De winterzon schittert in de ijzel op de populieren. In de toppen jagen kraaien achter eksters aan. Op het weiland pikken kraaien en kauwen in het gras. Kauwen zijn half zo groot als zwarte kraaien en hebben een zilvergrijze blos op hun wangen. Ze krassen niet, maar maken hoge, klieuwende geluiden.
Toen ik hartje stad woonde, klieuwden deze torenkraaien rond de Atoren, van de A-kerk, op het A-kerkhof, een van ’s lands best verkochte straten. Hier aan de stadsrand mis ik hun gezellige gegeit, hoewel vele kauwtjes zich verderop ’s avonds in een slaapbosje verzamelen. Hier zijn roeken, eksters en vooral zwarte kraaien. Die pikken nesten in van eksters.
Zwarte kraaien brachten onheil. Duivels waren het. Nog steeds vinden velen kraaien, eksters en gaaien gajes. En iedereen weet dat kraaien brutaal zijn. Op internet zoeken naar kraai + brutaal, levert 3050 hits op. Gek dat iets wat iedereen weet, zo vaak verteld wordt. Maar geldt dat niet voor elk geloof?
Ons dak is het hoogste in de buurt en kraaien willen omhoog. Hoe heet dat plateautje bovenin de mast van oude zeeschepen ook alweer? Ons dak zit vol kraaien en ligt vol met hun braakballen. Kraaien zijn niet brutaal, ze zijn juist schuw. Geen wonder, want geen vogel wordt zo door mensen bejaagd. Roodborstjes en mezen zijn brutaler. Probeer eens een kraai te fotograferen als hij een heel pindasnoer of een complete vetbol wegkaapt. Eén beweging en de vogel is gevlogen. Zelfs de zwarte kraai boven in de beijzelde populier laat zich nauwelijks kieken. Als ik doorloop, blijft hij zitten, zijn koppie scheef. Als ik blijf staan, vliegt hij weg, ijzelvlokjes strooiend.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.