*

 

Verlopen Blackpool maakt zich weer mooi

Maaike Veen − 08/08/09, 00:00

Ooit kende de Engelse badplaats Blackpool betere tijden. Stadsvernieuwing moet de jarenlange teloorgang stoppen.

Zondagmiddag op de Noordpier van Blackpool. Hoogseizoen. De oude draaimolen draait zijn rondjes, met een enkel gezin in de pastelkleurige koetsen.

Op de punt van de pier zitten een paar lokale vissers, op de achtergrond klinkt muziek van de organist in de Sun Lounge. Hij zit er wat verloren bij op een podium waar vroeger de Big Bands speelden.

Her en der liggen toeristen, veelal van middelbare leeftijd, in een allegaartje aan plastic ligstoelen. De promenade van Blackpool is een keten van fish & chips-zaakjes, smoezelige toeristenwinkeltjes, bars, en amusementspaleizen.

Ten zuiden van de bijna tien kilometer lange boulevard doemen de contouren op van de achtbaan van het Pleasure Beach, ooit het grootste pretpark van Europa en nog steeds de belangrijkste publiekstrekker.

Alice Croffley (86) tapdanst en zingt mee op de tonen van het orgel. „Ik mis het dansen. Vroeger werd er veel meer gedanst, ook op de pier.” In de hoogtijdagen van Blackpool, tot de jaren zestig, was de badplaats dé vakantiebestemming voor arbeiders uit het noorden, die daar allemaal tegelijk vakantie vierden als de fabrieken twee weken dicht gingen.

De kwieke tachtiger kijkt uit naar de zanger vanavond in het hotel. „Als je een rustige vakantie wilt, ga je ergens anders heen – als je amusement wilt, kom je hier”, zegt Croffley’s dochter Susan (59), die dit weekje vooral voor haar ouders lijkt te hebben geboekt. „Normaal gesproken is dit de laatste plek op aarde waar ik heen zou gaan”, zegt ze met haar Noord-Engelse accent. „De geur van cafés, hamburgers en gebakken uien. Dat blijft mij altijd bij.”

Hoteleigenares Pat Mancini (70), alias ’the Queen of Blackpool’, vluchtte in de jaren zestig met haar minnaar van Manchester naar Blackpool, om er nooit meer weg te gaan. „Toen wij ons eerste Guesthouse hadden, sliepen er zelfs gasten in een hangmat buiten. Het was zo druk dat de politie ’s avonds door de straten reed en met een luidspreker mensen opriep toeristen in huis te nemen.”

Nee, zegt Alan Cavill van de gemeente, het is niet zo dat Blackpool tegenwoordig vooral bezocht wordt door feestende vrijgezellen. „Het probleem is dat de gezinnen wegblijven. Ons doel is om hen terug te winnen.”

Sinds de opkomst van goedkope vakanties in Spanje in de jaren zestig, dalen de bezoekersaantallen. Cavill: „Iedereen probeerde zoveel mogelijk geld te verdienen aan de toeristen, maar niemand investeerde.” De hotels stonden vooral bekend om door bier plakkend tapijt. De stad verpauperde volgens Cavill verder door ’uitkeringstoerisme’: werklozen die liever aan de zee verpoosden dan in hun eigen stad.

De stad probeert nu iets van de vergane glorie te herstellen. De promenade is opgeknapt, er is een volleybalstrand, er zijn nieuwe fietspaden. Openbare dronkenschap wordt niet meer getolereerd en het is afgelopen met de happy hours. Het aantal dagjesmensen neemt weer toe.

Hoteleigenares Mancini heeft er alle vertrouwen in dat de verbeteringen vruchten zullen afwerpen. „Het zal zeker vijftien jaar duren, maar ik zie al de eerste tekenen”, zegt Mancini. „Blackpool houdt nooit op. De Northerners (Noord-Engelsen) hebben een grote affiniteit met ons.”

mailIcon print |