Ze hebben bij de laatste verkiezing niet op hem gestemd. Maar veel ondervraagden vinden wél dat Geert Wilders de vinger op de zere plek legt. Het jongste Trouw-onderzoek naar de ’Staat van het Recht’ illustreert dat de PVV niet alleen een electorale bedreiging vormt voor de VVD. Ook PvdA en SP moeten op hun tellen passen.
Negen zetels heeft de Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders in de Tweede Kamer. Daarmee vertegenwoordigt ze zes procent van het electoraat. De waardering die Wilders bij burgers ontmoet, overstijgt echter ruimschoots de omvang van zijn fractie, zo blijkt uit de jongste editie van de ’Staat van het Recht’. Ook veel kiezers die bij de laatste Kamerverkiezingen op een andere partij hebben gestemd, vinden dat de PVV-voorman met de wijze waarop hij criminaliteit en overlast aan de orde stelt de vinger op de zere plek legt.
Ten tijde van de vorige editie van de ’Staat van het Recht’, gepubliceerd door Trouw in januari 2004, bestond de PVV nog niet. Geert Wilders was nog lid van de VVD-fractie in de Tweede Kamer. Na de breuk met de liberalen, in september 2004, ging hij als eenmansfractie verder. Bij de verkiezingen van november 2006 kreeg hij er acht fractiegenoten bij.
Met Rita Verdonk, die na haar breuk met de VVD in 2007 eveneens besloot om als eenling door te gaan, deelt Wilders de pretentie dat hij een stem geeft aan de ontevreden burgers die zich niet vertegenwoordigd voelen door de gevestigde partijen in Den Haag. Niet door de andere oppositiefracties, die zich weliswaar afzetten tegen de inhoud van het kabinetsbeleid, maar zich verder conformeren aan de Haagse mores. En al helemaal niet door de coalitiefracties waarop het kabinet steunt.
Ruim zes jaar geleden gaf de LPF van Pim Fortuyn met een verpletterend debuut in de politiek die ontevreden burgers een platform in Den Haag. De paarse partijen – PvdA, VVD en D66 – betaalden de prijs. De SP won, maar minder dan waarop zij had gerekend.
Door de moord op Fortuyn, op 6 mei 2002, werd de nog maar net bestaande LPF een week voor de Kamerverkiezingen politiek onthoofd. Ze regeerde nog wel even mee, maar bezweek vrij snel aan onderling geruzie. De flamboyante LPF-leider had echter voor zijn dood veel losgemaakt bij de kiezers. In de vorige editie van de ’Staat van het Recht’ zeiden bijna twee op de drie ondervraagden dat zij vonden dat sinds het ten tonele verschijnen van Pim Fortuyn de ’echte problemen’ in de Nederlandse samenleving bespreekbaar waren geworden.
Die rol lijkt Geert Wilders nu te hebben overgenomen. Eerder dan Rita Verdonk heeft Wilders gebruik kunnen maken van de electorale leemte die de LPF heeft achtergelaten. Wilders presenteert zich als dé vertegenwoordiger van die burgers, die maar niet begrijpen waarom échte – dat bijvoeglijke naamwoord wordt er vrijwel altijd aangeplakt – oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken voortdurend moeten afketsen op politieke onwil, Haagse bureaucratie en internationale verdragen waaraan Nederland zich heeft verbonden.
De PVV-voorman mag dan in zijn opvattingen en uitspraken controversieel zijn, uit de jongste editie van de ’Staat van het Recht’ blijkt dat hij ook buiten de eigen aanhang op redelijk wat waardering kan rekenen. De stelling ’Over Geert Wilders wordt verschillend gedacht, maar hij legt de vinger op de zere plek als het gaat om criminaliteit en overlast’ blijken veel ondervraagden helemaal of grotendeels te onderschrijven. Het zal geen verbazing wekken dat Wilders’ eigen kiezers daarbij aanzienlijk hoger scoren dan het gemiddelde van 60 procent. Maar liefst 99 procent van de PVV-stemmers onderschrijft de stelling. Het electoraat van Verdonks TON blijft daar trouwens niet ver bij achter met 90 procent. En ook in Wilders’ oude partij, de VVD, geeft 69 procent de PVV-voorman dit krediet.
Maar de waardering komt niet alleen van kiezers van de rechterkant van het politieke spectrum. Ze is ook afkomstig van aanhangers van SP en PvdA. Weliswaar scoren stemmers op deze partijen lager dan gemiddeld. Maar een kleine meerderheid van het SP-electoraat (55 procent) en altijd nog de helft van de PvdA-kiezers onderschrijven de stelling dat Wilders als het gaat om criminaliteit en overlast de vinger op de zere plek legt.
Net als de achterban van Wilders is ook de aanhang van SP en PvdA voor een belangrijk deel te vinden in die delen van de steden waar de leefbaarheid onder druk staat door criminaliteit en overlast. Het wekt dan ook geen verbazing dat ook niet-PVV-stemmers het waarderen dat Wilders dat probleem op stevige toon aan de orde stelt.
Uit het onderzoek blijkt verder dat PVV- en TON-aanhangers met veel SP-, VVD- en PvdA-kiezers gemeen hebben dat zij bepaald niet overlopen van vertrouwen in de wijze waarop de overheid de criminaliteit aanpakt. De stelling ’Ik heb geen vertrouwen in de manier waarop de misdaad in Nederland wordt bestreden’ wordt onderschreven door een kleine meerderheid van de PvdA-aanhang (52 procent). Onder de kiezers van VVD (61 procent) en SP (71) is de steun nog wat breder. Al scoren deze drie partijen ook hier weer niet zo hoog als de TON-aanhangers en PVV-kiezers. Van deze groepen schaart respectievelijk 87 en 92 procent zich achter de voorgelegde stelling.
Wie vindt dat Justitie het laat afweten bij de bestrijding van de criminaliteit, vestigt z’n hoop al snel op particulieren. Dat blijkt ook uit de steun voor de stelling ’Burgerspeurders als Maurice de Hond en Peter R. de Vries laten zien dat Justitie in Nederland zijn werk niet goed doet’. Van de ondervraagden is 59 procent het hiermee helemaal of grotendeels eens. Ook hier scoren PVV- en TON-stemmers een stuk hoger dan gemiddeld: respectievelijk 82 en 71 procent. En dat geldt eveneens voor de SP-kiezers van wie 66 procent de stelling onderschrijft. Maar ook van de PvdA-stemmers is nog altijd een kleine meerderheid van 52 procent die mening toegedaan.
De VVD blijft hierbij met 46 procent achter. Maar de liberale aanhang doet met 76 procent weer volop mee bij de stelling ’Om de criminaliteit te bestrijden moet een strikter vreemdelingenbeleid worden gevoerd’. Niet verwonderlijk dat PVV en TON nog wat hoger uitkomen met 93 en 89 procent. Maar ook de meeste kiezers van PvdA (64 procent) en SP (55 procent) denken er zo over.
Zulke uitkomsten illustreren dat Wilders niet alleen een electorale bedreiging vormt voor de VVD, maar dat ook SP en PvdA op hun tellen moeten passen. Ook voor een deel van hun kiezers kan de verleiding groot worden om op Wilders te stemmen. Als de ontevredenheid groot genoeg is, is de oversteek van links naar rechts zo gemaakt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.