Graaf Otto Lambsdorff, die zaterdag op 82-jarige leeftijd overleed, was een van de grote Duitse politici van na de oorlog. Ook al is zijn liberale partij FDP maar klein, met zijn strijdbare persoonlijkheid en zijn gewiekstheid, wist hij jarenlang een hoofdrol te spelen in de politiek. Maar zijn grootste prestatie leverde hij na zijn politieke loopbaan. Hij wist Duitse bedrijven te bewegen miljarden euro’s uit te keren als schadevoeding voor de ruim anderhalf miljoen mensen die als dwangarbeiders hadden moeten werken in de Duitse oorlogsindustrie. Joodse en niet-Joodse organisaties kregen ruim vier miljard euro uitgekeerd.
Lang niet iedereen was van hem gediend toen de regering Lambsdorff in 1999 aanstelde om die compensatie voor slavenarbeid te regelen. Hij was immers zelf soldaat geweest in het leger van Hitler. Als adellijke jongen van achttien werd hij meteen aspirant-officier in 1944. Een jaar later, kort voor de Duitse nederlaag, werd hij zo zwaar gewond bij een luchtaanval dat zijn linkerbeen moest worden afgezet.
Hij studeerde rechten en politicologie en werkte bij banken en verzekeringsmaatschappijen. Maar de politiek was zijn echte liefde. Sinds 1951 was hij lid van de FDP, die liberalen van links tot rechts verenigde. In 1977 werd hij minister van economische zaken in een coalitie met de sociaal-democraten van bondskanselier Helmut Schmidt. In 1982 wisselde de FDP van partner en hielp de christen-democraat Helmut Kohl aan de macht. Lambsdorff bleef minister van economische zaken en bleef pal staan voor de vrije markt. Maar die partnerruil kwam de partij duur te staan. Leden liepen bij bosjes weg.
Lambsdorff kwam zelf ook in de problemen toen onthuld werd dat hij, net als andere vooraanstaande politici, geld had gekregen van het Flick-concern. In ruil daarvoor zou hij Flick hebben geholpen belasting te ontduiken. Hij trad in 1984 af als minister. In 1987 werd Lambsdorff veroordeeld wegens belastingontduiking door de rechter en hij moest een zware boete betalen. Maar hij werd vrijgesproken van corruptie. Zelf hield hij vol dat hij niets verkeerds had gedaan en dat de aanklacht politiek gemotiveerd was. De FDP steunde hem en koos hem tot partijvoorzitter. Dat bleef hij tot 1993.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.