Het Nationaal Historisch Museum heeft nog geen gebouw, maar wil zich op allerlei manieren wél profileren. Volgende week gaat het museum in gesprek met Dordrecht.
Het is weer wat stiller geworden rond het Nationaal Historisch Museum (NHM). De verhitte debatten een half jaar geleden over de vraag of zo’n museum er moest komen en waar, hoe het eruit zou moeten zien en wat het moet tonen, zijn verstomd. De Kamer heeft beslist dat het museum in Arnhem komt en toch ’iets meer nadruk’ moet leggen op de chronologie. En toen is iedereen weer aan het werk gegaan.
Langzamerhand beginnen de contouren van het museum duidelijker te worden. Het NHM wil, lang voor de eerste paal de grond in gaat, bestaan. Zo niet fysiek, dan toch ’in de beleving van mensen’. Zich vestigen als merk. Er zullen bijvoorbeeld les- en informatiepakketten worden ontwikkeld die via laptops en mobiele telefoons beschikbaar komen. Die kunnen op termijn informatie bieden in het museum, maar ook op allerlei historische plaatsen in Nederland, van de Afsluitdijk tot de hunebedden. En mogelijk ook in een aantal steden.
Dordrecht zou een van die locaties kunnen worden. De stad heeft volgende week een openbaar gesprek met het museum, om te praten over de wijze waarop de stad haar geschiedenis digitaal ontsluit. Dordrecht zou een pilot kunnen worden voor het NHM. Dat denkt in elk geval cultureel intendant Han Bakker, die de stad adviseert op het gebied van cultuur en die het gesprek tussen stad en museum initieerde.
„Wij hebben al een aantal jaar geleden een netwerk opgezet van vijftien historische steden. Die zijn allemaal bezig met het ontsluiten van hun historisch erfgoed. Er staan musea, archieven, bibliotheken, monumenten. Dordrecht is de stad van de Reformatie. Utrecht heeft geweldige middeleeuwse gebouwen en voorwerpen. Delft profileert zich als de stad van de Oranjes. Zo heeft elke stad zijn zwaartepunt. Wij willen onderling kennis delen, onze krachten bundelen, bijvoorbeeld op het gebied van educatie of publiciteit. Dat zijn altijd kostbare aangelegenheden; als we samen bijvoorbeeld een lesprogramma kunnen ontwikkelen, moeten we dat zeker doen.”
Het stedennetwerk zal waarschijnlijk intensief gaan samenwerken met het NHM – dat is volgende week tenminste onderwerp van gesprek. Hoe dat eruit gaat zien, daar wil het museum nog niet veel over kwijt. „Wij willen verhalen vertellen”, zegt een woordvoerder. „Dat kan via nieuwe media of op een andere manier. In ons eigen gebouw in Arnhem, maar ook in Dordrecht of op de Grebbeberg. We willen het project volgend jaar presenteren. Dan zal ook duidelijk worden welke rol Dordrecht hierin zal spelen, of welke andere stad dan ook.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.