*

 

De kanselier is tevreden

Monic Slingerland − 10/12/09, 00:00

Kanselier Zuijdwijk is de spil bij de reorganisatie van het aartsbisdom. Hij is kanselier, secretaris-generaal, eerst tijdelijk en nu permanent perschef, vicemoderator en ook vervangt hij de wegens ziekte tijdelijk uitgeschakelde econoom. Dat betekent dat hij het lekenpersoneel aanstuurt, en ook de priesters van de curie, dat hij de financiën beheert en de communicatie.

Bent u tevreden over het resultaat van de reorganisatie?

„Ik betreur dat die moest gebeuren. Gelukkig konden we een aantal van de zeventig mensen die ontslagen moesten worden, weer aan werk helpen.

We hebben geluk gehad: in maart vorig jaar, nog voor de crisis, hebben we de aandelenportefeuille geliquideerd. Dus de financiële problemen komen niet daardoor.

We hebben besloten om landgoed Dijnselburg in Zeist (kantoor met bisdommedewerkers, red.) toch te verkopen. Eerst was er nog een mogelijkheid om de priesteropleiding, het Ariënskonvikt, daar te huisvesten. Maar dat moet sluiten.

Verkoop van Dijnselburg heeft als voordeel dat we nu alle medewerkers die daar werken, naar Utrecht kunnen halen, zodat ze allemaal onder één dak zitten. Dat scheelt veel overleg.

We hebben vierentwintig medewerkers. Dat is nu wat krap, maar als de ontkerkelijking doorgaat, en er geen reden is om te denken dat de kerken zullen volstromen, dan zijn die vierentwintig mensen over een tijdje zeker voldoende.”

In januari zei de voorzitter van uw ondernemingsraad dat ze zich zorgen maakte dat zoveel functies in zo weinig handen terecht gekomen zijn. Ze vreesde het tekort aan deskundigheid.

„We hebben veel van de middenlaag moeten wegsnijden, inderdaad. Daarmee komen we minder aan bijvoorbeeld jongerenwerk toe. Er is wel een regiovicaris die dat onder zijn beheer heeft, net als catechese, ook erg belangrijk. Maar ondersteuning heeft hij niet. Dat is lastig en vervelend, maar het is niet anders.”

Gezien de vele functies die u bekleedt, bespaart u het bisdom veel geld. Is het verstandig om zoveel verschillende taken in één hand te houden?

„Ik zie niet waarom dat een probleem is. Wat moeten we anders? We hebben niemand in huis die dit kan, iemand inhuren is te duur.”

Zijn er geen katholieke prominenten in Nederland op wie u een beroep zou kunnen doen?

„Vergeet niet, dat er ook een geloofsinhoudelijke kant aan het werk als econoom zit. Voor je iemand hebt ingewerkt, is het probleem over.”

Waarom vervangt u de door ziekte tijdelijk uitgeschakelde econoom, terwijl er een vice-econoom is?

„De vice-econoom heeft vooral als taak het maken en controleren van de jaarrekeningen van de parochies. Dat gebeurde eerst door accountants, maar het is veel goedkoper om dat zelf te doen. Zo is er een direct contact tussen het aartsbisdom en de parochies, ook financieel gezien en dat werkt beter.

We hebben in goed overleg besloten dat ik plaatsvervangend econoom ben, uiteraard in het belang van het aartsbisdom. Het is gewoon een managementfunctie met een sterk financiële component. Je hoeft er geen econoom voor te zijn. Dat zijn de economen van de andere bisdommen ook niet. Onze eigen econoom ook niet, trouwens. Die is registeraccountant.”

Wat doet een kanselier eigenlijk?

„Het is de secretaris van de aartsbisschop. Onder de voorganger van mgr. Eijk was de secretaresse de kanselier. Zij zette de handtekening onder documenten. Dat was de magerste variant. Bij ons is het iets minder mager. Maar het kost niet veel tijd. En als perschef heb ik soms weken niets te doen. Dus het is goed te combineren. Het loopt hier goed, het leidt niet tot problemen.”

Blijft de vraag of het wenselijk is om pers, personeel, priesters en penningen in één hand te hebben. Wie is degene die u controleert?

„Dat is de aartsbisschop natuurlijk. En we hebben ook een raad voor de financiën. En de Raad voor economische aangelegenheden. Ik heb net de begroting met hen doorgenomen.”

Waarom wil aartsbisschop Eijk eigenlijk geen interview met Trouw?

„De aartsbisschop is erg terughoudend met de media. We zijn bang voor overexposure. ’Pauw en Witteman’ deden op een gegeven moment elke week wel een verzoek. Elke week op de tv, dat is niet goed.”

Trouw is een krant, geen tv.

„We zijn selectief.”

Is dat de keuze van de aartsbisschop of uw advies?

„De aartsbisschop beslist uiteraard, maar ik adviseer hem. We, dus de aartsbisschop en ik, zijn het op dit punt helemaal met elkaar eens.”

mailIcon print |