*

 

Villa-vonnis belast gesprek over Cyprus

Eric Brassem − 02/05/09, 00:00

Grieks-Cyprioten juichen over een vonnis van het Europees Hof van Justitie. Turks-Cyprioten noemen het de doodssteek voor hereniging.

Het begon als een rechtszaak over een lapje grond. Maar inmiddels staan de toekomst van het gedeelde Cyprus en Turkije’s toetreding tot de Europese Unie op het spel.

In 1974 moesten de Grieks-Cyprioot Meletis Apostolides en zijn familie vluchten uit hun huis in Lapithos, door de invasie van het Turkse leger. Ze waren niet de enigen. De oorlog, die het eiland in een noordelijk, Turks deel en een Grieks zuidelijk deel splitste, verdreef zo’n 165.000 Grieks-Cyprioten en 65.000 Turks-Cyprioten van huis en haard.

In 2004 nam Apostolides een kijkje op de plek waar hij was opgegroeid, vertelde hij vorig jaar in Trouw. Daar stond een villa, gebouwd door een Brits echtpaar. „Ik vroeg ’Is dit uw huis?’”. Ja, antwoordde de eigenaresse, Linda Orams. „Maar dit is mijn grond”, antwoordde Apostolides. Pogingen tot een gesprek strandden, aldus Apostolides. Hij stapte naar de rechter in (Grieks) Cyprus. Die veroordeelde de Orams tot het slopen van hun villa. Maar dat vonnis was niet afdwingbaar, omdat de Grieks-Cypriotische autoriteiten niets te zeggen hebben in het Noorden.

Daarop vroeg Apostolides een Britse rechter om de Orams het vonnis op te leggen. Want: Cyprus is lid van de EU (in de praktijk alleen het Zuiden, omdat de EU het Turks-Cypriotische bewind niet erkent). En een vonnis in één EU-land heeft rechtsgeldigheid in de hele EU.

De Britse rechtbank kwam er in beroep niet uit, en vroeg advies aan het Europese Hof van Justitie, in EU-kwesties de hoogste rechter. Die bepaalde dinsdag dat andere EU-landen zijn gehouden aan de uitspraken van rechtbanken op Cyprus, dus ook aan deze. Naar verwachting zal de Britse rechtbank dit vonnis overnemen.

Apostolides heeft er zijn grond niet mee terug, en de Britse rechter kan geen sloper afsturen op de villa op ’zijn’ grond. Maar de rechter kan wel beslag laten leggen op Britse eigendommen van de Orams. Zo’n zesduizend Britten met huizen in Noord-Cyprus zitten in hetzelfde schuitje.

Een ’grote klap’ voor de economie van Noord-Cyprus, stelt analist Hugh Popes van de denktank International Crisis Group. „Want de groei daar was gebaseerd op verkoop van onroerend goed aan buitenlanders.”

De Grieks-Cypriotische regering vierde de uitspraak als een ’triomf’, die goed van pas komt in de gesprekken over hereniging, die vorig jaar met veel fanfare van start gingen. Compensatie van Cyprioten die hun bezit verloren is daarbij een twistpunt. Politici in het Noorden zijn daarentegen laaiend. „Als de Grieks-Cyprioten ons onder druk willen zetten via rechtbanken en rechters, dan zijn de onderhandelingen nonsens”, reageerde Dervis Eroglu, de premier van Noord-Cyprus.

Dat Eroglu’s nationalistische partij UBP vorige maand ruimschoots de verkiezingen won, werd algemeen al opgevat als veeg teken voor de onderhandelingen. Optimisten wezen erop dat Eroglu onder druk staat van Turkije. Het enige land dat zijn regering erkent, wil dat de onderhandelingen slagen: zonder oplossing van de kwestie-Cyprus kan Turkije fluiten naar het EU-lidmaatschap.

Maar de uitspraak van het Hof doet een schep bovenop het pessimisme. „De tijd begint te dringen”, meent analist Hugh Popes. De gerezen complicaties confronteren de EU nog eens met „de nog steeds onopgeloste kwestie van het gedeelde Cyprus. En zolang die kwestie onopgelost blijft, zullen zich nieuwe complicaties voordoen”, meent hij.

mailIcon print |