*

 

In tranen en helemaal stuk in de Notre Dame

Koert van der Velde − 05/06/09, 00:00

Zonder religieuze beleving geen religie – misschien is ze wel de kern ervan. Toch lees je er maar weinig over. In deze rubriek beantwoorden mensen vragen over wat ze op religieus gebied hebben beleefd. Vandaag: Pieter Oussoren.

Wat hebt u meegemaakt?

„Afgelopen zondag was ik in de Notre Dame in Parijs. Brave preek – niet slordig rooms, maar wakker werd ik er ook niet van. Wel fantastische muziek. In de rij voor de hostie wilde een hele mooie negerin met een baby in de armen voordringen, dus ik zei: ’Gaat u voor’. Een betoverende glimlach. Ze straalde een enorm vertrouwen uit: God is goed, ik heb een baby, en nu ga ik naar de tafel van de Heer. Ze knielde, liet de hostie op haar tong leggen en vroeg een kruisje voor de kleine. Ik was in tranen. Wat een vertrouwen, wat een zelfbewustzijn, die uitstraling: Ik durf. Ik was helemaal stuk.”

Hoe kan het dat het u emotioneel maakte?

„Mijn emoties overziend dacht ik: wat een onzin, er gebeurt alleen maar wat ik graag zou zien gebeuren, het is te mooi om waar te zijn. Ik wist best dat ik me geen illusies moet maken over die Afrikaanse vrouw. Zij was verre van naïef. Misschien kent ze de vader van haar kind niet eens.

Maar tegelijkertijd zag ik dat ze het reuze goed deed. Dat gelovige zelfbewustzijn met die baby in haar trotse armen terwijl haar vertrouwen in God welbeschouwd gegrond is op maar heel weinig.

De vrouw leverde me de sensatie van lost paradise, ik zag een vertrouwen, dat ik ook heb, maar dat bij mij wel veel dunner is. Ik ken God ook als een wraakachtige God. Als ik de Bijbel vertalend de bruine lagen vernis er af haalde en de oorspronkelijke kleuren te voorschijn zag komen, dan zag ik dat ruwe, ongepolijste van God vaak terug. God is niet braaf en suf. Dat wist ook mijn oma al nadat ze drie kinderen had verloren. Wellicht wist deze zwarte vrouw dat ook best, ondanks het vertrouwen dat ze tentoonspreidde.

Ik voelde me ook verbonden met die vrouw met haar baby omdat ik me altijd rot erger aan die burgerlijke truttigheid van moeders die een kind hebben maar eigenlijk vooral bezig zijn met het kind niét te hoeven hebben. Het kind moet zoveel mogelijk naar de crèche, en mag ook niet gewoon bij de kerkdienst zijn, want daar zou het eens herrie kunnen gaan maken.

Ik kom uit een bevindelijk nest, ging als kind altijd mee naar de kerk – niks kinderdienst dus – en zag daar dan dezelfde mensen zitten die ik doordeweeks in het dorp tegenkwam. Die man die altijd in boerenoveral liep met een pet op, die zag er in de kerk opeens heel anders uit. En die vrouw die in tranen was, wat zou er in haar om gaan? Hier gebeurde iets wezenlijks, wist ik. Maar wat? Wekelijks zat ik daar, hoefde verder niets, alleen een beetje stil zitten. Ik luisterde nooit naar de buitengewoon saaie preken, genoot van de muziek en keek rond, op zoek naar het geheim: wat maakte het hier zo bijzonder?”

En, wat maakt een kerkdienst voor u zo bijzonder?

„Terwijl de mis in de Notre Dame aan de gang was, liepen er duizenden mensen rond – korte broek, met behaarde benen, fototoestel in de aanslag. Je zag ze denken: Hier gebeurt iets, maar ik heb er geen last van. We leven in een gehavend werelddeel. In ontkerkelijking zie ik vooral een gebrek aan gevoel voor poëzie. Wat doen al die poëzieloze toeristen zichzelf te kort. Op een gegeven moment ging de organist helemaal los, een wonder dat de kerk niet is ingestort. Maar het ging langs hen heen. Terwijl de oude teksten, de weergaloze muziek, en het geheim van het brood toch zelfs voor de grootste atheïst aanleiding genoeg zouden kunnen zijn om het interessant te vinden er bij te zijn.

Ik kies elke zondag met veel plezier een kerk uit voor een dienst. Ik geniet van het goede zingen, het orgelspel en al die leuke mensen die er naast de etterbakken ook zijn. En natuurlijk geniet ik van de preek, er wordt hier en daar zeer goed gepreekt, en dat gebeurt dwars door alle denominaties heen. En wat is dat mooi: als teken van vertrouwen eten de gelovigen uit Gods hand, en tegelijkertijd weten ze: ze hebben God niet in de hand.”

mailIcon print |