*

 

Uruzgan-motie valt te negeren

Van onze redactie politiek − 10/10/09, 00:00

Een Kamermeerderheid wil dat Nederlandse militairen volgend jaar uit het Afghaanse Uruzgan vertrekken en er niet meer terugkeren. Of het kabinet deze wens volgt, blijft de vraag.

„Wij hebben onze eigen verantwoordelijkheid te nemen. De Kamer moet niet op de stoel van het kabinet gaan zitten”. Met die woorden liet premier Balkenende gisteren na afloop van de ministerraad weten dat het kabinet zelf wel zal uitmaken of de allerlaatste Nederlandse militair in december volgend jaar uit het Afghaanse Uruzgan is vertrokken.

Een grote Kamermeerderheid van onder meer regeringspartijen PvdA en ChristenUnie zette het kabinet deze week voor het blok, door een motie aan te nemen waarin het vertrek van de militairen vastligt. „Wij betrekken die motie in onze beraadslaging en verder zeg ik niets over het verdere beraad”, was alles wat Balkenende erover kwijt wilde. Evenals: „Wij nemen de motie zoals die is. We voeren ’m uit.”

Over de betekenis van de motie bestaat nu juist onenigheid. De zinsnede ’het kabinet dient vast te houden aan het eerder genomen besluit om alle Nederlandse militairen terug te trekken uit Uruzgan voor 1 december 2010’ laat weinig aan duidelijkheid over.

Maar er staat ook in de motie dat het kabinet rekening moet houden met de wens van de Kamer en met de overwegingen die het in 2007 zelf maakte om drie jaar later te vertrekken. Dat schept ruimte voor meerdere interpretaties.

Vanuit grondwettelijk oogpunt hoeft het kabinet zich niets van de motie aan te trekken. Het heeft geen parlementaire toestemming nodig om militairen uit te zenden of ergens langer te houden. Wel heeft het kabinet beloofd de Kamer bij dit soort gevoelige besluiten te raadplegen.

Balkenende probeerde deze week tevergeefs alle discussies over het al of niet langer blijven in Uruzgan of over een missie in een andere vorm, de kop in te drukken. Dat zei hij afgelopen week nog expliciet in de Kamer, nadat CDA-minister Verhagen van buitenlandse zaken de weg naar een langer verblijf helemaal open had gegooid. Ook defensieminister Van Middelkoop stelde dat het kabinet nog altijd een vervolgmissie kan voorstellen.

Dat het onderwerp gevoelig ligt in het kabinet, bleek gisteren toen minister Van Middelkoop de ministerraadsvergadering verliet. Tegen journalisten wilde hij niets kwijt over Uruzgan. Wacht maar op de premier, was de boodschap. De premier was vervolgens over één ding duidelijk: hij laat zich niet dwingen door een Kameruitspraak.

mailIcon print |