Ontpolderen van de Hedwigepolder lijkt onontkoombaar. De CDA-fractie blijft zich echter verzetten. Zal zij vandaag bakzeil halen?
Het was CDA-minister Karla Peijs (verkeer en waterstaat) die in 2005 de Scheldeverdragen met de Vlamingen ondertekende. Daarin werd afgesproken dat de Westerschelde wordt verbreed en verdiept om de haven van Antwerpen beter bereikbaar te maken. Maar ook dat er 600 hectare boerengrond zou worden ontpolderd.
De Tweede Kamer had toen al bezwaren tegen ontpoldering, maar Peijs zag dat niet als een obstakel. Een jaar later stopte CDA-minister Veerman (landbouw) onder druk van de Kamer even met de aankoop van Zeeuwse akkers. „Zeeland wil dit niet. Er is geen draagvlak voor”, aldus de CDA-Kamerfractie.
Veerman benadrukte dat hij de verplichting heeft om voor 600 hectare nieuwe natuur te zorgen. „U kunt zeggen dat we niet gaan ontpolderen. Dat is flinke taal. Maar wat doen we als later blijkt dat er geen andere optie is?”, zei hij tegen de morrende Kamerleden. En: „Geef mensen niet de illusie dat er niet ontpolderd hoeft te worden.”
Pas in december 2007 kregen de Scheldeverdragen de goedkeuring van de Tweede Kamer, maar daarvoor moest CDA-minister Verburg (landbouw) wel toezeggen alles op alles te zetten om een alternatief voor het ontpolderen te vinden. De Eerste Kamer ging een half jaar later akkoord, ook met de kanttekening dat ze niet wil dat er wordt ontpolderd.
Verburg stelde de commissie-Nijpels in, die eind 2008 concludeerde dat Nederland weinig keuze heeft voor natuurcompensatie: de ontpoldering van de Hedwigepolder is de beste en goedkoopste oplossing. Dat leek helder, maar CDA-Kamerlid en Zeeuw Ad Koppejan wilde zich er niet bij neerleggen.
Hij verwees naar juristen die meldden dat het de EU niet uitmaakt waar de natuurcompensatie plaatsvindt. En met de steeds luider wordende Zeeuwen wist de CDA’er een grote Kamermeerderheid achter zich te krijgen, die minister Verburg min of meer dwong met een alternatief te komen en niet te ontpolderen.
Verburg zag daar weinig heil in, maar premier Balkenende duwde haar een advies van de Zeeuwse waterschappen in handen dat pleit voor de aanleg van buitendijkse slikken en schorren. Zo waren de Zeeuwen tevreden en zou de CDA-fractie ook geen gezichtsverlies lijden. Vlaanderen vond het ook prima, als er maar zou worden begonnen met de verdieping.
De teleurgestelde milieuorganisaties gooiden echter roet in het eten door te procederen tegen de verdieping. In juli 2009 oordeelde de Raad van State dat het baggeren het Westerschelde-estuarium te veel aantast. Er moest per direct worden gestopt. De Belgen reageerden woedend.
De CDA-fractie krabde zich achter de oren. Wat had ze veroorzaakt? Het leek zo onschuldig om te strijden voor een polder. Niemand hield er rekening mee dat het kon leiden tot ruzie met de zuiderburen. Aanjager Koppejan zegt nog steeds tegen gedwongen ontpoldering te zijn, maar had misschien beter naar oud-minister Veerman kunnen luisteren: „Dat is flinke taal, maar wat als er geen andere optie is?”
Het kabinet beslist vandaag of het gaat ontpolderen. Of dat het toch een andere mogelijkheid ziet om de natuurschade van het baggeren te herstellen. Alleen bij ontpoldering blazen milieuclubs hun rechtszaak af.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.