Thomas Buergenthal overleefde als kind Auschwitz-Birkenau. Later, bij een bezoek aan het voormalige concentratiekamp, zag hij hoe het schuldige landschap onder hoog gras en wilde bloemen bedekt was geraakt. „Ik vroeg me af of de natuur op den duur niet dezelfde truc zou uithalen met ons collectieve geheugen.”
Ik was tien jaar oud toen ik in 1944 in Auschwitz-Birkenau aankwam. Veel over dit oord ben ik vergeten, waarschijnlijk omdat ik het wilde vergeten. Dat ik kón vergeten is een zegen, omdat het mij hielp mijn verstand niet te verliezen.
Maar er is nog steeds veel dat ik me wel herinner, vooral de onophoudelijke angst om dood te gaan en de constante honger. Omdat ik een kind was, moest ik extra uitkijken voor de selecties die dr. Mengele, de engel des doods, met Duitse precisie uitvoerde. Hij zocht steeds meer kinderen, zieken en ouderen om naar de gaskamers te sturen. Hem te slim af zijn en nog een dag te leven werd een spel waaraan ik gewend raakte, en elke keer dat ik aan zijn dodelijke vangnet wist te ontsnappen voelde ik me een overwinnaar.
De honger was mijn permanente metgezel in Auschwitz. We kregen een stukje zwart brood in de ochtend, en als we geluk hadden een donkere vloeistof die eruit zag als koffie. Het enige andere maal van de dag dat ik me kan herinneren was een heel dunne, gelige rapensoep en misschien, maar niet altijd, nog een stukje brood. Ik at mijn brood meteen op zodra ik het kreeg want als ik het probeerde te bewaren voor later op de dag, zou het zeker gestolen worden. Ik had als kind minder voedsel nodig dan de volwassenen, en velen veranderden door ons dieet geleidelijk in ’muzelmannen’, zoals ze genoemd werden: mensen die zo dun waren dat ze eruitzagen als in doorzichtige huid gewikkelde skeletten. Ik weet niet waarom ze zo heetten, maar wat ik wel weet is dat als ze eenmaal zo dun waren, ze niet lang meer te leven hadden. Als ze zich aan mij voorbij sleepten, dacht ik wandelende doden te zien.
Toen ik in het zigeunerkamp verbleef, waar ik terechtkwam nadat de Roma en Sinti die daar woonden allemaal vermoord waren, kon ik bijna elke avond rook en vlammen uit de schoorstenen van de crematoria zien komen. Elke aankomst van een nieuw transport voedde de vlammen van deze monsterlijke ovens. Later, toen ik naar een andere barak verhuisde, was ik zo dicht bij de crematoria dat ik het geschreeuw en de smeekbeden kon horen van het almaar groeiende aantal mensen dat de gaskamers werd ingejaagd.
’s Nachts kon ik na een tijdje hun werkelijke geschreeuw niet meer onderscheiden van de nachtmerries die dit veroorzaakte, en ik was bang om in slaap te vallen.
Ik weet ook nog dat de bodem in Auschwitz in de zomer uit dikke bruine modder bestond en in de winter uit een ijzige sneeuwbrij. Ik kan me niet herinneren ooit gras, struiken of bomen gezien te hebben gezien. Vogels heb ik ook nooit kunnen ontdekken in de hemel boven Auschwitz, ze bleven weg vanwege de vervuilende rook uit de crematoria.
De vogels konden wegvliegen. Het enige dat wij konden doen was wensen dat we dat ook konden. Ik bad voor dat wonder. ’s Nachts droomde ik soms dat ik kon vliegen.
Toen ik in de lente van 1991 voor het eerst na de oorlog Auschwitz-Birkenau bezocht, viel mij op dat er vogels in de lucht waren, wilde bloemen en hoog gras bedekten de lege plekken waar ooit de vele barakken stonden. Na de oorlog waren ze afgebroken om als brandhout te dienen. Terwijl ik om me heen keek kon ik het gevoel niet van me afschudden dat dit veranderde landschap symboliseerde hoe de natuur de verschrikkelijke misdaden afdekte die hier, op deze met bloed doordrenkte bodem gepleegd waren. En met zekere schroom vroeg ik me af of de natuur op den duur niet dezelfde truc zou uithalen met ons collectieve geheugen, zodat we geleidelijk aan niet alleen de misdaden van het Derde Rijk zouden vergeten, maar ook onze waakzaamheid tegen krachten en ideologieën die door heel de geschiedenis heen verschrikkelijke misdaden over de mensheid hebben afgeroepen.
Dat mag niet gebeuren. Auschwitz en de rol die het had in de Holocaust mogen nooit vergeten worden. Door Auschwitz te herdenken kunnen we ervoor zorgen dat mannen en vrouwen van goede wil hun harnas niet zullen afwerpen als een politieke of nationale beweging genocidale krachten laat ontketenen om een ideologisch of politiek doel, of economisch gewin te bereiken.
Tijdens een recent bezoek aan Amerika liet ik mijn zevenjarige kleindochter Ruth familiefoto’s zien. Ze wees op een foto van mijn vader en vroeg wie hij was. Ik legde uit dat dat haar overgrootvader was. Ze wees nog wat andere foto’s aan en ik vertelde dat dat mijn grootvader en grootmoeder waren. Ze dacht even na en vroeg: „Waar zijn ze nu?” Ik zei dat ze dood waren.
„Waren ze ziek?”, wilde ze weten.
„Nee”, zei ik. „Ze zijn vermoord.”
„Waarom zijn ze vermoord?”, vroeg ze onmiddellijk.
Ik antwoordde niet meteen, omdat ik niet precies wist hoe. Uiteindelijk zei ik: „Ze zijn vermoord omdat het Joden waren.”
Ze keek me aan en klonk ongerust toen ze fluisterde: „Mama zegt dat wij Joods zijn.”
Ik nam haar in mijn armen en stelde haar gerust dat die verschrikkelijke dingen in een heel ander deel van de wereld waren gebeurd, lang, lang geleden toen slechte mensen alle Joden probeerden te vermoorden en vele, vele andere mensen, maar dat we nu veilig waren.
Later vroeg ik me af of degenen die de Holocaust overleefd hebben ooit werkelijk geloven dat ze veilig zijn. Als de enige misdaad die je in Auschwitz heeft doen belanden het feit was dat je uit Joodse ouders bent geboren en als je vader, grootouders en vele andere familieleden gedood zijn omdat zij Joden waren, wat zou dan je overtuiging rechtvaardigen dat volkerenmoorden zoals die tijdens de Holocaust zijn begaan nooit herhaald zullen worden, gezien het feit ook dat de wereld heeft staan toekijken bij de genociden in Cambodja, Rwanda en Srebrenica?
Elders heb ik erop gewezen dat je, door de Holocaust uit te drukken in een getal – zes miljoen – de slachtoffers onbedoeld ontmenselijkt en de diep menselijke tragedie trivialiseert. Het getal verandert de slachtoffers in een inwisselbare massa van naamloze, zielloze lichamen. Het veronachtzaamt het feit dat elk van hen een individu was – moeder, vader, kind, grootouder, kunstenaar, dokter, advocaat – met elk zijn dromen en verwachtingen. Ieder van hen was een mens, vermoord in Auschwitz, Treblinka, Dachau, Buchenwald, Sachsenhausen, Bergen-Belsen, op de met sneeuw bedekte wegen tijdens de dodenmarsen van Auschwitz, in de getto’s en werkkampen, alleen omdat ze Joden waren.
Ik heb me vaak afgevraagd hoe de wereld er zou hebben uit gezien als deze mensen hadden mogen blijven leven. Hoeveel potentiële Einsteins, Mahlers, Freuds, Kafka’s, Werfels, Zweigs en Chagalls zijn er vermoord? Welk reservoir aan artistieke, wetenschappelijke en intellectuele creativiteit is er onder de laarzen van de stormtroepen vertrapt en verstikt met Zyklon B? We zullen nooit weten welke bijdrage aan de mensheid ze geleverd zouden hebben. De Holocaust was niet alleen een Joodse tragedie, maar een tragedie voor de gehele mensheid.
Wie zich nog kan herinneren hoe Europa er vlak na de oorlog uitzag kan niet anders dan verwonderd zijn over zijn transformatie. Voor de jongere generaties is de vernietiging van Europa iets uit een klassieke oudheid. Dat is uitstekend zolang ze niet het gemak vergeten waarmee de bevolking van een van de beschaafdste landen van Europa een moorddadige ideologie van raciale superioriteit accepteerde. Ze mogen zich niet laten misleiden of vergiftigen door een ideologie die raciale en religieuze discriminatie of etnische zuivering toestaat en die gelooft in het gebruik van geweld om misdadige doelen te bereiken.
Ik heb me vaak afgevraagd hoe je de Holocaust en de volkerenmoord waar nazi-Duitsland verantwoordelijk voor was, moet verklaren, evenals de verschrikkelijke oorlog die het begon.
De poging om een heel volk, hele gemeenschappen, complete landen en culturen te vernietigen – er zal nooit een bevredigende verklaring voor komen en ik ben daar zelf zeker nog niet in geslaagd.
Het zou al te makkelijk zijn om de verschrikkelijke misdaden toe te schrijven aan een paar gestoorde leiders. Dat zou de miljoenen gewone Duitsers ontlasten die passief of actief meewerkten aan deze misdaden. De echte Duitse helden waren zij die de moed hadden hun overtuigingen niet te compromitteren en die in verzet kwamen tegen het naziregime. Velen van hen betaalden de ultieme prijs voor hun overtuiging en moed. Ze verdienen onze bewondering en respect.
Het is natuurlijk heel menselijk om te denken dat geestelijk gezonde individuen niet verantwoordelijk kunnen zijn voor al het leed dat nazi-Duitsland heeft aangericht. Want dat het juist normale, gewone mensen waren en geen krankzinnige gekken die die verantwoordelijkheid dragen, is een angstaanjagende gewaarwording. Het dwingt ons een waarheid onder ogen te zien die weinigen willen erkennen: dat heel gewone mensen onder bepaalde omstandigheden in staat zijn om verschrikkelijke misdaden te plegen.
Dit leidt tot de conclusie dat anderen, in andere delen van de wereld evenzeer in staat zijn om beleid uit te voeren dat vergelijkbaar is met dat van nazi-Duitsland. Misschien niet op die schaal en misschien niet met de efficiëntie van de nazi’s, maar met net zulke tragische gevolgen voor de slachtoffers. Hoe zijn anders de volkerenmoorden en misdaden tegen de menselijkheid te verklaren die zich sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog met schrikbarende regelmaat hebben voorgedaan?
Intolerantie heeft de neiging zijn lelijke kop van tijd tot tijd op te steken. Het is als kanker die onder de huid van alle samenlevingen woekert. Elke generatie moet daarom steeds opnieuw herinnerd worden aan het gevaar en de oorzaken van intolerantie en van de misdaden die daaruit voort kunnen vloeien. Onze scholen en universiteiten moeten hierin het voortouw nemen. Jammer genoeg wordt er in de meeste landen veel te weinig aan gedaan door de onderwijsinstanties. De belangrijke rol die het Nederlandse Centrum voor Holocaust en Genocidestudies daarin speelt moet daarom beloond en ondersteund worden.
De herinnering aan Auschwitz levend houden zonder te geloven in en te werken aan verzoening met het hedendaagse Duitsland betekent een miskenning van hetgeen dat land heeft bereikt. Een van de veelbelovendste ontwikkelingen na de Holocaust was de transformatie van Duitsland, van een militaristische, moordzuchtige nazistaat tot een toonaangevende democratie. Wie had zich tijdens de nazitijd het Duitsland van vandaag kunnen voorstellen? Het is in mijn optiek belangrijk om de democratische successen van het hedendaagse Duitsland te erkennen, de positieve rol die het tegenwoordig speelt in de internationale verhoudingen, de inspanningen om verzoening tot stand te brengen met de slachtoffers van de Holocaust en hun nakomelingen.
In tegenstelling tot Duitsland zijn er veel andere landen die tot op de dag van vandaag niet om vergeving hebben gevraagd voor de misdaden die in hun naam zijn gepleegd. De inspanningen van Duitsland zijn uniek, maar dat zou niet zo moeten zijn, ze zouden als voorbeeld moeten dienen voor andere landen. Zonder verzoening en vergeving zal er nooit een einde komen aan de haat tussen landen en mensen.
Als overlevende van Auschwitz heb ik meer dan zes decennia de tijd gehad om na te denken over een onderwerp dat al die jaren door mijn hoofd speelde.
De Holocaust heeft onder de inwoners van de kampen vele helden en slechteriken voortgebracht. Gewone mensen die hun moreel kompas nooit kwijtraakten, en anderen die kapo werden of blokoudste en die de SS hielpen bij het martelen en moorden, vaak alleen maar voor een extra stukje brood. Voor sommigen was overleven het enige doel, ongeacht de gevolgen, terwijl anderen trouw bleven aan hun religieuze en morele overtuigingen waarvoor ze bereid waren hun leven op te offeren.
Ik wilde dat ik wist wat een mens in de ene of de andere richting drijft. Is het opvoeding, opleiding, religie?
Wat ik wel weet is dat je de mensen aan de ene of de andere kant van deze morele scheidslijn niet van tevoren al kunt onderscheiden, maar pas op het moment dat ze de beslissing moeten nemen tussen goed en kwaad.
Geen enkel land kan genoeg doen om de mannen en vrouwen te eren die grote morele moed aan de dag hebben gelegd in de strijd tegen onrechtvaardigheid, onverdraagzaamheid en intolerantie. Omdat onze scholen onze kinderen maar zelden laten kennismaken met de inspirerende humanitaire daden van zulke individuen hebben ze bij het verlaten van de school maar weinig weet van deze helden en van de morele geschiedenis van hun land. Deze geschiedenis moet onderwezen worden en gewaardeerd. En er zijn veel vragen die tijdens het onderwijs gesteld zouden moeten worden, vooral als het gaat om de Tweede Wereldoorlog.
Bijvoorbeeld: waarom waren er in het ene Europese land zoveel verraders en in het andere niet? Waarom boden sommigen weerstand en anderen niet? Hoe garanderen we dat ons trieste verleden zich niet herhaalt? Zonder het stellen van deze vragen blijft de leuze ’Nooit meer Auschwitz’ een loze kreet.
Omdat ik als kind de Holocaust overleefde zou ik speciaal de herinnering aan de honderdduizenden kinderen die tijdens de Holocaust vermoord zijn levend willen houden: de Anne Franks, Petr Ginzes, Ucek en Zarenka, mijn kleine geadopteerde broertje en zus en vele, vele anderen. En laten we vooral ook de kinderen niet vergeten die gedood werden of van de honger stierven in talloze andere gewapende conflicten, in Rwanda, op de Balkan, in Cambodja. En de kinderen elders die zullen blijven sterven totdat we een wereld hebben gecreëerd waarin ’Nooit meer’ werkelijk ’Nooit meer’ betekent.
Vertaling Andrea Bosman
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.