Is het financieringstekort van maximaal twee procent uit het regeerakkoord heilig of niet? In de ambtelijke Haagse top wordt er verschillend over gedacht. De stellingen in de discussie zijn betrokken.
Voor CDA-fractievoorzitter Pieter van Geel is het helder. Vlak voor de Kerstvakantie maakte hij duidelijk dat twee procent financieringstekort het maximum is, crisis of niet. Achter de schermen wordt daarover stevig gediscussieerd, ook in de ambtelijke top.
Tussen de ministeries van financiƫn en economische zaken bestaat vooralsnog een groot verschil in benadering. Voor een werkelijk expansief beleid, waarbij de overheid de economie uit het dal probeert te krijgen door te investeren, is niet veel aanhang te vinden. Maar dat betekent nog niet, dat de overheid als een financieringstekort bereikt is van twee procent, de voet stevig op de rem moet zetten. Vooral bij Economische Zaken wordt deze gedragslijn bepleit. Het departement, traditioneel gevoelig voor de noden in het bedrijfsleven, ziet de schadelijke gevolgen van overheidsbezuinigingen en de daarmee gepaard gaande extra vraaguitval al opdoemen.
Bij Financiƫn wordt die twee procent uit het regeerakkoord, net als door het CDA in de Tweede Kamer, nog wel als een niet ter discussie te stellen baken gezien. Pikant genoeg verschilt de politieke baas van het departement, PvdA-leider Wouter Bos, op dit punt wezenlijk van mening met zijn ambtelijke top.
De topambtenaren bereiden in de Centrale Economische Commissie (CEC) een advies aan het kabinet voor, hoe om te gaan met de begrotingen voor dit en volgend jaar. Het kabinet zal daarover uiterlijk in april besluiten moeten nemen. Vooralsnog gaat het Centraal Planbureau uit van een nog bescheiden tekort in 2009 en een tekort van 2,2 procent in 2010. Boven het in het regeerakkoord gestelde maximum dus.
Ook in de ambtelijke wereld worden de stellingen in deze discussie betrokken. In zijn nieuwjaarsartikel in het blad Economisch-Statistische Berichten (ESB) stelt de hoogste ambtenaar van Economische Zaken, secretaris-generaal Chris Buijink, het nog tamelijk omfloerst. De voorzitter van de CEC noemt die twee procent uit het regeerakkoord alleen zijdelings. Dat er wat hem betreft een absolute grens is, blijkt nergens.
Uit het artikel blijkt eerder dat Buijink liever elders prioriteiten legt. Er lijkt zelfs een verband te bestaan tussen de hoogte die hij wil toestaan voor het financieringstekort en de mate waarin dit kabinet erin slaagt hervormingen in –vooral– de arbeidsmarkt door te voeren.
De boodschap van Buijink aan het kabinet en de andere topambtenaren is duidelijk. Niet te veel doen, wellicht zelfs wat meer investeren in kredietgaranties voor het bedrijfsleven en in de kenniseconomie, en voor het overige doorgaan met flexibilisering van de arbeidsmarkt.
Buijink wil daarbij gebruikmaken van onverwachte koopkrachtverbetering in 2009. Op Prinsjesdag werd Nederland nog vertrouwd gemaakt met de gedachte dat 2009 een mager jaar zou worden, maar nu de inflatie en energieprijzen dalen, valt dat alles mee. Op 1 juli, de eerste mogelijkheid om aan de belastingknoppen te draaien, moet de algemene heffingskorting wat omlaag om bijvoorbeeld de arbeidskorting te verhogen. De lasten van werkenden moeten omlaag ten koste van niet-werkenden.
In zijn artikel wijst Buijink erop, dat, crisis en stijgende werkloosheid ten spijt, de beroepsbevolking in omvang structureel daalt. En dat dus het inmiddels traditionele doel van het overheidsbeleid om meer mensen te verlokken betaalde arbeid te accepteren, ook nu actueel blijft. De secretaris-generaal kijkt tijdens de crisis graag vooruit naar het moment dat elke werknemer weer hard nodig is.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.