De titel doctorandus, drs, is langzamerhand in onbruik geraakt. Je kunt zeggen dat hij gegaan is naar waar hij vandaan kwam, het niets. Het was oorspronkelijk een bedenksel om niet gepromoveerde economen toch ook wat aanzien te geven, zodat ze zich met de ongepromoveerde juristen, die zich Meester mochten noemen, konden meten. Zo was het niks en is het niks, doctorandus, en ik kan het weten want ik ben er zelf een: hij die doctor moet worden – en het meestal niet wordt voeg ik eraan toe. In buitenlanden hebben ze er nooit aan gedaan, er bestaat in Duitsland wel zoiets als doktorand, maar dat is geen titel die je voert, slechts een studiefase, en in België gebruiken ze de titel doctorandus alleen voor iemand die ook werkelijk met een proefschrift bezig is en niet zoals in Nederland voor iemand die er hoogstens van droomt. Toen ze een paar decennia geleden de doctorandustitel lieten uitsterven raakte het grote leger doctorandussen dat in Nederland her en der de dienst uitmaakte direct ook gedateerd, zoals ooit graven en hertogen overkwam in landen waar de revolutionairen waren langsgekomen. Mij kon het niet schelen, ik gebruikte mijn titel nooit en eerlijk gezegd ben ik zelfs het diploma dat me er recht op gaf allang kwijt. Het was een nogal geruisloze revolutie, geloof ik, kalmpjes geslikt door de betrokkenen. Inmiddels heten afgestudeerden Master en als ze hun kandidaats halen worden ze Bachelor. Zo begrijpen ze ons in het buitenland tenminste ook; in Duitsland werd een drs nog wel eens voor een dubbele Dr. aangezien, een fijne onverdiende eer, waarmee het nu gedaan is. Jammer voor types als Charl Schwietert die ooit moest aftreden als staatssecretaris omdat hij valselijk de prultitel van doctorandus had gevoerd; dat klinkt inmiddels alsof je jezelf schout noemt of baljuw. Mijn twee oudste dochters werden onlangs Bachelor en daarmee kon je, zo verzekerden ze mij, ook direct de arbeidsmarkt op. Kennelijk wilden ze me zo laten weten dat het menens was. Bij mij werkte het andersom. De arbeidsmarkt was iets dat iedere kandidaats en zelfs doctorandus zover mogelijk voor zich uitschoof, een wereld van werken en verantwoordelijkheden waar de academische wereld je nu juist tegen beschutte. Maar dat is veranderd, vrijgestelden en eeuwige studenten bestaan niet meer en wie studeert wil snel aan de bak. Dat heeft minister Plasterk goed gezien, het onderscheid tussen universiteiten en hogere beroepsopleidingen is langzamerhand denkbeeldig geworden. Daarom wil hij dat er in de toekomst één hoger onderwijs komt. Spijtig is het wel, zoals met alles wat het loodje legt. Ik denk met weemoed terug aan de tijd dat ik, eerstejaars, kandidaat, doctorandus, vooral studeerde om meer van de wereld te weten te komen, om wat je noemt een basis voor de rest van je leven te kweken. Wetenschap zonder professionele bijbedoelingen. Doe dat voortaan maar in je eigen vrije tijd, zegt Plasterk, het gaat nu om werk, geld en je nuttig maken. Moderne tijden, soms droom je dat ze niet bestaan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.