*

 

Geen heer in het verkeer

Adri Vermaat − 07/12/09, 00:00

Tussen onschuld en schuld zit vaak een kleine stap. De rechter ziet dat wekelijks.

De zusjes gedroegen zich onflatteus op de weg, vindt de rechter, bladerend door het dossier.

„U liet zich door hun gedrag behoorlijk provoceren”, zegt zij naderhand tegen de verdachte, een man van 53 die is vergezeld van zijn echtgenote. „Tóch moet u zich beheersen en dat deed u niet. Dat leidt tot gevaarlijk gedrag en in het verkeer is dat zó kwalijk.”

De aanleiding voor het incident was herkenbaar: een ongelukkig verlopen inhaalmanoeuvre op een stuk weg, die van twee banen naar één overging. Om een botsing te vermijden, moest de verdachte op de rem trappen om de zusjes voor te laten gaan.

Dat maakte hem boos en toen de meiden even later het pad naar een pompstation namen, ging hij er achteraan. Bij de pomp escaleerde de zaak volledig.

De zusjes scholden de automobilist uit. Hij op zijn beurt sloeg, duwde en stompte. Op het moment dat één van de meisjes zijn kentekennummer op foto wilde vastleggen, stapte hij in zijn auto. Hij gaf gas en reed weg, met een van de vrouwen voor de motorkap, en, even later, er óp.

Een getuige liet noteren: „Ik probeerde de automobilist te kalmeren, maar hij raakte alleen maar bozer. Hij reed gewoon tegen die vrouw aan. Daarna reed hij door. Ik heb geprobeerd om hem te laten stoppen, maar dat lukte niet. Hij ging gewoon door.”

De verdachte vindt dat hem onrecht wordt aangedaan. „Ik heb nota bene drie dagen in de cel gezeten voor dit akkefietje”, zegt hij. „Ik kwam die dag net terug van de begrafenis van m’n zwager. Ik was ’not amused’, dat geef ik zo toe, maar die vrouwen stonden bij dat pompstation op mijn auto te slaan en te beuken. Daarom reed ik weg, er viel geen eer aan te behalen. Ik heb echt niet geslagen of gestompt.”

De rechter houdt de man voor dat hij toch gemerkt moet hebben dat een vrouw op de motorkap lag. „Helemaal niets van gemerkt, mevrouw”, antwoordt de man, die niet eerder in aanraking kwam met justitie.

Het Openbaar Ministerie had verdachte primair poging tot doodslag ten laste gelegd. Ter zitting vindt de officier van justitie dat dit feit niet kan worden bewezen.

„Gelet op de geringe snelheid waarmee de verdachte inreed op het slachtoffer, vorder ik op dat punt vrijspraak.”

Zware mishandeling acht de openbaar aanklager daarentegen bewezen. „Een auto is een zwaar ding als je ’m inzet tegen een onbeschermd mens. Je mag mensen aanspreken op hun gedrag, maar dit ging te ver. In het strafrecht gaat het om de reactie en die is in dit geval over de schreef.”

De officier eist tachtig uur werkstraf en twee maanden voorwaardelijke gevangenisstraf. De rechter neemt de werkstraf over en beperkt de voorwaardelijke celstraf tot één maand.

De verdachte kondigt hoger beroep aan.

mailIcon print |