*

 

'Mij wacht het paradijs'

Koert van der Velde − 17/10/09, 00:00

Terwijl de één zoekt naar nieuwe spirituele inzichten, keert de ander juist terug naar de wortels, de fundamenten van een traditioneel geloof. „Ik ken mijn lot niet, maar God wel. Hij heeft alles voorbestemd.”

De regels die ze van haar ouders leerde, waren ’ouderwetse cultuur’, vindt Sarah Aanannaz. Ze verdiepte zich in de échte islam. „Liever nu moeilijk leven dan straks naar de hel.”

Op haar zeventiende heeft Sarah Aanannaz (20) ’gekozen voor de islam’, zegt ze. „Ik was al moslim, maar dat was vooral ouderwetse cultuur.” Aanannaz’ ouders komen uit Marokko. Van de negen kinderen zijn alleen zij en haar jongere zus in Nederland geboren. Marokko is een land vol bijgeloof, zegt ze. „Ze vereren er mensen die ze heilig vinden. Zo zijn er mensen die een dier slachten terwijl ze de naam van een zogenaamde heilige uitspreken, van een mens dus. Ook familieleden van mij in Marokko bezondigen zich daaraan. Verschrikkelijk. Het is de grootste zonde in de islam. Het eerst gebod luidt immers dat niemand het recht heeft aanbeden te worden behalve God. De Marokkaanse cultuur rammelt aan alle kanten. Ze heet islamitisch, maar ze is ver verwijderd van de wortels.”

„Mijn ouders waren vroeger niet werkelijk bezig met de islam. Ze geboden ons dingen uit culturele, niet uit religieuze overwegingen. Zo hoefden wij alleen maar een hoofddoek te dragen om het haar te bedekken – iets waarvoor ik ook zelf gekozen heb op mijn twaalfde.” Maar dat is niet wat God wil, gelooft ze nu. „Dus op mijn achttiende ben ik mij helemaal gaan bedekken in een djilbab (lang, getailleerd gewaad met knopen aan de voorkant, red).” Haar ouders, die met de tijd in Nederland ook religieuzer zijn geworden, zijn trots op haar, zegt ze. „Mijn moeder maant tegenwoordig mijn zus: doe eens een iets langere en losser zittende jurk aan. Zo steunen we elkaar.”

Natuurlijk is de binnenkant belangrijker dan de buitenkant, zegt ze. „Ik volg islamitische les. Daar leer ik wat God van mij vraagt. Het zijn niet alleen de vijf bekende verplichtingen zoals bidden en vasten. Die zijn een begin, maar niet genoeg. Met de vijf zuilen heb je wat onderdelen om straks in het paradijs een paleis te bouwen.” Ze noemt ander ’bouwmateriaal’ zoals vriendelijk zijn tegen je ouders en andere mensen, goed zijn met de buren, niet schelden en schreeuwen.

Soms doet zij dat wel eens, vertelt ze. „Als ik op straat word uitgescholden, scheld ik wel eens terug. Roept iemand ’theedoek’, ’ninja’ of zelfs ’terrorist’, dan roep ik terug: ’Kijk maar uit, je weet niet wat ik onder mijn gewaad verschuil.’ Dat is niet juist, moet ik niet doen. Het lukt me tegenwoordig vaak om te denken: ’Allah stelt me op de proef’ en ’mij wacht tenminste het paradijs’.”

Het is volgens Aanannaz zeker mogelijk een perfect mens te zijn, zoals de profeet Mohammed dat volgens haar ook was. „Alles wat God van ons vraagt, is reëel haalbaar. Mohammed liet in zijn leven zien dat perfectie mogelijk is.”

Het leven is een proef met als uiteindelijk resultaat het paradijs of de hel. Aanannaz wil naar het paradijs. Hoe het zit met de maagden daar die de goede mannen bedienen, weet zij niet. Ze heeft vertrouwen dat ze na haar dood in het paradijs zal komen, het staat voor God namelijk al vast. „Ik ken mijn lot niet, maar God wel, hij heeft alles voorbestemd. Om ervoor te zorgen dat mensen begrijpen waarom ze naar de hel moeten, moeten ze het aardse leven toch doormaken. Zodat ze niet het excuus hebben dat ze er niks aan konden doen.” Het paradijs is ’het allerbelangrijkste wat er is’, zegt Aanannaz. „Als ik de keuze had ’honderd jaar in de gevangenis en dan het paradijs’, dan doe ik dat direct. Liever nu moeilijk leven dan straks naar de hel.”

Ze studeert sociaal-cultureel werk, en het vinden en houden van een goede stageplek met haar kledingstijl was niet eenvoudig, zegt ze. Een keer is ze erom ontslagen. „Het was een beproeving waar ik in het hiernamaals wel weer een beloning voor zal krijgen.”

Heeft Aanannaz het idee dat ze dichter bij de wortels van haar geloof komt, nu ze er zo’n werk van maakt om een goede gelovige te zijn? „Door me erin te verdiepen, weet ik juist veel beter wat ik allemaal niet weet, en daarom kan ik me juist vaak ver van mijn wortels verwijderd, ontworteld voelen.”

Toch voelt ze zich ondanks haar niet-weten steeds meer geworteld in de zuivere traditie van de islam die ze dankzij studie heeft verkregen. Steeds duidelijker voelt ze haar worteling in de werkelijkheid van God, zegt ze. ,,Ik moet God bedanken dat ik hier ben opgegroeid in een land dat weliswaar niet islamitisch is, maar waar heel veel wordt geaccepteerd. Toch zou ik graag willen wonen in een echt islamitisch land. Dat maakt het gemakkelijker je wortels in de werkelijkheid van God te voelen. Dat merkte ik toen ik onlangs in Marokko was en de gebedsomroep overal hoorde schallen. De islam is er overal. Iedereen is met het geloof bezig, en dat geeft een gevoel van verbondenheid. Maar ja, Marokko is ook vol afgoderij. Ik denk dat ik, als ik zo ver ben, maar naar Jemen moet verhuizen.”

mailIcon print |