Het Nederlandse profvoetbal telt nog altijd 38 clubs. Dat is veel, in een begrensde markt. Voor de geloofwaardigheid moet toch eens ergens de stekker eruit.
Een berichtje in de marge van het sportnieuws van de afgelopen week: eerstedivisieclub Haarlem zit bijna zonder gas en licht. De toevoer wordt afgesloten als achterstallige betalingen niet snel worden voldaan. Vers in het geheugen ligt nog de ’redding’ van RKC waarvoor fans 150.000 euro moeten bijdragen – niet eenmalig, maar jaarlijks. Bingo-avonden in Brabant, en dan gaat het hoe dan ook om een club in de hoogste Nederlandse voetbalklasse.
KNVB-directeur Kesler mag graag zeggen dat hij voor gezond betaald voetbal staat. Hij zal het nooit hardop zeggen, maar zó had hij het profvoetbal niet willen achterlaten als hij volgend jaar aftreedt: met nog altijd achttien clubs in de eredivisie en liefst twintig in de eerste divisie. Eindhoven en Fortuna Sittard leken recentelijk te moeten verdwijnen, maar dat werd in het eerste geval met een karakteristieke reddingsoperatie voorkomen en in het tweede door de rechter.
De financiële cijfers van de clubs worden door de licentiecommissie van de KNVB al enige jaren strenger bekeken. Maar commissievoorman Francis stelde onlangs in Voetbal International dat onder zijn hoede nog geen club failliet is gegaan. Daar sprak een zekere trots uit, waarmee vraagtekens konden worden geplaatst bij de slagkracht van de KNVB.
Directeur Kesler stelt op deze pagina subtiel dat de eerste divisie beter af zou zijn met een nu nog ambitieuze amateurclub als Rijnsburgse Boys in de plaats van Eindhoven. Daarmee verwijst hij naar de aanstaande promotie/degradatie-regeling tussen prof- en amateurvoetbal. Maar een verrijking in brede zin mag daarvan niet worden verwacht, óók omdat bepaalde welvarende amateurclubs beleefd zullen passen voor een profbestaan.
Zo aanlokkelijk is het werkelijk niet, in de middenmoot en daaronder. Illustratief zijn in Nederland de schrale tv-contracten. Betaalzenders komen hier, met een in de breedte daarvoor te oninteressante competitie, niet of slechts moeizaam van de grond. Bij gebrek aan bieders exploiteren de clubs sinds vorig seizoen hun eigen tv-kanaal, dat bij 800.000 abonnees rendabel zou zijn. Omdat het voorlopig bij de helft (of minder) is gestokt, is de clubs al geadviseerd minder tv-gelden in de begroting op te nemen.
Het Franse Olympique Lyon, niet eens Europese top, ontvangt aan media-inkomsten meer dan de gehele eredivisie. Real Madrid sloot een zevenjarig contract voor 870 miljoen euro af. Daarmee is duidelijk dat er voor Nederland geen rol weggelegd kan zijn in de internationalisering van de competities die door snelle denkers in voetballand wordt voorzien. De mogelijkheid om zich daarvoor nog enigszins te bewapen werd begin deze eeuw al afgekapt.
Met een scherp oog voor de beperkingen van de tv-markt pleitte oud-PSV-voorzitter Van Raaij destijds voor een alternatieve Europese competitie, met vergelijkbare landen uit het tweede en derde segment. Zijn plan werd met conservatieve sentimenten weggehoond. KNVB-voorzitter Van Praag, die nogal laat besefte dat het zo’n vreemd voorstel niet was geweest, vond geen gehoor toen hij het idee van Van Raaij dit jaar oprakelde. De Uefa heeft zijn vernieuwde Europa League, waarin een hoofdrol voor Nederland niet mag worden verwacht, en in de Champions League sprokkelde AZ tot dusverre drie puntjes, even weinig als PSV vorig seizoen.
Toch is de nodige relativering gepast. In een Uefa-rapport wordt de Nederlandse competitie op het niveau ingeschaald van die van Portugal en Turkije, landen met even begrensde markten. Mag of moet in Nederland méér worden gevraagd?
Een veelgehoord doembeeld is dat Nederland naar het peil van Denemarken zou afzakken. Dat is een land dat sinds jaar en dag óók tal van talenten aflevert en zich geregeld voor eindtoernooien plaatst, zoals nu voor het WK. Zo’n schande kan dat allemaal niet zijn. Het is voor de geloofwaardigheid van het Nederlandse voetbal hooguit wenselijk dat nu toch eens ergens de stekker eruit wordt getrokken – desnoods dan maar door de energieleverancier in Haarlem.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.