*

 

Dertig studiepunten leveren geen leraar op

Milou Kerkhof studente klassieke talen aan de VU − 05/06/09, 00:00

Wie leraar wil worden moet echt opgeleid worden. Een minor is onvoldoende.

De Tweede Kamer stemde onlangs in met het plan van staatssecretaris Van Bijsterveldt om universitaire bachelorstudenten de mogelijkheid te geven een tweedegraads onderwijsbevoegdheid te behalen. Dit betreft alleen de studies die opleiden tot een schoolvak, zoals Nederlands en geschiedenis. Het plan behelst de invoering van de zogeheten educatieve minor, een keuzepakket van dertig studiepunten waarin de bachelorstudent didactische vaardigheden opdoet. Vanaf volgend collegejaar wordt deze minor al op een aantal universiteiten aangeboden.

Als bachelorstudente die graag het onderwijs in wil, voel ik niets voor de invoering van een dergelijke minor. Dit plan betekent mijns inziens een uitholling van het universitair én van het voortgezet onderwijs. In Trouw stond vorige maand het bericht dat de Onderwijsraad pleit voor landelijke normen waaraan de lerarenopleidingen moeten voldoen. De laatste zin van dat artikel luidt: „De landelijke examencommissie hoeft zich niet te bemoeien met de universitaire lerarenopleidingen; de Onderwijsraad gaat ervan uit dat studenten aan de universiteit gedegen vakkennis meekrijgen.”

Wanneer de educatieve minor wordt ingevoerd, durf ik deze uitspraak te betwisten. Wanneer een bachelorstudent immers dertig punten vakdidactiek kiest, gaat dat ten koste van dertig punten vakkennis. Dertig punten die je kan invullen met verbredende of verdiepende colleges, worden opgeofferd ten behoeve van vakdidactiek. De docenten die van een dergelijke bacheloropleiding afkomen, kunnen misschien wel uitleggen, maar hebben inhoudelijk minder kennis van zaken. Wie ziet toe op de vakkennis van deze studenten die na het volgen van de educatieve minor al voor de klas mogen staan? Overigens vraag ik me ook af in hoeverre een educatieve minor van dertig punten een student voldoende voorbereidt op het leraarschap. Een half jaar vakdidactiek lijkt me erg weinig bagage voor een aankomend docent. De educatieve minor levert docenten op met minimale didactische kennis en een inhoudelijk uitgekleed bachelordiploma.

Van Bijsterveldt benadrukt verder dat de educatieve minor als opstap moeten worden beschouwd naar het behalen van een volledige lesbevoegdheid. Van bachelorstudenten met de educatieve minor wordt verwacht dat zij na hun master ook nog de lerarenopleiding volgen, en dus het traject volgen dat nu ook al bestaat. De educatieve minor zou studenten stimuleren om de lerarenopleiding te volgen waardoor er meer academici voor het onderwijs kiezen.

Dit betwijfel ik: studenten kiezen de minor wellicht alleen om hun kansen op de arbeidsmarkt tijdelijk te vergroten, zonder dat ze echt voor het onderwijs kiezen. Bachelorstudenten die wel het onderwijs in willen, kunnen beter tijdens hun studie voor inhoud gaan, en de vakdidactiek voor de lerarenopleiding bewaren. Dat levert pas echt academische docenten op en laat het niveau van de bachelorstudie in tact.

Ik denk dat Van Bijsterveldt het lerarentekort niet oplost met het invoeren van de educatieve minor. Het probleem van te weinig goede docenten los je niet op door te investeren in tijdelijke en kwantitatieve oplossingen. De komst van jonge en onervaren docenten zonder gedegen opleiding betekent misschien een tijdelijke oplossing, maar brengt ook een nieuw probleem met zich mee.

mailIcon print |