de laatste weken niet onbetuigd. Neem dinsdag. Wij konden niet alleen alles lezen over de Club van Rome en de komende klimaattop. Tevens vernamen we dat wij voortaan een ’handige’ vleeswijzer dienen te raadplegen alvorens we overgaan tot de aanschaf van karbonade of kipfilet. Dat wij vorig jaar precies 455.884 proefdieren ’onnodig gefokt en gedood’ hebben. En dat wij veel te weinig ernst maken met de verbreiding van ’duurzame energie’. Stuk voor stuk berichten, maar dit geheel terzijde, die rechtstreeks kwamen uit de pr-machinerie van groene lobbyclubjes.
En dan was er nog dat vraaggesprek met prof. ir. Klaas van Egmond, voorheen directeur van het Milieu- en Natuurplanbureau, nu faculteitshoogleraar aan de Universiteit Utrecht. Ook al geen lachebekje. ’De hele karavaan moet de andere kant op’, stond erboven.
De man, leerde een kwartiertje googelen, heeft beslist zijn sporen verdiend. Zo mag hij zich bestuurslid noemen van het NatuurCollege, het bewustwordingsinstituut van prinses Irene. Daar zien ze het als hun missie „om juist de binnenkant van duurzaamheid te agenderen en bespreekbaar te maken als wezenlijke voorwaarde voor het bereiken van een duurzame samenleving”.
Voorts reist hij regelmatig af naar Groot-BrittanniĆ« ten einde daar graancirkels te bestuderen. Dat die door geheimzinnige krachten in het universum zijn ontstaan, wil de professor geenszins bij voorbaat uitsluiten. „Als je je werkelijk in het onderwerp verdiept”, zei hij vorig jaar tegen dagblad De Pers, „is het onhoudbaar te zeggen dat ze allemaal door mensen zijn gemaakt.”
Die hobby kwam dinsdag helaas niet ter sprake. Wel waarschuwde hij dat het huidige klimaatbeleid ernstig tekortschiet. Al die rapporten over de toestand der aarde hebben immers ’niks’ opgeleverd. De oplossing gaf hij er gelukkig meteen bij: de aanpak moet ’spiritueler’, de balans tussen geest en materie moet hersteld. Wij zijn namelijk met z’n allen „doorgeschoten naar het rationalisme”.
Een milieuwetenschapper die zich beklaagt over te veel ratio? Ik vrees dat mijn bekering voorlopig nog wel even op zich laat wachten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.