*

 

Obstakel voor de deur zorgt voor doorstroming

redactie wetenschap − 02/09/09, 00:00

Deze oplossing druist in tegen je boerenverstand: om de meute snel door een uitgang te loodsen, moet je er een obstakel voor zetten. Dat zorgt voor doorstroming. Fysici vermoedden het al, maar geen mens durfde het advies aan om de doorgang in stadions of openbare gebouwen een beetje te belemmeren.

Japanners hebben eraan zitten rekenen, en een en ander getoetst bij een tv-studio. Jawel: lopen we van alle kanten op de flessenhals aan, dan verdringen we elkaar. Daarbij maken veel voetgangers een bocht, wat snelheid kost. Met een pilaar voor het gat kunnen er per minuut minder mensen door, maar het obstakel zorgt voor minder concurrentie en een vlottere stroom. Daarbij moet het ding niet precies voor het midden van de deuropening staan. De opstelling resulteert in het minste gedraai en gedrang. Ideaal zou zijn om in ganzenpas af te wikkelen, maar de Japanners beseffen dat een menigte in paniek zich niet aan die opdracht houdt.

Apen geven niets om onze muziek, ze prefereren de stilte. Maar het dwergaapje schijnt wel oor te hebben voor apenmuziek. Die ontdekking komt op naam van een cellist die in de opgenomen geluiden van een apenkolonie terugkerende patronen hoorde die specifieke emoties verrieden. De cellist verwerkte de stijgende en dalende tonen van typische angstkreten of van sussende geluiden in muziekclips.

In kalm gemoed uit de dwergaap lange tonen, maar om te waarschuwen of iets te verbieden of gebieden zoekt hij het meer in staccato. De gecomponeerde fragmenten hadden effect, melden de cellist en een apenonderzoeker in Biology Letters. Na het horen van alarmmuziek waren de dwergaapjes minutenlang op hun qui-vive en erg beweeglijk, na een rustgevende clip bewogen ze minder, maar begonnen ze volop te eten en drinken. In apencommunicatie zit toch muziek, concluderen de onderzoekers.

Vervelend die metro, met de mensen op je lip. Hoe dicht mag de medereiziger komen; een halve meter, of voelt dat al op kusafstand? Neurologen melden nu dat we gemiddeld zo’n 65 centimeter persoonlijke ruimte om ons heen wensen.

Mevrouw SM, een patiĆ«nte met aan weerszijden in het brein dezelfde beschadiging, voelt het niet zo. Zij benadert je zonder scrupules tot op neuslengte en laat anderen even dicht in haar buurt. Blijkbaar schuilt het gevoel voor ons fysieke aureool in het hersengebiedje –de amandelkern, zetel van onze angsten en emoties– dat bij SM stuk is.

De neurologen lieten haar en 20 gezonde mensen op een experimentator toelopen, met het verzoek te stoppen waar het ’nog prettig voelde’. Rond 65 centimeter is de norm, SM naderde steevast tot rond 30 centimeter. Hersenscans van de deelnemers bevestigden dat de amandelkern inderdaad heftig oplichtte als iemand hun persoonlijke grens overstak.

mailIcon print |