*

 

Godsbeelden aan diggelen

Monic Slingerland − 02/09/09, 00:00

Te gemakkelijk stapt de PKN heen over verschillen tussen moslims en christenen, vindt de 95-jarige Hebe Kohlbrugge – en vele geestelijken met haar, van links tot rechts. Maar elftalspelers Hoogenkamp en Van Es hebben bedenkingen bij haar open brief.

Dat de 95-jarige Hebe Kohlbrugge een initiatief neemt in het gesprek tussen christenen en moslims, daarover mag de kerk in de handen knijpen, vindt Abeltje Hoogenkamp, ziekenhuispredikant en tevens in dienst van de Protestantse Kerk Amsterdam.

Hebe Kohlbrugge stelde een brief op, gericht aan de synode van de Protestantse kerk in Nederland (PKN). In die brief, ondertekend door tientallen prominenten uit de PKN, uit ze haar verontrusting. Christenen dreigen in het contact met moslims hun eigenheid kwijt te raken. Samen iftar vieren is prima, maar houdt vast aan de christelijke uitgangspunten. Daarbij hoort vooral een christelijk godsbeeld. Geen macho-man, vol van heroïek en mannelijke eer, zoals bij de islam, maar een weerloze God, die zich uit liefde laat offeren. Dat is de God van de christenen.

Abeltje Hoogenkamp is overtuigd van de oprechte bedoelingen van de ondertekenaars van de brief. „Ik denk alleen niet dat brieven het geschikte middel zijn om een gesprek op gang te brengen. Mijn ervaring is steeds meer dat brieven eerder deuren dichtslaan dan dat ze die openen. Het wordt altijd een polemiek.

„Ik vraag me ook af of die brief wel voor mij bestemd is. Het is een oproep aan het bestuur van de kerk. Ik zou zeggen: spreek hen dan aan. Als je een open brief schrijft, ligt het gesprek op straat. Het wordt openbaar, iedereen reageert, er worden stellingen betrokken. In de brief lees ik wel de opmerking over dienstbaar zijn, maar toch werkt deze vorm polariserend.” Het was beter geweest, suggereert Abeltje Hoogenkamp, als Hebe Kohlbrugge bij de voorzitter van de PKN was langsgegaan om in een gesprek haar zorg te uiten.

Dat is Just van Es, net met emeritaat als predikant van de PKN-kerk, met haar eens. „In de brief stellen de verontruste PKN-ers zeker zinnige vragen. Het zijn de vorm en de toon die me niet bevallen. De toon is onaangenaam. Door de ondertekening lijkt het wel een politieke petitie. Het lijkt me onvruchtbaar als je zo start, door allerlei voorwaarden vooraf te stellen.”

In de brief van Hebe Kohlbrugge komt de vrijheid van godsdienst, of liever gezegd het gebrek eraan in islamitische landen, aan de orde. Kohlbrugge wijst erop dat moslims niet de vrijheid hebben om christen te worden. „Zolang mensen worden vervolgd als ze overgaan tot het christendom, is een oproep tot wederzijdse welwillendheid niet geloofwaardig”, aldus de brief aan het PKN-bestuur.

Dat stellen van voorwaarden vooraf, daar heeft Abeltje Hogenkamp moeite mee. „Dat doe je in het ziekenhuis ook niet. Ik heb de pastorale zorg voor iedereen in het ziekenhuis, christenen, moslims, seculieren. Het gaat in het contact om het delen van intieme dingen. We beginnen het gesprek nooit met voorwaarden vooraf, dat zou niet werken.”

Echte ontmoeting in een geloofsgesprek, meent Just van Es, wordt op gang gebracht door samen te bidden, samen vieren, en samenwerken, niet door zo’n discussie met voorwaarden vooraf. „Mijn ervaring in IndonesiĆ«, en bij Icco (interkerkelijke ontwikkelingsorganisatie, red.) is: als christenen en moslims samen iets opzetten, dan komt het gesprek. Niet als je eerst gaat kijken of de ander wel deugt.”

Op de schrijftafel van Kohlbrugge lag een brief uit 2007 van 138 moslimtheologen, gericht aan paus Benedictus XVI en andere kerkleiders. De paus had in 2006 in Regensburg een citaat gebruikt dat in moslimkringen veel onrust veroorzaakte. In hun brief, ’Een gemeenschappelijke grond’, gaan de moslimtheologen in op gemeenschappelijke punten in het geloof van moslims en christenen. Daar denkt Kohlbrugge anders over. De christelijke god is weerloos, de god van moslims is een macho. Dat verschil heeft nogal gevolgen.

Just van Es heeft moeite met die vergelijking. „Je kunt zo niet twee godsdiensten met elkaar vergelijken. Je kunt niet een element, zoals een bepaald godsbeeld, uit de context halen en los op tafel leggen. Dan mis je de context waar dat element in hoort. En bovendien: er zijn zoveel verschillende godsbeelden binnen beide godsdiensten en die zijn ook nog steeds in beweging. Vergelijken is boeiend omdat je van alles ontdekt dat op elkaar lijkt en dat van elkaar verschilt, maar vervolgens zeggen welke beter is, is net zo onzinnig als zeggen dat de wereld van vandaag beter of slechter is dan die van gisteren.”

Abeltje Hoogenkamp heeft moeite met de stellige manier waarop in de brief van Kohkbrugge sprake is van de christelijke God. „In die heldere tweedeling herken ik me niet. In het christendom bestaat een waaier aan godsbeelden. Het is ook niet zo dat ik zelf maar een godsbeeld heb. Al die beelden vullen elkaar aan en wisselen elkaar af. En dan nog is het nodig te bedenken dat het beelden blijven en dat ons beeld van God nog niet God zelf is. Als het goed is, gaat mijn beeld van God steeds weer aan diggelen als ik een bijbelverhaal lees, een goede preek hoor of iemand ontmoet. Dat geldt zelfs voor het beeld van de weerloze god. Maar het lijkt me niet de bedoeling met de bijbel in de hand de godsbeelden van anderen te lijf te gaan. Ik ben er wel van overtuigd dat de opstellers van de brief integere bedoelingen hebben. Het is ook zinnig om tegen kerkleiders te zeggen dat ze scherp en helder moeten zijn. Maar er is een tijd om de dingen scherp te zeggen en er is een tijd om vooral verbindingen te leggen en ik heb nu meer behoefte aan het laatste. Geloof, hoop en liefde, zegt Paulus, en de liefde is daarvan de meeste. Liefde is lankmoedig, kwetst niet, benadrukt niet het eigen gelijk en rekent een ander het kwaad niet aan. Dat lijkt mij een goede gezindheid voor dialoog.”

Just van Es vraagt zich af waar de verontruste PKN-ers bang voor zijn. „Zijn ze bang om zelf hun christelijke identiteit te verliezen? Of zijn ze bang dat andere christenen die kwijtraken? Mijn ervaring is dat ik steviger in het christendom geworteld ben geraakt juist door het contact met anderen, in mijn geval vooral het zenboeddhisme. We geloven natuurlijk niet allemaal het zelfde, maar dat verhindert ons niet samen te bidden en samen verder te zoeken. Maar de briefschrijvers zullen misschien wel zeggen: meneer Van Es, wat bent u naïef.”

mailIcon print |