*

 

Basketbalwereld leeft een idioot schijnbestaan

Mart Smeets − 17/10/09, 00:00

De sportwethouder van Amsterdam, een struise vrouw die Carolien Gehrels heet en die op weg is heel erg snel door te stoten naar de top van de Nederlandse sportwereld en dus ooit de nieuwe Erica zal worden, heeft een reddingsboei uitgegooid naar de noodlijdende basketbalclub in haar stad.

Dat is lief en aardig en eigenlijk van de gekke.

De club van voormalig wonderkind Roel Pieper, een man die handelde in grootse gedachten en sportieve fata morgana’s, heeft geen dubbeltje meer in kas en heeft ook te maken met grote schulden.

Wanbeleid lijkt duidelijk. Wanbeleid en vooral hoogmoedswaanzin.

Pieper met zijn bijna fantoomachtige bedrijfjes sponsorde een ploeg die aan de Europese top wilde spelen, maar die daar niet thuishoorde.

Amsterdam was een doorgangshuis van Amerikaanse sub-par spelers en een aantal goede Nederlandse jongens. Voor vaak een minimum aan publiek werden wedstrijden gespeeld in een zaal waar je ruimtevrees kreeg.

Ja, de ploeg werd kampioen van Nederland, maar dat zegt helemaal niets; de basketbalwereld heeft zichzelf uitgehold en leeft een idioot schijnbestaan: koop zeer goedkope Amerikanen, trek die een leuk shirtje aan en je hebt een club.

Een tragisch misverstand. In Amsterdam nog eens meer vorm gegeven door de Icarus Pieper die klapwiekend zijn Grootse Gedachten op de sport die hij wel leuk vond, losliet. Wat is het toch dat dit soort mensen, zoals Roel Pieper dus, in de sport doet bewegen? Wat zoeken ze er? En hoe pijnlijk is hun vertrek vaak niet?

Failliete boedel, weglopende spelers, een coach die tranentrekkend voor de camera verschijnt en dan toch ook maar wegloopt. Richting Charleroi. Waar ook acht Amerikanen in de selectie lopen. Ook betaald door een suikeroompje vanach, we kennen ze.

Dan stapt mevrouw Gehrels de ring binnen. Ze ziet het belang van een topbasketbalvereniging in haar stad maar al te goed in. Maar weet ze met wat voor mensen ze te maken heeft? Kent ze de sport en de randvoorwaarden?

Mooie woorden heeft ze gehoord, dat zeker en ook eigenlijk wel aandoenlijk lieve pogingen om door te starten Maar basketbal op deze manier kan natuurlijk nooit. Welke sponsor je ook vindt, het podium waarop deze sport zich begeeft, is gewoon te klein.

Te weinig geld, te weinig publiek, te weinig Nederlands talent, te veel ingekochte hulpkrachten, geen cultuur, geen vaste waarden en vooral opportunisme.

Hoe gaan ze dat gat van 160.000 euro in Amsterdam dichten?

Mevrouw Gehrels heet de dukdalf. In haar enthousiasme schiet ze te hulp. Het is kunstmatige ademhaling met één wenselijk lichtpunt. Nu de veelverdieners weg zijn blijven er goedwillende Nederlandse jongens over. Alleen voor hen hoop je dat het weer wat wordt daar in die Sporthallen Zuid. Alleen een basis van talentrijke en enthousiaste Nederlandse spelers kan reddend werken voor het zieltogende Nederlandse basketbal. Sponsoren van het kaliber Pieper kan je missen als ernstige kiespijn.

Dat iemand dat haar vertelt.

mailIcon print |