Vele miljarden euro’s zijn nodig om klimaatproblemen op te lossen in arme landen. Waar komt dat geld vandaan en waar komt het terecht?
De klimaatconferentie in Kopenhagen, die over ruim een week begint, kan nog altijd een succes opleveren. Geen juridisch dichtgetimmerd verdrag misschien, maar wel een politiek akkoord waar de wereldleiders moreel aan gebonden zijn.
Veel geld van de rijke landen is nodig voor zo’n akkoord. Want de ontwikkelingslanden, die nu al geconfronteerd worden met de gevolgen van klimaatverandering, kunnen die problemen niet zelf oplossen.
Op een bijeenkomst over klimaatfinanciering, eerder deze week in Brussel, legde ambassadeur Patrick Gomes van de voormalige Britse kolonie Guyana de bal in het westerse kamp. Het buurland van Suriname, dat ook door Hollanders en Zeeuwen is gekoloniseerd, kampt nu al regelmatig met ernstige overstromingen in de laag gelegen kuststrook.
„De kolonisten hadden al snel door dat de laag liggende gebieden aan de Caribische kust heel vruchtbaar zijn”, aldus Gomes. „Wij waren dus belangrijk voor de ontwikkeling van Europa. Is het dan onterecht om nu hulp te vragen bij het aanpassen aan de klimaatverandering?”
Volgens een rapport van herverzekeringmaatschappij Swiss Re loopt Guyana nu al een flink deel van het nationaal inkomen mis, door de klimaatverandering. In de toekomst kan de schade verder oplopen. Dat geldt ook voor andere gebieden, zoals het noorden van China. Daar lijdt de landbouw onder droogte.
De rekening komt terecht bij mensen die helemaal geen geld hebben, zegt ambassadeur Gomes. Daarom is hij blij met ieder initiatief dat nieuwe fondsen oplevert. Zo heeft Noorwegen onlangs 250 miljoen dollar toegezegd om de ontbossing in Guyana tegen te gaan.
De Europese Commissie schat dat vanaf 2020 per jaar 22 miljard tot vijftig miljard euro nodig is uit publieke middelen. Dat moet extra geld zijn naast de bestaande ontwikkelingshulp, daar is iedereen het over eens. Maar wat is extra?
’Meer geld dan nu gegeven wordt’ is mooi genoeg, meent de Europese Unie. Maar de arme landen eisen extra geld bovenop het afgesproken streefcijfer voor ontwikkelingshulp: 0,7 procent van het nationaal inkomen, een doel dat weinig landen nu halen – Nederland wel. „We hebben extra financiering nodig”, zegt Gomes.
Maar als die stroom straks op gang komt, wie gaat al dat geld dan doorsluizen naar de goede projecten? De arme landen pleiten voor een nieuw, democratisch geleid, ’groen fonds’ dat de miljarden inzamelt en verdeelt. De bestaande instellingen, zoals de Wereldbank, vertrouwen ze niet. Die zouden de westerse belangen toch voorop stellen.
Dat belooft nog een stevige discussie in Kopenhagen. „Zo’n nieuw fonds wordt een ramp”, zegt Stefano Manservisi, de hoogste Europese ambtenaar voor ontwikkelingssamenwerking. „Het is zinloos om weer een nieuwe instelling te beginnen, naast de instellingen en kanalen die er nu al zijn. Dat levert alleen maar extra bureaucratie op.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.