*

 

Liever de klassieke Citotoets dan de nieuwe intelligentietest

Pieter Drenth − 20/01/09, 00:00

Naast de Citotoets en het schooladvies komt er nu ook nog een intelligentietest. Duizenden basisschoolleerlingen uit groep acht zullen volgende maand de nieuwe IQ-test maken. Maar welke test moet zwaarder wegen? Dat is een reƫle vraag.

Een belangrijk onderscheid tussen intelligentietests en schooltoetsen is hun tijdsperspectief. Bij een intelligentietest is dat de toekomst. Intelligentietests zijn voorspellende tests; ze beogen toekomstige studieprestaties, beroepssucces, of werkprestaties te voorspellen. Schooltoetsen (zoals de Citotoetsen) kijken naar het verleden. Wat heeft de leerling opgepikt, zijn de eindtermen behaald?

Zo bezien lijkt het of de intelligentietest geschikter is voor de beslissing over vervolgonderwijs. Immers, die bepaalt toch welk niveau de leerling aankan op de middelbare school? Toch ben ik er niet voor. De Citotoets houdt de voorkeur.

Ten eerste een praktisch bezwaar. Het is een illusie dat een intelligentietest jarenlang geheim kan blijven. Er zullen dus ieder jaar nieuwe tests moeten worden gemaakt en geijkt. Maar dat proces kost minimaal drie jaar, vaak langer zelfs.

Kinderen kunnen pas naar de middelbare school als zij ’schoolvaardigheden’ als begrijpend lezen, rekenen en taal voldoende beheersen, en als zij een bepaald kennisniveau hebben. De Citotoets meet deze kennis en vaardigheden, en blijft dus van wezenlijk belang.

Ten derde blijven de schoolprestaties die bij de Citotoets worden gemeten, waarschijnlijk de beste voorspellers van prestaties in het vervolgonderwijs. Een betere voorspeller dan intelligentietests.

Intelligentie, hoe belangrijk ook, is niet de enige factor die de schoolprestaties van een kind bepaalt. Ook studievaardigheden, concentratie, studiezin, bereidheid om te luisteren en te leren en nog vele andere factoren zijn van belang. Dit complex van factoren bepaalt de schoolprestaties van een kind op zowel de basisschool als in het vervolgonderwijs. De resultanten hiervan (de Citoscores en, later, de examenprestaties en diploma’s) zullen dan ook sterk samenhangen.

Dit leidt ertoe dat Citoscores –gezien het bovenstaande is dat eigenlijk tegennatuurlijk– toch een sterkere voorspeller van succes in het vervolgonderwijs zijn dan de intelligentietests.

Is het dan zinloos om intelligentie te meten bij de overgang basis- voortgezet onderwijs? Nee, dat niet, maar niet als een reguliere basis voor de beslissing over de keuze voor een middelbare school.

Intelligentietests kunnen wel in bepaalde gevallen een belangrijke bron van extra informatie zijn. Zo zou bij twijfels een hoge of lage score op een intelligentietest de doorslag kunnen geven. Ook kennen we de wat in het Engels genoemd wordt underachiever, een kind dat, gezien zijn potentie, om welke redenen dan ook altijd te laag presteert, of kinderen met faalangst, die op toetsen altijd te laag scoren.

In zulke gevallen is het nuttig te weten dat het intelligentiepotentieel wel goed is, en dat, met wellicht wat bijspijkeren en extra coaching, een hogere voortgezette opleiding verantwoord is.

mailIcon print |