Joke Schalkwijk (58), kookboekenverzamelaarster (1032) uit Honselersdijk:
„De herinnering kwam toen ik van iemand een tas zoete appelen kreeg, waarvan ik dacht dat ze niet meer te koop waren. Vroeger hadden we die bij ons in de tuin.
Begin jaren zestig. Het is eind september en ik zit met mijn vier zussen in de boomgaard, onder de boom met zoete appeltjes. We hadden allerlei appelbomen, maar de zoete appels vielen altijd als laatste van de boom. Die gingen in de hete bliksem. Daar waren we dol op, alleen hadden we geen zin om af te wachten. Wij wilden ze de boom uit hebben! De rode sterappeltjes lagen al wel op de grond en je raadt het al, dat werd met een sterappeltje gooien naar de zoete appels. We zaten op waterpolo, dus we konden goed mikken en plof, plof, succes! Triomfantelijk gingen we naar moeders: ’En nu gaan we hete bliksem eten!’. Maar streng als ze was - ze had ons allang bezig gezien – ging dat niet door, want ze moesten eerst gedroogd worden. Wat waren wij teleurgesteld!
Dat drogen was echt kinderarbeid. De zoete appelen moesten geschild en van pitjes ontdaan, daarna hingen we ze in partjes aan een katoenen draad geregen in de schoorsteenmantel achter de haard. Een kolenhaard natuurlijk, dat was toen normaal. Na ongeveer twee weken waren ze droog en werden ze in papieren zakken in de voorraadkast gehangen. Toen mijn moeder naar een aanleunwoning verhuisde, kwamen we nog allemaal zakjes appel tegen. Mijn zus is altijd in ons ouderlijk huis blijven wonen maar vorig jaar heeft ze het verkocht, en ik dacht meteen: dag, lekkere appeltjes... Inmiddels heb ik zelf een zoete-appelboompje geplant, maar hij wil nog niet zo groeien.”
2 kilo aardappelen, 1 kilo appelen (waarvan eenderde zuur en tweederde zoet), 2 theelepels zout, 1 theelepel peper, 2 theelepels kaneel
Belangrijk bij hete bliksem is dat je een juiste balans hebt van zure en zoete appels. Bij Joke Wubben-Schalkwijk hadden ze zure goudrenetten en zoete Ermgaards in de ouderlijke boomgaard, maar de tegenwoordig alom verkrijgbare Gala doet het ook goed. Volgens Joke is hete bliksem maken met vers geschilde appels echt minder lekker. De gedroogde appels hingen vroeger altijd als een soort slingers in de schoorsteen, reuze feestelijk. Maar tegenwoordig hebben nog maar weinig mensen een haard, zijzelf ook niet. Maar ja, „je wilt toch weer de smaak van toen, van met de hele meute om de tafel” en daarom heeft ze al van alles geprobeerd om die hete-bliksemsmaak van vroeger terug te vinden. Appeltjes drogen in de oven beviel niet goed, „dat werden verschrompelde dingen”. Uiteindelijk heeft ze een blancheer-methode ontwikkeld die heel goed bevalt. Schil de zoete appels, verwijder het klokhuis en snij ze in kwarten. Breng een pan met ruim water aan de kook en blancheer de appels twee minuten. Neem brandschone, met hete soda afgewassen glazen potten (Joke zweert bij grote HAK-potten van 720 gram) en schep de appelen erin. Vul aan tot de rand met een scheutje kookvocht. Draai het deksel erop, zet de pot 5 minuten op zijn kop en laat afkoelen. Blijft jaren goed. Eén zo’n pot is precies de hoeveelheid voor dit recept.
Snij de geschilde aardappels in stukken. Zet ze op met ruim water en zout en kook ze in 20 minuten gaar. Voeg halverwege de appels toe. De zoete appels voorbewerkt als hierboven beschreven en afgegoten in een vergiet, de zure appels (1 à 2 goudrenetten) mogen geschild en in stukken erdoor. Giet af, voeg peper en kaneel toe en stamp alles tot een grove puree. De appels vallen tijdens het koken uit elkaar, maar de bedoeling is dat er nog wat stukjes inzitten. Beetje flauw? Meer peper en/of kaneel erdoor. Ook lekker met gesudderd stoofvlees erbij.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.