Er zullen bedrijven over de kop gaan. Daar kan de beschermvrouwe van het bedrijfsleven, minister Maria van der Hoeven van economische zaken, niets tegen doen. Zij wil bedrijven klaarstomen voor de toekomst: innovatief en duurzaam. Daarbij moet de overheid haar publieke rol nog eens overdenken.
Terwijl Wouter Bos dit najaar alle lof kreeg toegezwaaid over de aanpak van de kredietcrisis, werd Maria van der Hoeven op licht hoongelach onthaald toen ze de kredietregeling voor bedrijven uitbreidde. Was deze marginale regeling nu alles wat het ministerie van economische zaken te bieden heeft, werd er gemopperd. Kredietverschaffing was toen, in oktober, toch helemaal niet het probleem van het midden- en kleinbedrijf?
De ogen van de CDA-bewindsvrouw gaan glimmen als ze vertelt hoe haar collega-minister van financiën eindelijk inziet dat dit instrument meer dan nodig is. „Hij maakt deze week een rondje langs de banken om duidelijk te maken dat ze serieus werk moeten maken van kredietverschaffing. Het is goed dat nu wordt erkend dat het probleem er voor bedrijven wel degelijk is.” Want met het redden van banken alleen ben je er niet. Ook niet op de korte termijn.
Vandaag komt het kabinet met verdergaande maatregelen. Er zou een garantieregeling komen van anderhalf miljard euro voor grote bedrijven. Die komt naast de kredietgarantie voor het midden- en kleinbedrijf, die in oktober werd uitgebreid naar bedrijven tot 250 werknemers. Die faciliteit wordt uitgebreid naar ook de allergrootste bedrijven. Daarnaast krijgt de woningbouw een impuls. Of dit betekent dat de overdrachtsbelasting er toch gedeeltelijk aan zal gaan, wil Van der Hoeven nog niet zeggen, „maar er wordt nu aan alles gedacht.”
De bewindslieden buigen zich vandaag eveneens over een uitbreiding van de exportkredietverzekering. Deze week kondigde het kabinet aan om garant te staan voor mensen die hun woning energiezuiniger willen maken. En de scholingsplannen en regels die ervoor moeten zorgen dat slachtoffers van massaontslagen meteen ergens anders aan het werk kunnen, worden verder uitgewerkt.
Het is niet de absolute redding van de economie en dat willen de bewindslieden ook niet suggereren. Zoals minister Donner van sociale zaken blijft roepen dat de regeling voor werktijdverkorting, die bedrijven in staat stelt tijdelijk mensen gedeeltelijk naar huis te sturen, geen werkloosheid kan voorkomen. Zo stelt Van der Hoeven nuchter vast, dat er onvermijdelijk bedrijven om gaan vallen. „Zeker als ze niet goed zijn geleid of boven hun stand hebben geleefd.”
Volgens haar zijn er heel wat ondernemingen die de laatste jaren te snel zijn gegroeid, te weinig reserves hebben opgebouwd en te veel tussenlagen hebben laten ontstaan.
Waarom dan toch deze bedrijven beschermen door de kredietverlening te verzekeren? „Je moet goed kijken welke maatregelen het beoogde effect hebben. Wij beoordelen niet of een bedrijf toekomstbestendig is. We wijzen ze wel op de mogelijkheden die er zijn, zoals innovatiebudgetten en regelingen voor kredietverlening.”
Daarvoor moeten de banken wel meewerken en daar is Van der Hoeven „nog niet zo vrolijk” over. „De borgstellingsregeling voor kredieten is nu 39 keer gebruikt. Vooral voor groei en voor bedrijfsoverdrachten. Ik heb een aantal gesprekken gehad met banken die moeilijk deden over het verlenen van kredieten. Dan krijg ik eerst het macro-economische verhaal te horen. Maar uiteindelijk trekken sommige banken het zich wel aan. Bovendien, laten we in januari en februari maar eens afwachten.”
Allemaal maatregelen voor de korte termijn. Maar eigenlijk wil Van der Hoeven zich bezighouden met de toekomst.
De huidige economische malaise zou bijna doen vergeten dat tijdens de hoge vlucht die de economie de laatste jaren nam, al een aantal grote, structurele problemen aan het licht kwam. De energieprijzen bereikten recordhoogte na recordhoogte. De wereldwijde energievraag was niet meer bij te benen, de voedselprijzen bereikten een ongekend niveau, de schaarste aan grondstoffen werd steeds duidelijker en dan was en is er nog het klimaatprobleem.
Van der Hoeven erkent dat. Het economisch stelsel lijkt zijn grenzen bereikt te hebben. „Maar om nu te zeggen dat dit het einde van het kapitalisme is, is echt flauwekul. De huidige crisis heeft wel geleid tot een zekere ontnuchtering over wat dit stelsel vermag. De bomen groeien echt niet tot in de hemel en dat wordt nu meer mensen duidelijk.”
Er gaat een reinigend effect uit van de huidige crisis, al vindt de minister van economische zaken het te ver gaan om te spreken van een blessing in disguise.
„Nou nee, zo moeten we het ook niet zien. Ik zie wel degelijk de problemen waar mensen en bedrijven door deze crisis mee worden geconfronteerd. Maar ik kijk tegelijkertijd ook verder. Er zal de komende tijd meer werkloosheid zijn, maar binnen zes tot zeven jaar gaan de mensen uit de babyboom met pensioen. Dan zal er op de arbeidsmarktgrote vraag naar mensen zijn. Daarom zal nu de discussie nieuw leven ingeblazen worden over arbeidsparticipatie van de oudere mens en van de vrouw. In verband met de houdbaarheid van pensioenen moet wellicht ook gekeken worden naar langer doorwerken na 65. Terwijl er een crisis is, dat is uniek.”
„Deze crisis heeft een gezonde correctie gegeven op het denken op zoveel terreinen. Over het bezit en het gebruik van aandelen, over topinkomens. Dat laatste was tot voor kort bijna niet aan te pakken. De roep op meer transparantie wordt nu steeds luider. Ook op energiemarkten. Ik kan nu niet bepaald zeggen dat dat vervelende gevolgen zijn van de crisis. Steeds meer mensen zien nu in dat het een zegen is dat we in deze omstandigheden de euro hebben. En steeds meer mensen zien nu scherper in dat we niet zonder Europa kunnen.”
Van der Hoeven pleit ervoor om tijdens deze crisis na te denken over de relatie tussen markt en overheid. „Je hoort hier en daar op het moment dat we terug moeten naar het Rijnlandse model, waarbij in een bedrijf naar meer belangen wordt gekeken dan alleen het aandeelhoudersbelang. Pff, alsof wij ooit het Rijnlandse model verlaten hebben. Ik vind dat overdreven. Het is veel belangrijker dat wij de publieke taak opnieuw doordenken. De overheid zal nooit op de stoel van de ondernemer kunnen gaan zitten, maar wij kunnen wel samen met de ondernemer optrekken. Door faciliteiten te bieden en door kansrijke nieuwe initiatieven te ondersteunen met voorzieningen. Dat is dunkt mij al een zeer actieve rol in de economie. De ruimte laten voor ondernemen, maar hard ingrijpen bij verkeerd gedrag.”
Ze waarschuwt voor bedrijven die zich door de crisis gedwongen voelen om even alleen aan de korte termijn te denken. „Bedrijven die in zwaar weer verkeren, zetten de kennisopbouw vaak even op een laag pitje. Dat is heel begrijpelijk, maar daarmee raak je je voordeel kwijt als de economie weer aantrekt. Daardoor kunnen we een kennisachterstand oplopen.”
Niet alleen de keuze van bedrijven is al jarenlang een probleem in het kennisland dat Nederland wil zijn. „De kennis die er is, vindt maar moeilijk zijn weg naar de bedrijven”, constateert Van der Hoeven. „We doen dan ook flink ons best om bedrijven de weg te wijzen naar het geld dat er is. Niet alleen naar de kredieten, ook richting innovatieprojecten.”
„We evalueren nu de FES-projecten (projecten die uit de aardgasbaten zijn betaald, red.). Een aantal loopt af en daar is de financiering in de tweede fase nog niet voor geregeld. We maken een lijst met projecten die de moeite waard zijn om die weer te financieren. Het gaat dan bijvoorbeeld om bio-medische projecten, nano-technologie. Zowel onderzoek als toepassingen.”
De minister wil daarvoor 500 miljoen euro inzetten. Geld dat voor de komende jaren is gereserveerd, en nu eerder wordt ingezet. Extra geld zou ook zeer welkom zijn, maakt de bewindsvrouw duidelijk. Dit voorjaar dient het kabinet een nieuw voorstel in voor het basisbedrag van het FES (Fonds Economische Structuurversterking). Dat is het deel uit de aardgasbaten dat wordt gebruikt voor infrastructuurprojecten, innovatie en duurzame energie. De rest wordt gebruikt voor aflossing van de staatsschuld. „Het basisbedrag uit de FES voor de komende kabinetsperiode wordt 1,7 miljard euro. De Kamer kan dat ophogen, zodat er structureel meer geld naar infrastructuur en kennisprojecten kan.” Op de suggestie dat Van der Hoeven zo’n ophoging zou toejuichen, geeft ze een knipoog.
De minister erkent dat het kabinet kansen laat liggen in het streven naar meer duurzame energie. Op land worden de doelstellingen niet gehaald en ook op zee gaat het minder hard dan bijvoorbeeld het regeerakkoord voorschrijft. „We moeten minder afhankelijk worden van fossiele energie. Ik word er niet vrolijk van. De oorzaak? Tegenwerking van belangengroepen en lokaal gebrek aan draagvlak. Daarom ben ik blij dat de Eerste Kamer nu ook de Rijkscoördinatieregeling heeft goedgekeurd. Die geeft mij meer bevoegdheden bij lokale problemen. Het is net zoiets als de spoedwet, waardoor wegen sneller kunnen worden uitgebreid. Ook zo’n goede regeling, waarmee we nu sneller aan de slag kunnen.”
Het is niet de enige regeling die uit de hoed van Economische Zaken is getoverd. Eigenlijk, zo wil Van der Hoeven tussen de regels door duidelijk maken, komt de lof waar minister Bos onder is bedolven, ook haar ministerie toe.
„Bij het overeind houden van de financiële ruggegraat van Nederland heeft het kabinet alle denkkracht nodig gehad. Ook die van Economische Zaken. Zeker in de onderhandelingen in Brussel. En de afschrijvingsregeling voor bedrijven mag dan wel via Financiën zijn uitgevoerd, „die regeling is wel hier bedacht.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.