Geloven is een talent, vindt een goede vriend. Zijn dochter heeft er aanleg voor, net als hijzelf. Bij ons thuis zijn zoon en ik ermee behept. Zo praat zoon al jaren met mijn overleden vader, zet hij ’s avonds onzichtbare schilden om zijn bed die hem beschermen tegen spoken, monsters en ander gespuis, en ziet hij in het bos altijd gekleurde puntmutsjes – ’Daar, dáár!’ – wegschieten achter boomstronken.
Op donkere decemberavonden ontwaart hij in de buurt van schoorstenen schaduwen van mannen met baretten. Ook hoort hij regelmatig hoefgetrappel in de buurt van ons huis. Of hij ziet vanaf zijn fietsstoeltje nog nét de zoom van een rode, fluwelen mantel de hoek omgaan.
Dit alles in tegenstelling tot zijn jongere zusje: die kijkt haar broer wat meewarig aan om vervolgens droog te constateren dat zij helemaal niets ziet en niets hoort.
Toen dochter en zoon respectievelijk twee en drie jaar waren, hees een enthousiaste vader zich begin december in de crèche voor de ogen van de peuters in een witte jurk met rode cape, deed een baard voor, zette een mijter op, en voilà: daar stond Sinterklaas. Dat zag zelfs dochter.
Nu ze groter zijn, is er meer voor nodig. Wat helpt is dat de juffen kennelijk dagelijks aan het Sinterklaasjournaal gekluisterd zitten – net als hun leerlingen. Iedere ochtend spoeden de kinderen zich naar school om te zien of de pieten ook vannacht weer een belangrijke boodschap hebben achtergelaten op het bord.
Toch vraagt zelfs onze goedgelovige zoon zich met groeiende verwondering af waarom die pieten toch steeds langs de regenpijp omhoog klauteren terwijl onze achterdeur altijd open is. En gisteravond verlangde hij een sluitend antwoord op de vraag hoe die schimmel in vredesnaam op het dak komt. Tegen het kruisverhoor dat volgde, konden wij maar amper op.
Toch schuiven wij de onttovering graag nog een winter voor ons uit. Samen met de moeder van zoons beste vriend geniet ik iedere ochtend van de opgewonden stemmen als blijkt dat Piet inderdaad weer in het klaslokaal was.
Als ouder moet je de zaak natuurlijk wel een béétje ondersteunen. Vriendjes’ moeder griste gisteravond gedachteloos een cadeautje uit haar voorraadkast voor in de schoen.
Vanochtend gaf haar zoon het haar met een strak gezicht terug: hij had dat cadeautje vorige week op een feestje gekregen. Omdat hij het niet zo leuk vond, had zijn moeder gezegd: leg het maar in de voorraadkast.
Goedgelovig is één ding, maar ze zijn natuurlijk niet gek.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.