*

 

Schizofrene houding Nederland schaadt Gaza

Jan Gruiters e.a. directeur IKV en voorzitter United Civilians for Peace (UCP) − 23/06/09, 00:00

Minister Verhagen geeft wel ontwikkelingshulp aan Gaza, maar doet niets tegen de blokkade die 1,5 miljoen Palestijnen ingesloten houdt.

Minister Verhagen bezoekt vandaag Israël en de Westelijke Jordaanoever. Hij werkt er een uitgebreid programma af. Maar hij mijdt uitgerekend de plek waar het falen van de internationale gemeenschap, inclusief Nederland, pijnlijk duidelijk wordt: Verhagen gaat niet naar de Gazastrook.

Deze maand is het twee jaar geleden dat de ruim 1,5 miljoen inwoners van Gaza vrijwel geheel werden afgesloten van de buitenwereld. De blokkade duurt voort. Nederland richt zich op ontwikkelings- en noodhulp aan Gaza, maar de politieke wil ontbreekt om druk op Israël te zetten om de blokkade te beëindigen.

Voor onze organisaties is het daardoor onmogelijk geworden om ons werk goed te doen. Ontwikkelingsorganisaties worden gedwongen om noodhulp te geven, in plaats van ontwikkelingssamenwerking te bedrijven.

De afsluiting van de Gazastrook is een collectieve strafmaatregel, verboden volgens het internationale recht. Als partij van de Geneefse Conventies heeft Nederland niet alleen de morele, maar ook de juridische verplichting zich in te zetten voor het einde van de blokkade, zodat burgers weer toegang krijgen tot humanitaire hulp.

De Nederlandse regering steekt veel geld in ontwikkelingshulp voor de bezette Palestijnse gebieden. Alleen al in 2008 werd hier 33,8 miljoen euro aan uitgegeven. Politiek schiet zij echter ernstig tekort. De regering zegt zich op het diplomatieke vlak wel in te zetten voor de stopzetting van de afsluiting, maar verbindt hier geen politieke consequenties aan.

Vorig jaar zette de Europese Unie de deur open voor de opwaardering van de politieke en economische relaties met Israël. Een aantal Europese landen verbond daaraan de voorwaarde dat er vooruitgang wordt geboekt in het vredesproces. Nederland was één van de landen die er voor ijverden om de formulering van deze voorwaarde af te zwakken.

De uitbreiding van de relaties tussen de EU en Israël bieden bij uitstek de mogelijkheid om diplomatieke druk op Israël uit te oefenen. Het is schrijnend om te zien dat Nederland zich verzet tegen het actief inzetten van dergelijke middelen, terwijl er wél geld wordt gestoken in ontwikkelingshulp. Zeker gezien het feit dat de blokkade van Gaza het geven van hulp bemoeilijkt.

Met Nederlandse hulp worden er sinds 2005 anjers geteeld in Gaza, maar die kunnen het gebied niet uit. Dat is funest voor de betreffende Palestijnse boeren, want zij produceren voor de export. In antwoord op Kamervragen liet minister Verhagen weten dat ondanks diplomatieke inspanningen van de Nederlandse regering er dit seizoen slechts 800.000 van de ongeveer 6 miljoen anjers de Gazastrook worden uitgevoerd (oftewel 13 procent). Het is de vraag of dit soort hulp, onder de huidige omstandigheden, bijdraagt aan de economische ontwikkeling in Gaza.

De humanitaire omstandigheden maken (ontwikkelings)-hulp aan de Palestijnen in Gaza noodzakelijk. Maar hulp alleen, zonder de structurele oorzaken aan te pakken, is niet voldoende. Voor de ontwikkeling van een levensvatbare Palestijnse staat is vooral ook politieke wil nodig.

John Ging, hoofd van de VN-hulporganisatie Unrwa in Gaza, verbaasde zich er onlangs over dat sinds de aanval op Gaza in januari slechts één Europese minister voor buitenlandse zaken in Gaza is geweest om de gevolgen van de bombardementen met eigen ogen te zien. Terwijl de Europese ministers voor buitenlandse zaken wel bepalen hoe Europa de relaties met Israël vormgeeft.

Ook onze eigen minister laat de Gazastrook links liggen tijdens zijn bezoek aan de regio. Daarmee draagt hij niet bij aan de geloofwaardigheid van het Nederlandse Midden-Oostenbeleid.

Dit stuk is medeondertekend door René Grotenhuis, directeur Cordaid, Farah Karimi, directeur Oxfam Novib Jack van Ham, algemeen directeur

ICCO.

mailIcon print |