De hoofdlijnen voor een hogere AOW-leeftijd zijn vastgesteld, de details nog lang niet. Een volgend kabinet kan de voorstellen flink herzien.
Uiterst sociaal vindt PvdA-minister Bos (financiën) het AOW-voorstel van het kabinet. Volgens hem worden mensen die versleten raken en kwetsbare groepen namelijk beschermd. Een heel ander geluid kwam gisteren van zijn CDA-collega Donner van sociale zaken. Er zijn helemaal geen uitzonderingen; vanaf 2025 werkt iedereen tot zijn 67ste, is zijn boodschap.
Op de vraag hoe makkelijk het in de toekomst wordt om met 65 jaar te stoppen met werken, is geen eenduidig antwoord. Volgens Donner gaat men er dan zoveel in inkomen op achteruit dat daar niet veel animo voor zal zijn. Bos wijst juist op een korting die hoger is voor mensen met een lager inkomen.
Meer kwesties zijn niet voor één uitleg vatbaar. De komende tien jaar kunnen kabinet, Kamer, werkgevers en vakcentrales zich buigen over de vraag wat een zwaar beroep is. Wie werk heeft ’waarvan men redelijkheid niet kan verwachten dat werknemers deze langer dan veertig jaren kunnen vervullen zonder uitzonderlijke slijtage’, mag van zijn werkgever een andere baan eisen. Dat zullen niet veel beroepen zijn, voorspelt Donner. Cruciaal hiervoor is de invulling van ’uitzonderlijke slijtage’.
Maar als iemand na dertig jaar zwaar werk op straffe van een boete ander werk moet krijgen, wie neemt dan nog een stratenmaker aan die er al twintig jaar op heeft zitten? Welke werkgever geeft hem een vast contract? Wat voor eisen worden er gesteld aan de vervangende baan? Het zijn allemaal vragen waarop Donner gisteren nog geen antwoord had.
Dus moet er over de uitwerking nog flink worden onderhandeld met werkgevers en vakcentrales. Wellicht zullen zij veel serieuzer aan de slag moeten gaan met opleidingstrajecten. Op dit moment gaan veel mensen met zwaar werk op een gegeven moment ofwel ander werk doen, of ze worden arbeidsongeschikt. In de nieuwe regeling lijken werkgevers daar meer verantwoordelijk voor te worden.
Ook de Kamer kan nog aan het wetsvoorstel sleutelen. „Als iemand een lumineus idee heeft, kan dat natuurlijk altijd”, reageerde PvdA-staatssecretaris Klijnsma gisteren op de vraag of er nog iets bij te stellen is aan de plannen. „Maar dat moet wel binnen de randvoorwaarden.” Dat betekent: net zoveel besparing als nu, een verwachte toename van de arbeidsparticipatie en meer geld voor pensioenfondsen.
Niet alleen de huidige Kamer zal de wet proberen te beïnvloeden. Omdat hij pas in 2020 wordt ingevoerd, zijn er nog minstens drie kabinetten die het plan radicaal kunnen veranderen. Elke partij heeft hierover zijn eigen ideeën – en die zien er allemaal anders uit dan die waarover het kabinet gisteren heeft besloten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.