*

 

'Je bent nooit klaar met turnen'

Rob Velthuis − 10/10/09, 00:00

Het liefst zou Bart Deurloo een dag voor de WK een oefening nog veranderen. Die avontuurlijkheid zal de turnrevelatie moeten intomen.

Als je Bart Deurloo vraagt naar zijn idolen, noemt hij zonder te twijfelen Japanse topturners. Het kan geen toeval zijn, hij heeft dezelfde ranke bouw als de Aziatische acrobaten.

Dat zal ongetwijfeld veranderen. De pas achttienjarige Deurloo mag zich als meerkamper overtuigend hebben geplaatst voor de WK van komende week, tussen de wereldtop zal hij in Londen vooral opvallen door onvolgroeidheid.

Dat geldt zowel mentaal als fysiek. Deurloo is als een jonge hond, constant op zoek naar nieuwe ontdekkingen. En over zijn bovenlichaam lopen nog niet de spierkabels die de volgroeide concurrentie kenmerkt.

Met presteren onder hoge druk heeft hij weinig ervaring. „Ik moet ik afwachten hoe dat in Londen gaat. Het doel is vlekkeloos turnen. Haal ik daarmee de allroundfinale, dan zou dat geweldig zijn.”

Als junior deed Deurloo slechts één keer mee aan een Europees kampioenschap. Het talent dat in Rotterdam werd gevormd door Jos Eigenbrood en later Rob Stout heeft sinds zijn overstap naar het nationale topturncentrum in Den Bosch enorme stappen gemaakt. Het is verre van gewoon dat een meerkamper binnen enkele weken zijn persoonlijke record met tweeënhalve punt verbetert. Dat gebeurde in de tweede WK-kwalificatiewedstrijd, waarin hij een score bereikte van 87.500. Dat totaal zou tijdens de afgelopen EK een medaille hebben opgeleverd.

Bram van Bokhoven, sinds deze zomer zijn trainer, wil die score graag relativeren. „In eigen land is 87.5 heel mooi, maar internationaal gejureerd worden is andere koek. Dan weet je pas echt hoe goed je bent.”

De trainer roemt zijn pupil om de vrijheid waarmee hij turnt. Ook onder druk behield hij vorige week tijdens een wereldbekerwedstrijd in Hongarije zijn onbevangenheid en won goud, zilver en brons. „Mijn motto is, dat het altijd beter kan”, aldus Deurloo. „De volgende keer moet het dus twee keer goud zijn.”

Nee, de jonge turner heeft geen last van hoogmoed of zelfoverschatting. Deurloo hoort al jaren dat hij een geweldig talent is, maar redeneert: „Eerst zelf zien, dan geloven. Het is geweldig dat ik de WK heb gehaald, maar ik moet daar wel wat laten zien. En niet één keer, maar ook de volgende keren. Dan pas mag ik zeggen dat ik iets heb bereikt. Dat heb ik nu echt nog niet.”

Het grote doel ligt niet al komende week in de olympische O2 Arena van Londen, maar tijdens de Spelen van 2012 in de Engelse hoofdstad. „Het zou geweldig zijn als we daar met een meerkampteam zijn.”

Over specialisatie peinst Deurloo niet, hij is een klassieke turner, gefascineerd door veelzijdigheid. „Vloer en rekstok zijn mijn favoriete onderdelen. Maar ik ben allrounder, de combinatie van zes toestellen vormt de uitdaging.”

„Het mooie van turnen is dat je constant nieuwe dingen leert die andere mensen niet kunnen. Daarom is het een interessante sport. Voetbal is achter een bal aan hollen en die in het doel schieten, al komt daar natuurlijk wel meer bij kijken. Maar turnen biedt zoveel meer. Kracht, houdingen vasthouden, rotaties maken, techniek aanleren, lenig en mentaal en fysiek sterk zijn. Alles zit erin en je kunt het niet zomaar. Het vergt lang trainen voordat je een salto volmaakt kunt uitvoeren.”

„Deze sport is zó veelzijdig. Je bent nooit klaar, altijd valt er iets te verbeteren.” Daarin moet Deurloo wel worden afgeremd. Van Bokhoven merkt op dat zijn pupil in de week voor de WK nog voorstelde een oefening te wijzigen. „Hij dacht daar eentiende punt mee te winnen, maar hij vergeet dat één kleine wijziging de hele oefening verandert.”

Deurloo: „De wil om te veranderen komt niet voort uit onzekerheid, maar uit gretigheid. Ik ben leergierig, pik dingen snel op en denk er niet altijd bij na dat het tijd kost om iets nieuws in te slijpen. Vroeger was ik constant bezig met nieuwe dingen. Ik heb geleerd dat mijn oefening eerst stabiel moet zijn voordat ik iets anders kan uitproberen.”

De student Sport en Bewegen noemt zichzelf een stabiele turner. „Ik val niet vaak tijdens wedstrijden.” Kenners noemen het opvallend dat hij als achttienjarige al zo’n hoog niveau heeft bereikt. „Sterker worden is belangrijk, de spierbundels van Yuri van Gelder heb ik als allrounder niet nodig, maar ik moet er wel naar streven.”

De weg naar de turntop is er een van pijn lijden. Vorig jaar werd Deurloo aan zijn schouders geopereerd. De gewrichten blijven stijf, waardoor het moeite kost op ringen en rekstok bepaalde oefeningen uit te voeren. „Pijn is fijn”, ontglipt hem. Om meteen te relativeren: „Door te turnen leer je leven met pijn, al is dat niet altijd even fijn.”

mailIcon print |