In 1947 zijn in het Javaanse Rawagedeh niet 400, maar twintig Indonesische mannen gefusilleerd. Dat zeggen de veteranen die erbij waren.
Nederlandse militairen hebben eind 1947 niet meer dan twintig Indonesische mannen gefusilleerd in het Javaanse Rawagedeh. Dat stellen Indië-veteranen in reactie op de aanklacht van nabestaanden tegen de Nederlandse staat.
Negen weduwen van de actie in Rawagedeh eisen van de staat erkenning van het ’onrechtmatig handelen’ en financiële genoegdoening. Bij de actie zouden op 9 december 1947 meer dan vierhonderd mannen en jongens door Nederlandse militairen zijn gedood. Veteranen van 3-9 Regiment Infanterie bestrijden dat aantal. Er zou sprake zijn geweest van twintig executies van leden van een islamitische strijdgroep die zich in Rawagedeh hadden verstopt. „Die zijn standrechtelijk gefusilleerd. Dat geven de veteranen ook toe”, zegt voorzitter Leen Noordzij van VOMI Nederland, de grootste organisatie van Indië-veteranen.
Het Comité Nederlandse Ereschulden, dat ijvert voor erkenning en financiële compensatie, stelt zonder reserve dat bij de actie 430 mannen en jongens zijn gedood. Volgens de veteranen zijn de meeste slachtoffers echter gevallen bij ’reguliere’ gevechtsacties en bij plunderingen door Indonesiërs. Rawagedeh was eind 1947 een ’broeinest van verzet’, van waaruit regelmatig Nederlandse konvooien werden aangevallen.
Bij verschillende gevechtsacties tussen 1946 en 1948 zijn volgens Noordzij aan Indonesische zijde zo’n tweehonderd slachtoffers gevallen. Eenzelfde aantal doden zou ruim na 1947 door toedoen van rampokkers zijn gevallen, Indonesische plunderaars die geen onderscheid maakten tussen Nederlandse militairen en de eigen bevolking.
Onder Indië-veteranen bestaat volgens VOMI-voorzitter Noordzij vooral onrust over de ’onjuiste en tendentieuze berichtgeving’ over het ’bloedbad’ in Rawagedeh. Van de betrokken militairen van 3-9 R.I. zijn er voor zover bekend nog negen in leven. Zij verwachten niet alsnog strafrechtelijk te worden vervolgd. De gebeurtenissen in Rawagedeh zijn destijds onderzocht door een VN-onderzoekscommissie, die het militaire optreden als ’weloverwogen en meedogenloos’ omschreef. Justitie besloot ’om redenen van opportuniteit’ af te zien van strafvervolging.
De Nederlandse staat wil de nabestaanden geen vergoeding betalen, omdat de executies verjaard zouden zijn. Advocaat Liesbeth Zegveld beroept zich op gelijke behandeling met slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, wier vorderingen nog steeds in behandeling worden genomen. Strafrechtelijke vervolging van oorlogsmisdaden is nog steeds mogelijk omdat deze niet verjaren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.