Het Amsterdamse stadsbestuur is stellig in zijn oordeel dat religieuze organisaties recht hebben op subsidie. Waarom duurde het dan drie weken voordat het college dit de gemeenteraad meedeelde?
Een verzoek van een overweldigende meerderheid van de gemeenteraad meteen naast je neerleggen – dat kan een college van burgemeester en wethouders moeilijk maken. Misschien heeft het daarom toch nog drie weken geduurd voordat het Amsterdamse college besliste dat religieuze organisaties wél geld kunnen krijgen. Want inhoudelijk kon het niet anders dan dat b. en w. dit plan van de raad zou torpederen.
Met zijn besluit legt het college de wens van 43 van de 45 raadsleden naast zich neer. Minus het CDA, vindt de hele hoofdstedelijke raad dat religieuze of culturele clubs die alleen gelijkgezind personeel aannemen, geen gemeentelijke subsidie meer moeten krijgen. De raad vindt dat discriminatie.
Het college noemt het juist discriminatie om identiteitsgebonden organisaties uit te sluiten van subsidie steun voor hun maatschappelijke activiteiten. Niet de signatuur of het personeelsbeleid van de organisatie telt, maar het product dat zij levert.
Het stadsbestuur beroept zich op de wet gelijke behandeling. Die bepaalt dat religieuze organisaties in hun personeelsbeleid geen onderscheid mogen maken op grond van politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, seksuele geaardheid of burgerlijke staat. Maar ze mogen wél eisen stellen aan de religieuze gezindheid van hun medewerkers.
Bovendien wijst het college op de gemeentelijke notitie ’Scheiding kerk en staat’, waarin tegen financiële banden geen bezwaar is. De VVD was kritisch over die opvattingen over kerk en staat, maar de meerderheid van de raad heeft die nota onderschreven.
Het college had dan drie weken bedenktijd nodig voor het dinsdag met een besluit kwam, al snel na de raadsvergadering liet de Amsterdamse burgemeester Cohen voor de lokale televisiezender AT5 weten dat hij de motie veel te ver vond gaan. En mocht de VVD zometeen ook geen VVD’ers meer aannemen?, vroeg Cohen zich een beetje pesterig af richting de liberalen, die het initiatief hadden genomen voor de motie.
Drie weken voordat de VVD de motie indiende, liet GroenLinks-wethouder Vos zich duidelijk uit. Zij vertelde een raadscommissie dat de gemeente geen eisen kan stellen aan het personeelsbeleid van een levensbeschouwelijke organisatie. Niettemin kwam de VVD-motie. En Vos’ collega Ossel zegde de raad toe de motie ’te onderzoeken’.
Wellicht doordat de steun voor stopzetten van subsidie aan religieuze clubs óók van collegepartijen PvdA en GroenLinks kwam, heeft het college verzuimd de raad stante pede met de wet en met zijn eigen opvattingen om de oren te slaan. Maar wie zoveel tijd neemt, moet wel met een handreiking komen. Het stadsbestuur vraagt de Commissie Gelijke Behandeling na te gaan waar de grenzen van het gemeentelijk beleid liggen. Voor de commissie is die vraag nieuw, dus kost behandeling wel de nodige tijd.
De VVD is blij met de toezegging van het college, maar gaat ook zelf juridisch advies inwinnen. Want voor Vos en Cohen mag de zaak dan vrij simpel zijn, de liberalen zijn er niet van overtuigd dat levensbeschouwelijke of culturele organisaties echt een ’discriminerend’ personeelsbeleid mogen voeren en toch subsidie krijgen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.