*

 

Kritiek scholen op Asscher-norm

Harriët Salm − 28/11/09, 00:00

Fikse ruzie is uitgebroken tussen PvdA-wethouder Asscher en de besturen van alle basisscholen in Amsterdam. Asscher legt ze een eigen kwaliteitsnorm op. ’Onverteerbaar’, zeggen de scholen.

Hij is verbaasd over de emoties die het vrijgeven van prestaties van Amsterdamse basisscholen deze week heeft veroorzaakt in zijn stad, zegt wethouder Lodewijk Asscher (PvdA). „Ik heb een hekel aan ruzie, maar ik ga die cijfers toch niet achterhouden?”

De besturen van alle 208 Amsterdamse basisscholen vinden wel degelijk dat hij dat had moeten doen. Want de wethouder, die de bevindingen woensdag aan de gemeenteraad stuurde, koppelt gegevens over recente Cito-scores en leerachterstanden aan eigen criteria over goed onderwijs.

De uitkomst is niet gunstig. De wethouder maakt zich inmiddels ’grote zorgen’ over 65 basisscholen. Dat is bijna het dubbele van het aantal scholen dat de onderwijsinspectie ’zwak’ of ’zeer zwak’ noemt.

René Peeters, voorzitter van de gezamenlijke schoolbesturen: „Wij moeten tegenwoordig blijkbaar aan twee normen voldoen: die van de inspectie én die van Asscher. De Asschernorm diskwalificeert scholen die door de inspectie als goed worden beschouwd. Wat denkt u dat dit voor de medewerkers en de ouders op die scholen betekent? Onverteerbaar.”

Wethouder Asscher vindt die reactie overtrokken. „Wij willen meer ambitie in scholen brengen. De kansen voor kinderen in de stad zijn niet gelijk, doordat er scholen zijn die veel beter kunnen presteren.”

Maar, erkent hij, een gemeente gaat niet over de kwaliteit van de scholen. Die gaat alleen over de huisvesting. Asscher wil zich daar niet bij neerleggen. De stad heeft voortdurend te maken met de gevolgen van falend onderwijs: uitval kan leiden tot criminaliteit, intolerantie, overlast. „Ik kan dus als stadsbestuurder niet afzijdig blijven bij wat er op de basisscholen gebeurt, al ligt dit formeel niet binnen mijn verantwoordelijkheid.”

De inspectie doet in zijn ogen niet meer dan toezicht houden; de gemeente wil ook actief in de klas voor verbetering zorgen. De wethouder huurde daarom twee jaar geleden een aantal oud-onderwijsinspecteurs in, die zwakke basisscholen assisteren bij het opkrikken van de kwaliteit van het onderwijs.

Inmiddels, vertelt Asscher, zijn er zo’n zestig scholen die vrijwillig en met steun van de gemeente aan verbetering werken. „Met resultaat, ook de onderwijsinspectie ziet dit, want een aantal van die scholen is nu niet meer zwak of zeer zwak.”

Asscher legt dezelfde minimumnorm op aan alle scholen, of ze nu in een rijke witte buurt staan of in een zwarte achterstandswijk. De Cito-score en het vervolgonderwijs spelen een grote rol in zijn beoordeling: is het niet logisch dat zo’n witte school dan beter scoort? De schoolbesturen denken van wel en vinden de Asscher-norm daarom ’oneerlijk’. Maar er zijn scholen in achterstandsbuurten die de ambities wél halen: het kan dus wel, reageert de wethouder.

Asscher: „Als je van tevoren al roept dat een kind met een bepaalde achtergrond een bepaald niveau nooit zal halen, dan kan dat desastreus uitpakken. Uit onderzoek blijkt dat kinderen presteren naar de verwachting die ouders en leerkrachten hebben.”

Peeters erkent dat de afgelopen twee jaar goed is samengewerkt met de wethouder. „We hebben hem in vertrouwen ook alle cijfers ter beschikking gesteld.” Hij had die niet openbaar moeten maken, gekoppeld aan een eigen norm, blijft zijn overtuiging. „Het gaat slecht met de PvdA; Asscher wil blijkbaar politiek scoren over de ruggen van de basisscholen.”

Minister Plasterk (onderwijs) ontving gisteren een brief van de besturen waarin hem wordt gevraagd in te grijpen. Het ministerie meldde gisteren met de partijen in overleg te zullen treden om een oplossing te vinden voor het conflict.

mailIcon print |