We zitten midden in een crisis, en dus rijst de vraag hoe het zo ver heeft kunnen komen. De oorzaken die worden genoemd, doen je denken aan wat er recent is veranderd.
De huidige crisis is vorig jaar ingeleid met een beurscrisis rond wankelende banken. Die veroorzaakten een financiële crisis waarbij niemand elkaar nog geld kon of durfde te verstrekken voor investeringen en dus de broodnodige economische groei.
Het is wel de heftigste maar niet de eerste crisis sinds de Grote Depressie van tachtig jaar geleden. De felste beurscrisis was wellicht die van oktober 1987, toen de beurskoersen ruim 22 procent kelderden. We vreesden een herhaling van ’1930’, maar gelukkig, zover kwam het lang niet. Ook tien jaar later, in 1997 bij de Aziëcrisis, gingen de koersen hard omlaag en werd een diepe malaise gevreesd. Maar twee jaar later zaten we al weer midden in de internethype en proclameerden serieuze economen dat er nooit meer een economische neergang hoefde te zijn. Tot de aanslagen van 11 september 2001 en de crisis van 2002 die volgde. Maar ook dat leek snel weer onder controle.
Een jaar geleden was de controle echter weg. Banken bleken geen veilige kluis en hadden veel geld vergokt. De beurskoersen kelderden in een jaar met 60 procent, en nu moet echt gevreesd worden voor zware economische gevolgen.
In de bijna kwarteeuw sinds 1987 kon je ook nog een andere beweging zien. Bedrijven waren gesloten bolwerken. De directie werd benoemd door de commissarissen en de commissarissen benoemden elkaar. Een bedrijf opkopen op de beurs kon niet. De commissarissen gaven dan snel nieuwe aandelen aan een stichting, die vervolgens het bedrijf steunde. Als aandeelhouders was je machteloos.
Dat was te gek om waar te zijn, aldus aandeelhouders en steeds meer deskundigen. VVD’er Bolkestein riep om meer macht voor de aandeelhouder, een commissie-Peters bracht daarover in 1996 een lijvig advies uit, minister Zalm van financiën dreigde met ’beleid’, een nieuwe commissie-Tabaksblat werd ingesteld en in 2003 kopte deze krant eindelijk: ’Tabaksblat bewapent de aandeelhouder’.
Dat hebben we geweten. Voor bedrijven werd het zaak de aandeelhouders tevreden te stellen. Dat doe je met hogere beurskoersen. Lukt dat niet, dan blijken aandeelhouders aandeelschuivers: ze verkopen hun stukken aan de eerste de beste met een leuk bod. Wat die met het bedrijf van plan is, laat de aandeelschuiver koud. Zijn belang is winst op de aandelenhandel.
Zo kon het gebeuren dat een grote Nederlandse bank, ABN Amro, ’het verschrikkelijk slecht deed’. Op de beurs. Dus verkochten de schuivers de bank bij opbod aan concurrenten die wel beter voor hun beurskoers hadden gezorgd, maar even later niet tegen tegenwind bestand bleken. Plots bleken beurskoers en aandeelhouderswaarde toch niet zaligmakend. Zachtjes maar hoorbaar weerklinkt nu de roep om minder macht voor de aandeelschuivers.
In mei 1986 schreef ik mijn eerste regels voor de economiepagina van Trouw. Ruim 23 jaar later zie ik een slinger de terugweg zoeken. Ik zal die weg niet meer verslaan. Vanaf maandag treft u mij aan op de website van Trouw.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.