*

 

Dringen voor de poorten van het Beloofde Land

Emiel Hakkenes − 08/08/09, 00:00

Overal in Nederland komen ze samen: de mensen die deze vakantie niet naar zon, zee en strand gaan, maar kiezen voor geestelijke ontwikkeling. Elke week zoekt Trouw ze op. Vandaag: bijbelstudie en samenzang op de christelijke camping. „Mexicaanse griep is een list van de duivel.”

’Hoe lang ken ik de Heer nu al?” Bas van den Bosch, zelfverklaard ’zwervend evangelist’, vraagt het aan niemand in het bijzonder. „Veertig jaar”, zegt hij dan. „En het wordt nog elke dag beter.”

Zojuist is Van den Bosch („de zeventig voorbij”, sportieve tred, witte sokken in sandalen) fluitend komen aanwandelen over het terrein van evangelische camping ’t Beloofde Land in Voorthuizen. Zeven weken lang staan Van den Bosch en zijn vrouw Plonie op de camping, op plaats 9 van veld Gilgal. Ze zijn voor de overige gasten ’beschikbaar’ – voor een gesprekje, een gebed of advies.

Drie keer in de week verzorgt Van den Bosch een dagopening voor de campinggasten. Op een goede dag, zegt hij, komen daar vijftien belangstellenden op af. Deze ochtend zijn het er zeven. De vakantiegangers hebben zich verzameld in de bibliotheek van ’t Beloofde Land, op de zolder van de grote recreatiezaal. Op lange planken aan de muur staan honderden boeken, uiteenlopend van de ’Bijbel in vertelling en beeld’ tot het waargebeurde ’Gods kameraden’. Bas van den Bosch deelt zangbundeltjes uit. Na een aarzelend begin zingen de zeven uit volle borst: ’Jezus leeft, en ik met hem’.

Na twee liederen vindt Van den Bosch het tijd voor een gebed. „Wij danken u, Heer, voor het stralende weer. Wij danken u dat u ons deze camping hebt gegeven. Wat is dat bijzonder, bedankt voor wat hier zo op een dag gebeurt.”

En er gebeurt nogal wat. Na de dagopening zijn er kinder- en tienerclubs, vanavond in het donker een dropping. Gisteravond was de wekelijkse sing-in in de recreatiezaal, voorafgegaan door een uur ’zelfverdediging voor dames’ op het volleybalveld.

„Het is hier ideaal voor kinderen”, zegt Michel van Buul uit Zeewolde. Met zijn vrouw Marjon, hun vier kinderen en de hond staat hij twee weken op veld En Gedi. De ochtend is nog jong, Van Buul zit met koffie en een opengeslagen bijbel voor zijn tent. „Omdat dit een christelijke camping is, is er meer rust”, zegt hij. „Ik drink wel eens een biertje, maar zuippartijen heb je hier niet.”

Nee, lacht Van Buul, hij is vanochtend niet naar de dagopening geweest. „Sorry, maar het is vakantie, hoor.” Hij wijst op zijn bijbel: „Op een rustig moment lees ik zelf een stukkie.”

Zijn vrouw Marjon is evenmin naar de dagopening geweest. Op zondag gaat ze ook niet naar de kerkdiensten. „Maar op dinsdag ga ik wel lekker praise-zingen. Dat vind ik heerlijk, samen muziek maken voor de Heer.”

Waarom de Van Buuls een christelijke camping kozen, boven een ’gewoon’ kampeerterrein of een strandvakantie? „Het publiek is hier anders”, zegt Marjon van Buul. „Er is meer respect voor elkaar. De jongeren hebben geen grote mond, en op de kinderclub wordt niet gevoetbald, maar ze zingen een liedje en lezen een stukje uit de Bijbel gelezen. Er is hier geen mot, maar rustige eensgezindheid.”

„Alle gezindten staan hier door elkaar”, weet Bas van den Bosch, de zwervende evangelist. „Van rooms-katholiek tot gereformeerde gemeenten. Iedereen waardeert elkaar, hoe je ook gelooft. Gewoon als mensen onder elkaar.”

Tijdens de dagopening bladert Van den Bosch door een groot formaat bijbel in een lederen hoes. Hij leest voor uit een van Paulus’ brieven, maakt daar uit de losse pols wat opmerkingen over. Er zal ’een heel andere situatie’ ontstaan, houdt hij de zeven toehoorders voor, als ’Christus eenmaal ons leven werkelijk beheerst’. Gisteren nog, zegt Van den Bosch, sprak hij een van de campinggasten. „Die man zei tegen me dat hier zijn ogen open zijn gegaan. Dat hij nu pas beseft dat het allemaal gaat om het kruis van Golgotha.” Zelf dacht de evangelist toen: wát een getuigenis. De Here God is op deze camping aan het werk.

Van den Bosch kijkt de kring rond. „Ik heb genoeg gezegd. Nu mogen jullie. Kom maar.”

Een oudere vrouw neemt het woord. „Wat ons hier bindt”, zegt ze, „is dat iedereen wil delen hoe groot God is.”

Van den Bosch knikt. Dat God ’groot’ is, klinkt misschien abstract, zegt hij, maar het is juist heel concreet. Wie in Hem gelooft, heeft niets te vrezen. „Stel je voor dat je straks die griep krijgt, dan denk je misschien dat dat het eind van je leven is. Maar als christenen kijken wij een dimensie verder. Wij hebben eeuwig leven in Christus. Het mooiste komt nog, na de dood begint het pas.”

Dan is het opnieuw tijd voor gebed, ditmaal mag ieder uitspreken wat hij op zijn hart heeft. „De overheid maakt ons bang met die griep”, verzucht een man die tot nu toe zweeg. „Maar dat is een list van de duivel. Wij bidden, Heer, dat de boze geen enkele invloed zal hebben op deze camping.” Ook eigenaren Paul en Anita Kruft van ’t Beloofde Land worden niet vergeten. „Ze zijn niets zonder U, Heer.”

Zoals dat gaat met een beloofd land, kom je er niet zomaar binnen. In Voorthuizen is het dringen voor de poorten. Daar weten Leen en Janny de Bree uit Terneuzen alles van. Ze staan op veldje Samaria, aan hun Kip-caravan wapperen Zeeuwse vlaggetjes. Janny: „De eerste maandag van januari kun je vanaf zeven uur ’s ochtends bellen om te reserveren. Ik ben er extra vroeg voor opgestaan, en toen ik naar mijn werk moest heb ik de telefoon aan mijn zoon gegeven. Om tien over half negen hadden we een plaats.”

Ze zijn er nu voor het achtste jaar, zegt Leen. Jaren terug waren ze eens in België op een gewone camping. Dat was geen prettige ervaring. Opgestookt door andere jongeren van de camping sloop hun dochter van 15 ’s nachts de tent uit om mee te gaan naar het bos. Daar werd dan gerookt en gedronken. „Dat gebeurt hier niet”, zegt Leen. „Christenen zijn anders in de omgang. Ze helpen elkaar. Als je eropuit wilt maar je komt een fiets tekort, kun je er gerust een van de buren lenen.”

Leen behoort tot het kleine groepje dat de dagopeningen bezoekt. Nee, nee, van het geloof heeft hij geen vakantie. „Je moet het zo zien”, zegt hij. „Iemand die heel fanatiek met zijn hobby bezig is, zet dat ook niet stop in de vakantie.”

Zijn vrouw Janny vindt dat een ongelukkige vergelijking. „Het geloof is geen hobby”, zegt ze streng. „Het is een levensstijl. Daar ben je vol van. Stel dat er in de vakantie geen dagopeningen zouden zijn. Dan heb je die ochtend geen contact gehad met God hierboven. Dan ontbreekt er echt wat.”

mailIcon print |