Devisari Tunas (34) onderzoekster in Delft
„Ik ben Indonesische, maar woon nu zes jaar in Nederland, waar ik net mijn proefschrift heb afgerond. Toen ik in 1998 naar Europa kwam om te studeren, belandde ik aanvankelijk in België. En wat was ik blij verrast om overal moules frites aan te treffen.
Als kind aten wij vroeger thuis in Jakarta heel vaak mosselen. Ik was er gek op. Ze waren zo populair dat je ze niet alleen in restaurants, maar ook overal bij straatstalletjes kon krijgen.
Maar tegen het eind van de jaren tachtig, toen de baai van Jakarta steeds verder geïndustrialiseerd raakte, nam de vervuiling dermate toe dat het niet gezond meer was om mosselen te eten. Dus gingen ze bij ons thuis van het menu en ik was ze eerlijk gezegd compleet vergeten.
Toen ik voor de eerste keer mosselen in een Belgisch restaurant bestelde, kreeg ik tot mijn verbijstering een enorme pan vol. In Jakarta zou je daar met de hele familie van eten. Ik had moeite om de pan leeg te krijgen, ook omdat ik ze wel een tikje saai vond, vergeleken met de pittige manier waarop wij ze altijd maakten.
Sindsdien ben ik zelf aan het experimenteren geslagen om de smaak terug te vinden van het gerecht dat ik als kind zo heerlijk vond. Dat was een hele ontdekkingstocht, want ik heb vroeger thuis nooit leren koken, maar het is gelukt. En nu bovendien zonder gezondheidsrisico. In België was het lastig om de goede ingrediënten te vinden, maar hier in Nederland zijn gelukkig overal toko’s.
Mijn man en ik blijven dan ook voorlopig ook nog wel even. Alleen die Hollandse lunch met broodjes kaas en melk, brrr, die went nooit.”
1 kilo mosselen, 2 rode puntpaprika’s, 2 rode pepers, 8 tasty tom tomaten, 1 ui, 3 knoflooktenen, 4 limoenblaadjes (djeroek peroet – toko), 250 ml kokosmelk, 2 el suiker, 1 el azijn, zout
Op een mooie dag kwam Devisari Tunas met een tas vol boodschappen bij mij thuis mosselen koken. Hoewel ze zelf uit Jakarta komt, stamt dit gerecht uit de Sumatraanse regio Padang, waar ze van superpittig houden. Als er bij Indonesische gerechten het bijvoegsel padang staat, kun je er dan ook vanuit gaan dat het flink heet is. In dit recept gaan oorspronkelijk doodleuk twintig (!) rode pepers. Dat leek ons allebei toch wat heftig voor al die ongetrainde Nederlanders, vandaar dat ze hier gedeeltelijk zijn vervangen door paprika, wat een heel aromatisch – en een stuk minder spicy – effect geeft. Bovendien zorgt de paprika voor wat meer volume, zodat je lekker veel saus hebt. De saus is trouwens ook heerlijk bij gamba’s. Bak in dat geval de gamba’s heel kort in een aparte pan en doe ze pas op het laatst door de saus.
Maar nu eerst die mosselen. Je eet ze bij rijst, vandaar dat de hoeveelheid kleiner is dan wij zouden doen voor een mosselmaaltijd.
Snij de paprika en rode peper in stukken. Pel de ui en snij die in stukken. Doe samen met 2 el water in een grote kom, dek af en zet ongeveer 5 minuten in de magnetron tot de groente zacht is. Pureer de groente (zonder vocht) in de keukenmachine of met de staafmixer. Verhit wat plantaardige olie in een grote mosselpan. Doe de rode puree erbij en laat op middelhoog vuur een paar minuten pruttelen tot de kleur wat donkerder wordt en de knoflook gaat geuren. Snij de limoenblaadjes in ragdunne reepjes en doe erbij. Voeg de suiker en azijn toe, een snufje zout, en de doormidden gesneden tomaatjes. Roer de kokosmelk erdoor en laat alles 5 minuten pruttelen. Voeg tenslotte de schoongemaakte mosselen toe, plaats het deksel op de pan en laat ze in ongeveer 5 minuten gaar worden. Als alle mosselen openstaan, zijn ze klaar. Serveer met rijst.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.