*

 

Wie veel ontvangt, moet ook veel teruggeven

Cecile Hendriks − 07/12/09, 00:00

Bekende en minder bekende Nederlanders kiezen hun persoonlijk motto, leefregel of ultiem inspirerende zin.

’Mensen zeggen weleens tegen me: ’Wat goed dat je werkt met die nare mensen, wat dapper van je.’ Maar junks zijn vaak heel mooie en warme personen. ’Ieder mens is een beeld van God’, dat is de filosofie van het drugspastoraat in Amsterdam waar ik tot 2000 heb gewerkt.

Een junk is geen afval, ook al is dat wel de letterlijke betekenis van het woord. Dat maak ik duidelijk in mijn boek ’Tien jaar drugs- en aidspastoraat in Amsterdam’.

Junks en mensen met hiv vormen in Nederland de meest verguisde groep. Anderen oordelen vaak dat het hun eigen schuld is. Maar druggebruik is – naast het feit dat het een experiment kan zijn – meestal vluchtgedrag.

Veel druggebruikers hebben geen liefdevolle opvoeding gehad. Sommigen zijn seksueel misbruikt. Eerbied voor de persoon, daar ontbrak het thuis nogal eens aan.

Toen ik langer met ze optrok, merkte ik hoe bevoorrecht ik ben. In die tijd waren de drugverslaafden, prostituees en hiv-geïnfecteerden met wie ik werkte mijn leeftijdsgenoten. Het maakte mij heel duidelijk hoe belangrijk het is uit een stabiel gezin te komen. In een warme familie heb je de mogelijkheid een positief zelfbeeld te creĆ«ren. En van daaruit kun je bijvoorbeeld makkelijker een opleiding doen. Veel mensen beseffen niet dat ze het gros in hun leven gewoon gratis hebben gekregen.

’Wie veel ontvangt, moet ook veel teruggeven’– dat is een boodschap in de Bijbel, maar het is ook mijn eigen overtuiging. Ik doe dit werk niet omdat het moet. Ik word er gelukkig van om die mensen te helpen. Het maakt het leven leuker.

In het begin had ik last van het Messiascomplex: het idee dat iedereen gered moet worden. Maar dat verwachten mensen helemaal niet van een pastor. Ik kan naar ze luisteren en als ze dat fijn vinden met ze bidden. Wat ze echt van je willen, is dat je er bent en erbij durft te blijven. Ook als het moeilijk is. We hebben allemaal de neiging om het hazenpad te kiezen als het slecht gaat. Het is de kunst om te durven afdalen met iemand in zijn pijn en uitzichtloosheid.

God heeft de gulle gever lief. Maar ik geef niet alleen, ik ontvang ook van hen. Ik krijg meer zelfinzicht en ben door hen streetwise geworden. Het mooie van druggebruikers is dat een façade ophouden voor hen niet meer hoeft.

Je kunt mensen niet op hun buitenkant beoordelen. Een zakenman kan een hyena zijn en er kan een gavere binnenkant in een drugsverslaafde zitten dan in iemand met een witte boord.

Sinds acht jaar werk ik nu in Zuid-Afrika met mensen met aids en hiv. Aids is daar een ziekte die voorkomt onder de gehele heteroseksuele – voornamelijk donkere – bevolking. Dus geïnfecteerden worden, anders dan in Nederland, meestal niet met de nek aangekeken. De factoren die in Afrika aids aanjagen, hebben met armoede te maken. Maar ook met vrouwenonderdrukking en culturele gewoontes. Het is een soort zevenkoppige draak. Jongeren beleven daar heel vroeg hun seksuele debuut, omdat vruchtbaarheid en het krijgen van kinderen zo belangrijk zijn. En moeders hebben bijvoorbeeld betaalde seks om de kinderen te kunnen voeden.

Daarnaast speelt onwetendheid een grote rol. Er is maar een klein deel van de bevolking dat in virussen gelooft. Als je pas zeven jaar na infectie ziek wordt, hoe maak je dat oorzakelijk verband dan nog duidelijk? Ziekten worden toegeschreven aan ontstemde voorouders, hekserij of de straf van God.

Zuid-Afrikaanse kerken geven vaak die laatste boodschap af. Sommige aidspatiĆ«nten of hiv-geïnfecteerden worden daarom verstoten uit de kerkgemeenschap, terwijl ze juist daar terecht zouden moeten kunnen. Want iedereen is in Gods ogen een volwaardig mens.”

mailIcon print |