*

 

Over de Karsten van deze wereld

Jaap Timmer lector Veiligheid aan de hogeschool Windesheim Zwolle − 23/05/09, 00:00

Het is te gemakkelijk en onverstandig om daders van dramatische misdrijven af te doen als gestoord.

Efeze, Turkije 356 voor Christus; Dunblane, Schotland 1996; Eindhoven 1998; Columbine, VS 1999; Erfurt, Duitsland 2002; Amsterdam Frederiksplein 2004; Blacksburg Virginia, VS 2007; Tuusula, Finland 2007; DeKalb Illinois, VS 2008; Kauhajoki, Finland 2008; Dendermonde, België 2009; Winnenden, Duitsland 2009; Apeldoorn 2009.

Zomaar 13 plaatsen waar jonge mannen op grootse en meeslepende wijze aandacht trokken én kregen door even onvoorstelbare als onvoorspelbare gruweldaden te plegen. In Duitsland spreekt men in zo’n geval van ’Amoklauf’. De Duitse politie heeft een ’Amokprocedure’ ontwikkeld in antwoord op dit soort problemen. Volgens deze aanpak leren agenten in de basispolitiezorg hoe ze snel op kunnen treden tegen zo’n dader, zelfs vóór dat het arrestatieteam ter plaatse is.

Hun omgeving vond de amokmakers van de laatste jaren soms wel wonderlijk, maar meestal niet zorgwekkend. Zij waren doorgaans lieve zoons van goede moeders. De Griek Herostratos stak in 356 voor Christus in Efeze een belangrijke tempel in brand omdat hij beroemd en onsterfelijk wilde worden. Dat is hem gelukt. Zo goed als het ook anderen is gelukt. In veel gevallen ook ten koste van andere levens.

Zijn er eerder kenmerken of gedragingen geweest die aanleiding hadden kunnen zijn om aan deze jongens en mannen nadere aandacht te besteden? Een man die in de jaren 1990 omkwam tijdens een politieoptreden bleek bij nader onderzoek tegen een familielid te hebben gezegd dat hij zich wilde laten doodschieten door de politie. Dat familielid heeft niet geweten wat hij daarvan moest denken en wat hij er mee aan moest.

Het is te gemakkelijk en niet verstandig om daders van dit soort dramatische misdrijven af te doen als gestoord. Behalve druggebruik en depressies blijken dergelijke daders vaak ook met gevoelens van afgunst te worstelen. Ze voelen zich niet gezien en niet begrepen en buitengesloten. Sociale afsluiting, onverwerkt verdriet, disfunctioneren in het werk en schulden zijn ook vaak problemen waar dit soort daders bij leven mee hebben gekampt.

Hoe herken je de kenmerken of gedragingen die mogelijk ontsporing kunnen voorspellen? Hoe onderken je risicodragend of risicovoorspellend gedrag? Met wie deel je die indrukken en hoe? Wat kunnen anderen en instanties daarmee? Wie grijpt er daadwerkelijk in? Moeten wij naar een systeem van algehele controle en iedereen met afwijkend gedrag in een databestand stoppen?

De politie investeert in een integrale aanpak van levensbedreigende omstandigheden met nieuwe recherchetactieken en -technieken en in specialismen, zoals politieonderhandelaars. Met de koppeling van die disciplines aan zowel de basispolitiezorg als aan speciale eenheden is de politie in staat om winst te boeken in de beheersing van potentieel levensbedreigende situaties.

Individuen en groepen die groots en meeslepend aandacht willen krijgen of een daad willen stellen,door bijvoorbeeld ineens het vuur te openen in een school of door met hun auto een menigte in te racen vormen niet alleen een probleem van overheid en politie. Gevaar, geweld en afwijkend gedrag zijn brede maatschappelijke problemen, waarvoor politie en overheid bondgenootschappen moeten sluiten met andere disciplines en taakvelden zoals zorg, onderwijs en bedrijfsleven. Alleen zo kan schijnbaar onvoorspelbaar gevaar en geweld voorspelbaarder gemaakt worden. Dit vergt systematisch verzamelde en geanalyseerde kennis en inzichten. Daarvoor zijn onderzoek en kennisontwikkeling nodige die meer inzicht geven in de praktijk. Met die opgedane kennis en het opgebouwde vertrouwen is de kans te vergroten om het schijnbaar ongrijpbare toch te betrappen en te begrijpen en vanuit dat begrip mogelijk in te grijpen.

Op 2 juni 2009 is een congres over de integrale aanpak van riskant gedrag onder de titel „Hoe groot is de kans? ”. Informatie: www.windesheim.nl.

mailIcon print |