*

 

Geen wonder dat niemand in de gemeenteraad wil

Klaartje Peters − 02/09/09, 00:00

Toen Geert Wilders besloot om slechts in twee steden aan de gemeenteraadsverkiezingen mee te doen, werd hij op één punt door iedereen begrepen: goede raadsleden zijn nauwelijks te vinden. Alle politieke partijen worstelen ermee. De lokale afdelingen doen samen met de partijbureaus vreselijk hun best om kandidaat-raadsleden klaar te stomen, maar zijn bezorgd over de kwaliteit van wie zich melden. Jammer, zuchten alle betrokkenen, want het is zulk belangrijk werk.

Nou, dat is maar de vraag.

Klaar om de gemeente te gaan besturen, wachten de nieuwe raadsleden namelijk vooral teleurstellingen. De Grondwet stelt dat de gemeenteraad aan het hoofd van de gemeente staat, zo hebben ze tijdens de introductie geleerd. De praktijk is anders. De gemeenteraad legt het af tegen alle andere spelers op lokaal niveau. Burgemeester en wethouders runnen de dagelijkse gang van zaken op het gemeentehuis, ondersteund door het volledige ambtelijk apparaat. De raadsleden daarentegen hebben slechts de beschikking over een eigen raadsgriffier, die druk is met de agenda en de ’stukkenstroom’.

De echte macht ligt buiten het gemeentehuis. Terwijl de raadsleden in de raadszaal met elkaar en de wethouder in discussie zijn, wordt de stad feitelijk bestuurd door door publieke en maatschappelijke organisaties: woningcorporaties, zorginstellingen, welzijnsorganisaties, maar ook onderwijsinstellingen, politie, vervoersmaatschappijen. De gemeenteraad heeft daar geen zeggenschap over.

Meebeslissen over woningbouw? Corporaties bepalen zelf wat ze bouwen, en of ze slopen in plaats van renoveren. Sinds de rijksoverheid de woningcorporaties heeft verzelfstandigd, hebben gemeenten er nog minder grip op gekregen. Prestatieafspraken met de gemeente zijn vooral een formaliteit, weten alle betrokkenen. „Ik heb nog nooit een corporatiedirecteur ontmoet die last had van prestatieafspraken”, zegt een insider in de corporatiewereld.

In andere sectoren is het nog erger. Neem het raadslid dat wil beslissen over een ziekenhuis. De grote, vaak landelijke zorginstellingen die in de gemeente actief zijn maken dat soort afspraken überhaupt niet met de gemeente. Hun referentiekaders zijn landelijke regelgeving en afspraken met de verzekeraars. En ook andere partijen in de stad zoals ROC’s, banken en busmaatschappijen onttrekken zich aan gemeentelijke regie. Zij maken hun eigen afwegingen over nieuwe locaties en sluiting van kantoren of buslijnen, gebaseerd op bedrijfsmatige overwegingen en eigen behoefteonderzoeken –de lokale politiek heeft het nakijken.

Intussen denken mensen nog steeds dat ze met veel problemen bij ‘de gemeente’ moeten zijn. Onvoldoende betaalbare woningen, de bus die ’s avonds niet meer rijdt, hangjongeren in de straat, met al deze zaken kloppen ze aan bij raadsleden. Waar moeten ze anders heen? De raadsleden denken graag dat ze er over gaan. Dat beeld wordt in stand gehouden door de lokale media, die het speelveld graag overzichtelijk houden.

Arme gemeenteraadsleden, die en masse het onderspit delven. Het introductieprogramma en de leuke debatteertraining hadden hen op geen enkele manier voorbereid op deze helse klus. Gelukkig hebben ze het druk: sommigen gaan volledig op in de papierstroom waarmee het College ze bestookt. Anderen bijten zich voor de rest van de raadsperiode vast in het probleem van de daklozen, of de witte en zwarte school in hun buurt.

In hun praatje voor de nieuwe kandidaat-raadsleden zeggen ze er maar liever niks over: veel te ingewikkeld. Daar komen ze vanzelf wel achter.

Klaartje Peters is bestuurskundige en onderzoeker. Ze vervangt Willem Breedveld, die met vakantie is.

mailIcon print |