De man op de foto is Evert van Rossum en hij is niet alleen. Niet zichtbaar is zijn vriendje Alzheimer. Zo noemt Evert zijn ziekte, en de toevoeging ’vriendje’ drukt een omhelzing uit, zo innig, dat je ook kan zeggen dat die omhelzing een ijzeren omklemming is geworden. Een glijbaan is het, schrijft Evert, en naarmate je naar beneden glijdt, soms heel langzaam, soms heel snel, lever je iets in – onherroepelijk.
Evert schrijft. Hij schrijft over de dingen die hij inlevert, over de ogenblikken dat vriendje Alzheimer op bezoek komt en de regie over neemt, over Izaak, die andere, werkelijke vriend waarmee hij samenleeft, in een seniorencomplex.
Evert is columnist. Wekelijks verschijnt zijn column op de site van Alzheimer Nederland (www.alzheimer–nederland.nl ). Vorige week verscheen zijn honderdste. En al die columns zijn geschreven langs het prisma van zijn ziekte, een werkelijkheid van brekende lijnen.
Vriendje Alzheimer, de stiekeme sluipmoordenaar, staat in het brandpunt ervan. Alzheimer is vaker een thema, voor boeken en films, zoals in Bernlefs Hersenschimmen, in Stella Braams boek over haar vader ’Ik heb Alzheimer’ of in de film ’Iris’, over het leven van de Engelse schrijfster Iris Murdoch, naar het boek van haar man John Bayley. Soms is de ziekte ook thema voor muziek, zoals in Alzheimer- de Opera, waarvoor Bert Keizer het libretto schreef.
Maar wat Evert van Rossum doet is iets heel anders. Hij schrijft met Alzheimer in zijn hoofd, hij schrijft als het ware om hem heen, in de slinkende ruimte die Alzheimer hem nog gunt. En met zijn pen poogt hij hem te lokaliseren, het licht op zijn wegschietende gestalte te werpen, kijk, daar staat hij, daar heb je hem, de schim, die me soms ongeremd vrolijk maakt en dan weer razend. Maar ook registreert hij de reacties van zijn omgeving, het terugdeinzen van vrienden en familie, het buitengesloten raken, de onbaatzuchtige liefde van Izaak.
Nog geen zestig is hij. Liep tot voor kort nog marathons. Vijf jaar geleden kreeg hij zijn diagnose. En besloot zich te weren. Hij schrijft columns, geeft gastlezingen, treedt op voor televisie – deze week nog in Pauw en Witteman. Hij omschrijft zichzelf als ’een mondige alzheimerpatiĆ«nt, homo, puur, die alles bespreekt, seksualiteit, incontinentie, de rol van mantelzorgers, de hele mikmak.’
Hij slikt medicijnen om de glijbaan stroever te maken, eerst exelon, later cipramil en ascal en inmiddels citalopram en zyprexa – tegen de depressies. Een vroege medicatie, is zijn boodschap, kan vriendje Alzheimer wat langer in toom houden.
De moedige columns zijn soms om te lachen, soms om te huilen. Of een wrede speling van het lot. Hij schafte na lang aarzelen tijdens zijn ziekte een lieve hond aan. Maar de hond werd na twee jaar agressief. ,,Dementie,” stelde de dierenarts vast. Er was geen medicijn voor.
Hij moest hem laten inslapen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.