Oud-SS’er Heinrich Boere, beschuldigd van de moord in 1944 op drie Nederlanders, heeft eindelijk zelf gesproken in de rechtszaal. Een woord van spijt bleef uit.
Voor de eerste keer sinds het begin van het proces voor de rechtbank in Aken heeft oorlogsmisdadiger Heinrich Boere zelf het woord gevoerd. Nadat zijn advocaat een persoonlijke verklaring van zijn cliƫnt had voorgelezen, antwoordde Boere gisteren welwillend op vragen van rechtbankvoorzitter Gerd Nohl.
De herinneringen aan vroeger, aan de armoede thuis, aan zijn jaren in het Duitse leger, zijn slimme ontsnapping uit Nederlandse gevangenschap, stemden hem haast een beetje melancholiek.
Boere meed in zijn verklaring zorgvuldig de periode waarin hij lid was van het geheime Silbertannecommando van voormalig Oostfront-strijders, dat lukraak Nederlanders liquideerde als represaille voor daden van het verzet. Hij sprak ook geen woord van spijt over zijn oorlogsverleden, maar hij antwoordde bereidwillig op vragen van de rechtbank.
Of hij zich de datum van 10 mei 1940 nog herinnerde, vroeg rechtbankvoorzitter Gerd Nohl. Natuurlijk, de dag dat Duitsland Nederland binnenviel, staat de 88-jarige voormalig frontsoldaat nog helder voor de geest. Hij was een jaar of achttien toen het gezin Boere woonde aan de Burgemeester van Akenstraat in Maastricht. Zijn ouders waren beiden niet fanatiek pro-Duits; vader was zelfs apolitiek, een vrijbuiter die bijna permanent werkloos was, zei Boere.
Maar bij de Duitse invasie, was er blijdschap in huize Boere. „Mijn moeder wekte me. Ze zei: ’Ze komen. Nu wordt alles beter’.” Zijn moeder, een Duitse, had altijd al gezegd dat het gezin het beter zou krijgen als de Duitsers er eenmaal zouden zijn.
En, werd het beter, vroeg rechter Nohl. „Ja, mijn broer kreeg werk, mijn zus, mijn vader. Er kwam weer geld binnen. Het werd beter.” Al spoedig kreeg het gezin huisbezoek van functionarissen van de NSDAP, de Nationaal Socialistische Duitse Arbeiders Partij, die vonden dat Heinrich Boere, nu het immers zo veel beter ging, wel wat terug kon doen ’voor de goede zaak’. Wat werd daarmee bedoeld, wilde Nohl weten. Boere: „Nou ja, het systeem steunen. Toen heb ik mij bij de Waffen SS aangemeld.”
De jonge Heinrich had in de stad affiches zien hangen waarop stond dat jonge Nederlanders die zich vrijwillig bij de SS aansloten, het Duitse staatsburgerschap zouden krijgen, na twee jaar de dienst al weer konden verlaten en dan konden rekenen op een goede baan als politieman of ambtenaar. Dat leek Boere wel wat.
Hij werd uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek in Maastricht. Uit honderd sollicitanten was Boere een van de vijftien uitverkorenen. „Toen hadden de Duitsers het nog voor het kiezen. Later namen ze iedereen die ze konden krijgen. Zo was dat.”
Tijdens de opleiding tot SS’er kregen ze de racistische nazipropagandafilm ’Die ewige Jude’ te zien, wist Boere nog. De opleiding was er vooral op gericht aan de soldaten het beginsel ’Befehl ist Befehl’ bij te brengen, zei hij. Aan het Russische front had hij zijn geweer niet een keer afgevuurd. Dat hij na de oorlog door de Nederlandse justitie bij verstek ter dood was veroordeeld, hoorde hij pas veel later, vertelde hij.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.