*

 

President van een supermacht in verval

Rob de Wijk columnist, hoogleraar internationale betrekkingen aan de Universiteit Leiden en directeur van het Centrum voor Strategische Betrekkingen − 08/08/09, 00:00

Obama kan een groots president te worden. Maar zijn eerste daden overtuigen nog niet. Slot van een serie over leiderschap.

’Yes we can’, die slogan suggereert optimisme, maar vooral ook leiderschap. Het maakt de Amerikanen tot een volk van de vermaarde can do -mentaliteit, dat het beste uit zichzelf naar boven haalt, mede dankzij inspirerend, charismatisch leiderschap op basis van een duidelijke visie.

Dergelijk leiderschap heeft alles te maken met authenticiteit. Een boodschap werkt pas echt als leiders er zelf in geloven en als ze die consistent uitdragen. Zulke leiders zijn geloofwaardiger dan leiders –onder wie het gros van de Nederlandse politici– die naar hun eigen zeggen ’luisteren naar de burger’ om vervolgens hun eigen koers uit te zetten.

President Obama neemt de kiezer serieus, maar weet ook dat hij degene is die zijn land en de wereld door de crisis moet loodsen. Voor- en tegenstanders van de nieuwe Amerikaanse president erkennen dat Obama charismatisch is en alles in zich heeft om een groot president te worden. Maar kan hij de wereld wel naar betere tijden leiden?

Ik hoorde oud-minister van buitenlandse zaken Madeleine Albright laatst in Brussel zeggen dat haar ministerschap geplaagd werd door te veel prioriteiten. Te veel prioriteiten? Dat was nog niks vergeleken bij de uitdagingen waarvoor de nieuwe Amerikaanse regering staat. Goed, Albright speelde een hoofdrol in de Kosovo-oorlog van 1999, maar in haar tijd kon de regering het zich veroorloven slechts te spreken over klimaatverandering, grondstoffen- en energieschaarste.

Obama komt er niet met spreken. Hij moet handelen. Maar zijn optreden als klimaatpresident overtuigt niet. Zijn eigen klimaatwet eist een reductie van kooldioxide, zodat Amerika in 2020 weer op het niveau van 1992 zit. Nobel, maar volgens het Kyoto-protocol hadden de VS daar al in 2012 ver onder moeten zitten. Tijdens de G8 top in L’Aquila overtuigde hij ook niet: de G8 beloofde de CO2-uitstoot in 2050 met tachtig procent te reduceren. De kans dat Obama dan nog leeft, is klein. Dat maakt dit streven ongeloofwaardig.

Het klimaatprobleem toont aan hoe klein de speelruimte voor een democratisch gekozen president is. Obama worstelt met een onwillig Congres, waardoor hij zelfs een bescheiden klimaatdoelstelling nauwelijks kan realiseren. Dat duidt erop dat zelfs met een aanstaande klimaatcrisis, binnenlandse overwegingen voorrang hebben en van ’Yes we can’ een holle frase maken. Over prioriteiten gesproken: ook het Midden-Oosten, Iran, Noord-Korea en Rusland eisen alle aandacht.

Het echte probleem voor de nieuwe president is een uitdaging van historische proporties: een financiële crisis oplossen die samenvalt een politieke machtsverschuiving naar het Oosten. Harvard-professor Niall Ferguson trok de vergelijking met de jaren zeventig van de negentiende eeuw, toen een financiële crisis de uiteindelijke ondergang van het Ottomaanse Rijk inluidde. De financiële macht –en daarmee de politieke macht– verschoof vanaf 1873 naar het westen: naar West-Europa en Groot-Brittannië, en nog later naar de Verenigde Staten.

Obama maakt iets soortgelijks mee als in 1873: zijn land zit diep in de schulden, maar de Chinezen hebben naar schatting nog een astronomische 3600 miljard dollar te besteden en zetten hun economische macht in hoog tempo om in politieke macht. Hun investeringen in de energie- en grondstoffensector kennen geen precedent. Obama moet verzucht hebben dat Amerika Saddam Hoessein verjoeg om het voor China mogelijk te maken de belangrijkste oliedeals met Irak af te sluiten, daarmee ook Shell buitenspel zettend. (Zo is het ook gegaan met de kopervoorraden van Afghanistan, waarmee China in mei voor drie miljard dollar een dertigjarig leasecontract afsloot).

De hegemoniale macht van Amerika wordt momenteel uitgedaagd en het is de vraag hoe Obama hier mee omgaat. Wordt hij de president van een supermacht in verval of weet hij de positie van de Verenigde Staten te herstellen? Voor dat laatste moet hij het aantal prioriteiten verminderen door bondgenootschappen te smeden. Getuige de toenadering tot Rusland is hij met dat laatste bezig.

Om historische en culturele redenen kan alleen Europa een echte bondgenoot zijn. Vandaar dat Obama aandringt op de ontwikkeling van een echt Europees buitenlands- en defensiebeleid. Dat zit er gezien het ontbreken van Europees leiderschap helaas niet in.

Door het gebrek aan Europees leiderschap en, in de woorden van Albright, te veel prioriteiten zou het mij niet verbazen als Obama uiteindelijk kiest voor een selectief buitenland beleid, gericht op het eigenbelang. Voor zijn positie misschien verstandig. Maar niet goed voor de rest van de wereld.

mailIcon print |