Het is oktober en dat betekent dat de bloembollen de grond in mogen. Want ook al doe je dat elk jaar en ligt je tuin er ondergronds mee bezaaid, er kunnen er altijd nog zestig of zeshonderd bij.
Dat voorjaarsbloeiende bloembollen in het najaar worden geplant, is geen nieuws. Dat sommige bollen zich lenen voor verwildering en andere niet, zal ook niet als een verrassing komen. Evenmin als het feit dat ze niet van natte voeten houden maar wel van kalk.
Kortom, wat valt er over bollen te vertellen dat u nog niet weet? Misschien dit: hoe komt het dat veel bloembollen, en dan vooral tulpen en hyacinten, het eerste jaar geweldig bloeien en de jaren daarna steeds minder of zelfs helemaal niet meer?
Om die vraag te kunnen beantwoorden, moeten we terug naar de oorsprong van de bloembol. Dat is trouwens altijd handig als een plant niet doet wat je van hem verlangt: ga in zo’n geval na waar hij vandaan komt en in negen van de tien gevallen vind je het antwoord op de vraag waarom hij niet ’werkt’.
Bollen zoals die van de tulp, die in de winter hun wortels maken, in het voorjaar bloeien en in de zomer rusten, komen uit streken met natte winters en hete, droge zomers. De winterse nattigheid gebruiken ze om een goed wortelsysteem te ontwikkelen. Dankzij de bol, een soort privésupermarkt waarin het voedsel zit dat ze nodig hebben, kunnen ze vroeg bloeien en zijn ze vroeg uitgebloeid.
Dat is handig bekeken van ze, want tegen de tijd dat de bomen en struiken in hun omgeving het beetje water weghalen dat ’s zomers voorhanden is, zijn de bolgewassen klaar en hebben ze geen water meer nodig. Ze sterven bovengronds af, de buitenste schillen drogen uit, maar de binnenkant blijft vochtig.
Tja, en in ons klimaat lukt dat dus niet. In een winterse vorstperiode lopen de bollen het risico dat ze uitdrogen, in een zomerse regenperiode worden ze te nat. Daarom graven bollenkwekers de bollen in de zomermaanden uit en bewaren ze warm – de eerste paar weken zelfs bij 27º C. Vroeger deed de gemiddelde tuinier dat ook, maar wie krijg je vandaag de dag nog zo gek dat hij zijn tulpen rooit?
Nu we dit weten, begrijpen we ook hoe we onze bollen zo ongeschonden mogelijk door winter en zomer heen kunnen loodsen: door ze gewoon een flink stuk dieper te planten dan op de gebruiksaanwijzing staat. Dus niet twee keer de hoogte van de bol, maar minstens drie keer. Leg er gerust een laag van 15 cm aarde bovenop, vooral op lichte zandgrond. In kleigrond mag het wel iets minder zijn. Bijkomend voordeel is dat de bollen bij het werken in de tuin minder snel beschadigd raken.
En nu we toch aan het planten zijn: zet bolletjes voor de verandering eens in het gras. Steek met een spa een vierkant stukje gras aan drie kanten los en klap de flap om. Plant de bollen en leg de grasflap terug. Beetje aanstampen en klaar. Bedenk wel dat het gras in het voorjaar pas gemaaid kan worden wanneer het bollenloof is afgestorven.
Wie van vogels houdt en sowieso van plan is nog een voorraadje krokussen bij te planten, doet er goed aan tussen de paarse en witte knollen ook wat gele te planten. Vogels pikken daar graag aan – naar verluidt omdat ze na de winter een gebrek aan vitamine C hebben en dat uit gele krokussen halen. Van de krokussen blijft niets over, maar van de vogels dus wel.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.