*

 

'De hemel is onze toekomst'

Sandra Kooke − 28/11/09, 00:00

Zolang de mens bestaat, maakt hij zich een voorstelling van de dood. In het grote Niets projecteren mensen hun wensen en verlangens: de hemel. Trouw besteedt in de serie ’Hemelbeelden’ aandacht aan de voorstellingen van de hemel door de eeuwen heen. Aflevering 2: de hemel is pas sinds kort voor de mens.

Het is de tweede eeuw voor Christus. Israël is ingenomen door de Grieken en maakt deel uit van het hellenistische rijk dat Alexander de Grote heeft gesticht. Vrome joden, die zich aan de religieuze voorschriften houden, hebben er geen leven. Wie besneden is en geen varkensvlees eet enzovoorts, wordt gruwelijk dood gemarteld.

In die tijd, beschreven in de apocriefe boeken van de Makkabeeën, als het erop lijkt dat God het Joodse volk in de steek heeft gelaten, komt de gedachte op aan een leven na de dood.

Tot die tijd zat in de dood een zekere troost, vertelt Joep Dubbink, predikant in Zeist en bijzonder hoogleraar bijbelse theologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. „Want het einde was voor iedereen gelijk. De schurk hoefde niet te denken dat hij vrijuit ging. Wacht maar op zijn einde.”

Maar het idee dat de dood voor rechtvaardigheid zorgde, werd moeilijk houdbaar toen het sterven voor de vromen zoveel zwaarder werd dan voor hun tegenstanders. Dubbink: „Hoe kan dit, vroeg men zich af. Waar is de rechtvaardige God als ook de dood zo onrechtvaardig is. Toen gingen deze joden openstaan voor de gedachte van een rechtvaardiging na de dood.” De joden werden hierbij ongetwijfeld op gang geholpen door omliggende culturen, met name het gedachtegoed van de Perzische profeet Zarathoestra die stelde dat alle doden eens zouden verrijzen.

Deze ommekeer in het denken over de dood verklaart het grote verschil op dit vlak tussen het Oude en het Nieuwe Testament. Het Oude Testament is kort over de dood: de dood is het einde. „Het is een echte breuk met het leven”, verklaart Dubbink. „Wat er daarna is, weten de schrijvers van het Oude Testament niet goed. Het is in elk geval geen aanlokkelijk perspectief. De zielen zitten in sombere holen te knarsen. Een mooie bijbelse uitdrukking voor sterven is: tot je vaderen vergaderd worden. Maar die zitten niet in de hemel, maar in het dodenrijk. En daarom zegt Prediker ergens heel cynisch: ’Beter een levende hond dan een dode leeuw’. Een leeuw mag wel een edeler dier zijn, maar daar heb je niks aan als je dood bent.”

Wanneer het Oude Testament is geschreven, weten we niet precies. De meeste deskundigen gaan uit van de vijfde tot de tweede eeuw voor Chr. In die tijd filosofeerden een paar duizend kilometer verderop de Grieken in Athene al over de onsterfelijke ziel die na de dood omhoog zou gaan. De bijbelse profeten hielden zich in die tijd nog met aardser dingen bezig. Dubbink: „Het Oude Testament gaat over politiek, de actualiteit, over koningen, oorlogen en onderdrukking. Gods stem klinkt daar wel doorheen, maar het blijft een verhaal over het gewone leven.”

De hemel is volgens de schrijvers van het Oude Testament de verblijfplaats van God. In een visioen beschrijft Ezechiël een koepel van ijs. ’En boven die koepel zag ik iets dat leek op een troon van saffier, en daarboven, op die troon, zag ik een gedaante als van een mens. Vanaf wat zijn lendenen leken te zijn naar boven toe zag ik iets dat glansde als wit goud en door iets als vuur omgeven was, en naar beneden toe zag ik iets als vuur, omgeven door een stralende gloed. Zoals de boog die bij regen verschijnt in de wolken, zo zag die gloed eruit’.

God ziet vanuit de hemel neer op de aarde, lezen we in het Oude Testament. Gewone mensen hebben daar niets te zoeken. ’God is in de hemel en jij bent op aarde’, zegt Prediker. Maar er zijn een paar uitzonderingen. Henoch, een van de aartsvaders ’wandelde met God’. En hij was niet meer, want God had hem opgenomen, staat er vervolgens. De profeet Elia werd op een strijdwagen van vuur in een stormwind meegevoerd naar de hemel. Dubbink: „Zij zijn de uitzonderingen die de regel bevestigen. Slechts een paar groten hebben geen graf op aarde. Dat veronderstelt dat zij naar de hemel zijn gegaan. Vandaar dat Elia nog regelmatig in visoenen opduikt. Ook Mozes, die door God begraven zou zijn, en veel later Jezus die naar de hemel is gevaren, hebben zo’n ’open einde’.”

Het leven is dus waar het om draait in het Oude Testament. Bij gebrek aan een leven na de dood vindt de beloning of vergelding voor een goed of slecht leven al tijdens het leven plaats, in de vorm van wel of niet een lang leven, het aantal kinderen of rijkdom. Dubbink: „Jesaja beschrijft in een visioen dat God een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zal maken, waar iedereen minstens honderd jaar zal worden. Een lang leven was een zegen. Het perspectief van de mens ging niet verder.”

Tot de onderdrukking tot ín de dood de geesten rijp maakte voor de gedachte dat er na de dood nog iets moest komen. „Er knapte toen iets”, zegt ook Wim Weren, hoogleraar bijbelwetenschappen (Nieuwe Testament) aan de Universiteit van Tilburg. „De joden merkten dat het kwaad de vromen trof en niet de slechten. Er ontstond een doorbraak in het denken: dan komt het pas na de dood goed. Aan het einde der tijden, dachten ze, zou recht worden gedaan. Dan zouden de doden opstaan uit de dood en God zou over iedereen rechtspreken. De goeden zouden naar de heerlijkheid gaan – de hemel, het licht, de vrede – en de slechten naar de duisternis en de kwellingen. Men ging er vanuit dat het einde der tijden voor de deur stond.”

Dat gereedliggende concept van opstaan uit de dood, de verrijzenis, werd vervolgens door de volgelingen van Jezus op hem toegepast. Jezus stierf de marteldood na een goed leven, net als de vrome joden uit de tijd van de Makkabeeën. Weren: „Daarna werd het opstandingsidee toegepast op alle mensen.”

Maar de opstanding zelf is in het Nieuwe Testament niet de redding waarop men hoopt, zegt Weren. „Het gaat niet om het bezitten van eeuwig leven maar om de beloning of de bestraffing na de dood. Hoe het eeuwig leven er vervolgens uitziet, daar zegt de Bijbel niet veel over. Eeuwig licht is een beeld, eeuwige rust een ander.”

In het Nieuwe Testament is er soms wel discussie over, zoals wanneer de Sadduceeën pesterig aan Jezus de vraag voorleggen van wie, na de opstanding, de vrouw is die achtereenvolgens met zeven broers die om de beurt stierven, getrouwd is geweest. Wie is dan haar echte man? Maar Jezus antwoordt dat men na de opstanding niet meer trouwt. Het leven is dan totaal anders dan nu.

Veel meer dan dat is er in het Nieuwe Testament niet te vinden, meent Weren. „De gedachte dat de mens een onsterfelijke ziel heeft komt van de Griekse filosofie. Plato meent dat de mens een sterfelijk lichaam heeft, maar een onsterfelijke ziel die na de dood omhoog rijst, naar de hemel. Dat idee heeft later – na de tijd van het Nieuwe Testament – veel invloed gehad op het christendom.”

De belangrijkste bijbelse bron voor het denken over een concrete hemel is Openbaring, het boek dat Johannes (niet de discipel) tegen het einde van de eerste eeuw schreef op basis van visioenen die hij had gekregen. Johannes ziet de hemelse stad Jeruzalem, waar aan het einde der tijden de uitverkorenen zullen leven. Maar deze stad zal neerdalen op aarde, benadrukt Weren. Dus zelfs hier schetst de Bijbel ons geen hemels vergezicht. Weren: „De hemel is niet boven ons, maar voor ons. Het is de toekomst die ons wacht.”

Streamer: Spreuken 115, vers 16 en 17

De hemel is de hemel van de Heer

De aarde heeft hij aan de mensen gegeven.

Niet de doden loven de Heer

Niet wie zijn afgedaald in de stilte

Streamer: uit Openbaring 21

Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, uit de hemel neerdalen, bij God vandaan.. De stad schitterde door Gods luister, met een schittering als van een edelsteen, als een kristalheldere jaspis. Ze had een grote, hoge muur met twaalf poorten en bij elke poort stond een engel.

mailIcon print |