Honduras kiest morgen een nieuwe president. Maar dat lijkt geen einde te maken aan de constitutionele chaos na de afzetting van Zelaya.
De president die Honduras morgen kiest, zal niet erkend worden door Brazilië, Argentinië en Venezuela. Maar wel door Costa Rica, en mogelijk de Verenigde Staten. Volgens een adviseur van de Braziliaanse president Lula da Silva kan dat de relatie tussen de VS en Latijns-Amerika flink verzuren.
Brazilië vindt dat Honduras geen eerlijke verkiezingen kan hebben terwijl de rechtmatige president, Manuel Zelaya, nog als vluchteling in de Braziliaanse ambassade in de hoofdstad zit. Zelaya werd op 28 juni door het leger opgepakt en per vliegtuig naar Costa Rica gebracht. Met het doorzetten van zijn controversiële plan voor een referendum over de grondwet, tegelijk met de presidentsverkiezingen van zondag, had hij volgens Congres en Hooggerechtshof de grondwet overtreden. In september wist hij het land weer binnen te komen. Als hij de ambassade verlaat, wacht hem arrestatie.
Honduras heeft de afgelopen jaren steeds conservatieve presidenten gehad, afwisselend van de Partido Liberal (PL) en de Partido Nacional. Zelaya werd vier jaar geleden verkozen als kandidaat van de PL. Vorig jaar verraste hij zijn partijgenoten door een progressieve koers te gaan varen, en aansluiting te zoeken bij de Venezolaanse president Hugo Chávez. Vooral dat laatste zou de elite van het land, ongeacht partijvoorkeur, ertoe hebben gebracht de president met geweld te verwijderen.
De staatsgreep werd in heel Latijns-Amerika, en ook door de VS en Europa, veroordeeld. Nadat Zelaya zijn intrek nam in de Braziliaanse ambassade, zag het ernaar uit dat hij terug zou kunnen komen op zijn post. Hij zou toe kunnen zien hoe het volk zijn opvolger koos en dan op 27 januari volgend jaar, als de nieuwe president zijn ambt aanvaardt, stilletjes in de politieke nacht vertrekken – conform de grondwet, die zegt dat een gewezen president nooit meer staatshoofd mag worden.
Maar dit compromis, met Amerikaanse bemiddeling bereikt, lijkt nu een dode letter. Het hield in dat Zelaya in zijn functie kon worden hersteld door het Congres dat hem afzette. Dat zou eerst nog advies vragen aan het Hooggerechtshof. Maar dat hof oordeelde deze week dat Zelaya niet in zijn functie kon terugkeren zo lang de tegen hem ingediende aanklachten – onder meer landverraad – niet waren onderzocht. En het Congres stelde zijn beslissing uit tot na de verkiezingen van zondag.
Daarop meldde Zelaya dat het dan voor hem niet meer hoefde. Hij riep een boycot uit van de verkiezingen.
De 3,6 miljoen stemgerechtigde Hondurezen die in het land zelf wonen (nog eens een miljoen bevinden zich elders, vooral in de VS) lijken volgens peilingen het meest te voelen voor Porfirio Lobo, kandidaat van de Partido Nacional. Lobo, die in 2005 met enkele procenten verschil van Zelaya verloor, studeerde ooit aan de Patrice Lumumba universiteit in Moskou, maar hervond zijn conservatieve wortels aan de universiteit van Miami.
Een van zijn belangrijkste thema’s is de veiligheid en dan vooral het bestrijden van de maras, de jeugdbenden die Honduras en andere Midden-Amerikaanse landen teisteren.
Zowel Lobo als zijn belangrijkste tegenstander, Elvin Santos van de PL, heeft het probleem van de afgezette president in de campagne zorgvuldig vermeden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.