Als er al iemand ontsnapt aan de ellende van Amsterdam Zuidoost, dan wachten er nieuwe probleemgevallen om zijn plaats in te nemen. Toch verandert er wel iets, zegt de wijkburgemeester. Ze noemt het stadsdeel een ’emancipatiemachine’. Maar de gewone burger blijft hopen op de loterij.
Gemiddeld één keer per maand worden de portiekramen in Venserpolder, een buurt aan de rand van Amsterdam Zuidoost, door de huisbazen vernieuwd. De ene keer barst de ruit door een kogel, de andere keer gaat er een baksteen doorheen en soms een vuist of zelfs een hoofd.
„Gelukkig gebeurt dit niet in elke portiek, maar ik zie het geregeld. Het is hier in Zuidoost namelijk zo dat als je je sleutels bent vergeten, je niet de buren belt, maar dat je zelf voor een oplossing zorgt en dat gebeurt helaas vaker op een minder charmante manier”, zegt bewoner Jan Giers (53). Deze ras-Amsterdammer woont al bijna twintig jaar in het Amsterdamse stadsdeel Zuidoost en de laatste tien jaar in de Venserpolder.
Zuidoost is de laatste weken weer in het nieuws. Binnen een jaar zijn daar 22 schietpartijen geweest waarbij drie doden vielen. Bewoners kijken er eigenlijk niet zo van op. „Drie doden valt eigenlijk nog mee, als je ziet wat hier in de wijk allemaal gebeurt. Als er tientallen schietpartijen zijn en er drie worden omgelegd valt dat per saldo dus mee”, zegt Giers.
De laatste dode viel enkele weken geleden. De 19-jarige Ishmael Gumbs werd toen in het bijzijn van zijn vrouw en kind doodgeschoten. Over de oorzaak van het geweld tast de politie in het duister. Er werd gesuggereerd dat rappers in hun gewelddadige videoclips geweld verheerlijken. Jongeren die eenvoudig zijn te beïnvloeden, zouden ertoe aangemoedigd zijn om met wapens rond te lopen. Er werd zelfs over een heuse bendeoorlog gesproken. De rappers zelf ontkennen.
De politie geeft toe ’geen enkele verklaring’ te hebben voor het geweld, maar heeft ook geen aanwijzingen dat er een bendeoorlog in Zuidoost woedt. Voor de politie is het verband tussen de buurt, haar bewoners en het geweld niet zo duidelijk als de bewoners dat ervaren.
„Wat ik merk is dat er een verschuiving is naar de randen van het stadsdeel, zoals hier bij mij in Venserpolder. Voorheen had je die criminelen veel in het centrum van Zuidoost, in de Bijlmer bijvoorbeeld, maar naarmate daar meer nieuwbouw komt, komt de rotzooi bij mij in de buurt”, zegt Giers. Waarom gaat Giers dan niet weg? „Maar, waar moet ik dan naar toe? Ik ben een alleenstaande man met een uitkering. Ik kan geen woning in een andere buurt betalen. Amsterdam is erg duur.”
De Venserpolder, waar Giers woont, is een van de jongste ’oude’ wijken in Zuidoost. Daar was het heel lang rustig en hadden de bewoners niet zoveel last van criminaliteit. Net zoals Holendrecht, dat ooit wel het ’fluwelen’ eindje werd genoemd.
Antonia Goya (32), een Venezolaanse alleenstaande moeder met vier kinderen, woont in Holendrecht. Toen ze tien jaar geleden zwanger was van haar vierde kind, verliet haar vriend haar om nooit meer terug te keren. Opeens stond ze er alleen voor, met slechts een uitkering. Ook zij kan niet weg doordat haar financiën het niet toelaten. „Ik vraag me af of mensen beseffen hoe vreselijk moeilijk dat is. Ik wil ook het liefst naar een veiligere buurt. Mijn kinderen wil ik hier ook liever niet zien opgroeien, maar het is niet anders. Zodra ik de loterij win, verhuis ik.”
Het verschuiven van de criminaliteit naar de volgende armste wijk toont het verband tussen de sociaal-economische situatie en de kans dat ’kansarme’ jongeren een loopbaan in de criminaliteit oppakken.
Ook in drugsoverlast scoort Zuidoost relatief hoog. Goya: „Hier zie je veel dealers en verslaafden die elkaar in stand houden. Bendes die met drugs hun geld maken en hun vijanden op gewelddadige wijze op afstand houden. Ik heb mijn kinderen duidelijk gemaakt dat zij dat niet moeten flikken. Van huis naar school of werk en daarna direct terug naar huis. Dat is het veiligste. Ik kan ze niet zomaar helemaal vrij laten. Mijn kinderen zien hoeveel moeite het mij kost om het hoofd boven water te houden, waardoor het verkeerde pad wel heel aantrekkelijk wordt. Begrijpelijk, want zij willen een beter leven”, vertelt de Venezolaanse.
Stadsdeelvoorzitter Elvira Sweet (PvdA), de ’wijkburgemeester’ in Zuidoost, kan zich goed voorstellen dat bewoners zich voelen als Giers en Goya en dat die per direct verandering willen zien, maar ze legt uit dat dit niet van de een op de andere dag kan.
„In Zuidoost wonen veel mensen met een laag inkomen, veel eenoudergezinnen en veel jongeren die ook niet veel hebben te besteden. In dit stadsdeel is 66 procent van de woningen sociale huur. We streven naar een sociale huurvoorraad van vijftig procent, maar dat lukt niet zomaar. Daar gaat tijd over heen”, zegt de stadsdeelvoorzitter.
„We kunnen Zuidoost een emancipatiemachine noemen, want we zien wel doorstroom. Bewoners beginnen laag in de sociale huur en werken zich op naar een koopwoning. Maar daartegenover staat dat de goedkoopste huurwoningen die leeg komen te staan weer worden gevuld door mensen uit diezelfde categorie bewoners die veel aandacht nodig hebben. Bij die mensen beginnen we weer van voren af aan. Daardoor lijkt het alsof het allemaal heel langzaam gaat of dat er zelfs niet veel gebeurt in de wijk, maar niets is minder waar. Ik ontken het probleem van de criminele jongeren en de overlastgevers echt niet, maar er zijn gelukkig ook bewoners in Zuidoost die zich positief ontwikkelen ten opzichte van de rest. Die proberen we dan ook als rolmodel bij het stadsdeel te betrekken, want goed voorbeeld doet goed volgen.”
Ricardo Gulio (24) woont in de K-buurt. Dat is de buurt die de laatste weken berucht is geworden vanwege de schietpartijen. „Weet je, ik doe mijn ding. Ik werk in de beveiliging van een kantoorpand, zorg voor mijn vriendin en ons zoontje van twee jaar. Ik bemoei me niet met anderen. Want zodra ik dat ga doen, zit ik tot aan mijn nek in hun problemen. Maar wat mij wel opvalt is dat als ik in mijn beveiligersuniform loop, kleine jongens naar me opkijken. Ze vragen dan altijd of ik een officier ben. Geen flauw idee waar ze die wijsheid vandaan halen. Maar, weet je wat ik dan doe? Ik lach en zeg: nee, ik werk veel harder en ben veel belangrijker. Want als ik er niet ben, durven al die lui die van buiten Zuidoost komen en hier met hun mooie baan op kantoor zitten, geen minuut in deze wijk te blijven. Geloof me, daar raken ze wel van onder de indruk. Dus het is niet zo, dat ik me helemaal met niemand bemoei. Maar kinderen stellen onschuldige vragen, die ik gelukkig voor ze kan beantwoorden”, zegt de Antilliaan.
Hij lijkt gelukkig in zijn buurtje waar hij is opgegroeid, maar toch eindigt hij zijn verhaal anders dan verwacht: „Het gaat lekker met ons, maar niet goed genoeg. We zijn aan het sparen en aan het rondkijken. We willen over uiterlijk twee jaar verhuizen naar elders in Amsterdam, of misschien wel Diemen, ligt dichter in de buurt. Dan is mijn kleine boy vier jaar en moet hij naar school. We willen niet dat hij hier opgroeit. Ook niet in de nieuwbouw, want ik heb te veel in Zuidoost gezien om te geloven dat het hier op korte termijn goed komt.”
Zuidoost heeft het negatieve imago van crimineel, smerig en asociaal, maar stadsdeelvoorzitter Sweet stelt daar tegenover dat je tegenwoordig niet met vroeger kunt vergelijken. „Het gaat nu echt veel beter dan tien jaar geleden. Zuidoost verandert. Ik bestrijd dat het hier te slecht is om te blijven wonen. Met de stadsvernieuwing merken we gaandeweg dat die een positieve invloed heeft op de leefbaarheid. Dat komt ons echter niet aanwaaien, we halen alles uit de kast om de leefbaarheid en ook de sociaal-economische positie van inwoners te verbeteren. Bijvoorbeeld door fors te investeren in projecten tegen schooluitval, opvoedingsondersteuning, het zoeken van stageplekken of werk en het aanbieden van schuldhulpverlening. Maar ik vraag me serieus af of het imago dat telkens in de media wordt bevestigd, klopt met de echte werkelijkheid.”
Wel ziet Sweet een causaal verband tussen armoede en criminaliteit in Zuidoost. „Ik wil niet alles bestempelen als een sociaal-economisch probleem, maar het is waar dat een kwart van de bewoners in Zuidoost op de armoedegrens leeft. Onderzoek toont inderdaad aan dat kinderen uit die gezinnen vijf keer meer risico lopen om crimineel gedrag te vertonen dan bij gezinnen met meer geld. Daarom blijven we investeren in die projecten om de sociaal-economische situatie te helpen verbeteren. Maar denk niet dat die problematiek van de een op de andere dag is opgelost. We investeren op de lange termijn. Misschien oogsten we pas over vijftien jaar resultaat. Het is mooi meegenomen als het eerder gebeurt. Niet iedereen is meteen geholpen, maar we doen wel ons best. We maken een ontwikkeling mee in positieve zin, maar die gaat niet met tien stappen tegelijk.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.