In communistische regimes zijn scholen inwisselbaar en worden ze vaak met nummers aangeduid. Dat werd nog een keer in herinnering gebracht tijdens de gijzeling in de school van Beslan. Die school heette School Eén. Vanuit het oogpunt van kosten is het efficiënt, als scholen eenvormig zijn. Variëteit kost tijd en moeite en dus ook geld. Maar massaliteit doodt creativiteit. Uiteindelijk is dat schadelijk voor de maatschappij.
Ik prijs mij gelukkig dat ik eindexamen deed op het Jeanne d’Arclyceum in Maastricht. Andere scholen hadden daar namen als het Veldeke of het Stedelijk. Iedere school had zijn eigen geschiedenis, zijn eigen sfeer, zijn eigen leraren en zijn eigen leerlingen. Als de ene school niet beviel, konden leerlingen, of leraren, naar een andere gaan. Menig leerling was dolgelukkig met de nieuwe kans, die hij zo kreeg.
Soms was een school uit de gratie. Dan haperde er iets. De sfeer was niet meer goed of de kwaliteit van het onderwijs verslechterde. Het aantal leerlingen liep dan terug. Voor de school het signaal om te verbeteren. Anders overleefde zij niet.
Dit is verleden tijd. Vorige week schreef Jacques Vriens in deze krant dat alle scholen voor voortgezet onderwijs in Maastricht nu onder één bestuur vallen. Er gaan geen middelen meer verloren door inefficiënt werken en door onderlinge concurrentie, lees ik op de website. Dit alles natuurlijk met behoud van identiteit van de scholen.
Maar wat is identiteit nog, onder één bestuur? De scholen krijgen vast dezelfde boeken. Dat is lekker goedkoop bij de aanbesteding. Bovendien zijn leraren dan onderling inwisselbaar. Het bestuur kan verder bepalen dat leerlingen (of leraren) naar een andere school moeten, als de logistiek dat vereist. Zo vallen er geen dure leemtes, een school met halfgevulde klassen en een andere school met overvolle lokalen. Geen school kan uit de gratie raken.
Anders gezegd: hoe slecht de school ook is, ze zal blijven voortbestaan. Extra kosten door onderlinge concurrentie worden zo vermeden.
Namen als Jeanne d’Arclyceum of Veldeke, met hun bijzondere identiteit en hun rijke historie, horen niet bij deze rationalisaties. Al enige tijd geleden werden ze afgeschaft. Nu heten de scholen ’Porta Mosana’ en ’Terra Nigra’. Dit past in deze tijd, waarin overal Latijnse nonsensnamen worden gebruikt om de eenheidsworst een exclusief gezicht te geven. Persoonlijk geef ik dan de voorkeur aan namen als School Eén en School Twee, zoals in communistische landen. Dat drukt standaardisatie uit en is ook nog eens gemakkelijker te onthouden.
De stad waar ik nu woon is even groot als Maastricht. Hier zijn (nog) vier verschillende scholen, alleen al voor het vwo. Maar ook hier zijn er plannen om ze onder één bestuur te brengen. Vooralsnog doen de individuele scholen hun uiterste best om leerlingen te werven. Bijvoorbeeld op voorlichtingsdagen. Ze huren zelfs planten om het gebouw op te fleuren. Vroeger ergerde ik me daaraan. Het geld kon toch wel beter worden gebruikt? Nu besef ik de luxe. Er is keuzevrijheid. De school wil als beste naar voren komen..
Wat mij zo verbaast, is dat de fusies van scholen nog steeds doorgaan. Er wordt nu al zo’n tien jaar lang tegen gefulmineerd. Bijna iedereen is tegenstander. Ouders willen het niet, leerlingen willen het niet, leraren willen het niet, politieke partijen willen het niet en de Onderwijsraad wil het niet. Maar het gebeurt toch.
Nijvere schoolbesturen en hun raden van toezicht trekken zich van de tegenstand niets aan. Naar de redenen blijft het raden. Nog steeds heeft de rijksoverheid vertrouwen in dit ’middenveld’. Maar is dit wel terecht als individuele besturen dwars ingaan tegen breed gedragen principes, zoals de vrije keuze in het onderwijs?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.